Maria Nácia heeft me wel honderd keer glunderend verteld dat zij jarig is ‘nas vésperas do São João’. Dat we dan toch altijd haar feestje vierden op de 25ste viel me op maar och wat kon mij het schelen. São João, de tweede van de Santos Populares, valt toch echt op 24 juni en wordt aan de vooravond gevierd. Ik heb het mee mogen maken: de dorpelingen verzamelden in de duinen droge takken van geurige kruiden en bij zonsondergang ging de fik erin. Hoog laaiden de vlammen op en de kinderen, aangevoerd door jong gebleven volwassenen sprongen er dapper doorheen. Ongetwijfeld al zingend of roepend, dat weet ik niet meer precies. Dan hadden we São António al gehad, op 12 juni, de dag van de marchas, waar vooral Lisboa bekend om staat. Hoe São Pedro gevierd werd, de 29ste? Deden we dan misschien de grote openbare sardinhada in en rond het casa de povo? Met bal na? In elk geval was dan de feestelijke junimaand ten einde en konden de papieren bloemen waarmee de straten van het dorp uitbundig versierd waren naar hartelust ‘verwelken’. De slingers verbleekten in de zon, braken af, vielen op de grond en waaiden weg…