Portugees idioom

Verantwoording

Het idioom van de taal geeft deze haar eigenheid en speelsheid.
Elke taal bezit naast de woordenschat en de grammatica haar eigen idioom.
Onder idioom, ook wel taaleigen genoemd, vallen:
woordcombinaties
gezegden, spreekwoorden
uitdrukkingen
zegswijzen
constructies
ook: voorkeur van gebruik van termen, werkwoorden, vervoegingen etc.
Kenmerkend voor een spreekwoord is de onveranderlijkheid van de formulering en de woordkeus. Een spreekwoord heeft altijd de vorm van een mededelingszin (het is bijvoorbeeld geen vraag) met de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd (als er een persoonsvorm aanwezig is). Het is een uitspraak met een algemene levenswijsheid, een bevestiging van de orde der dingen: zo gaat het nu eenmaal in de wereld.
Voorbeelden van spreekwoorden zijn: Na regen komt zonneschijn, Boontje komt om zijn loontje, Oost west, thuis best.
Een gezegde is een vaste verbinding van woorden met een figuurlijke betekenis, die geen werkwoord bevat en dus op zichzelf nooit een zin vormt. Bijvoorbeeld: Met hart en ziel, Een open deur, Een vrolijke Frans.
Een zegswijze kan wel een zin vormen (in tegenstelling tot een gezegde), en het onderwerp en de werkwoordstijd kunnen aangepast worden (dit in tegenstelling tot een spreekwoord). Een zegswijze is bijvoorbeeld: Het loopt de spuigaten uit, of Het lawaai liep de spuigaten uit.
Een uitdrukking wordt veel gebruikt. Volgens de dikke Van Dale is dat een “vaste, idiomatische verbinding van woorden, met een figuurlijke betekenis, bijvoorbeeld: Iemand van haver tot gort kennen. In de praktijk wordt de term uitdrukking als een soort algemeen, overkoepelend begrip gebruikt voor alle vaste verbindingen met een figuurlijke betekenis.
We hebben gekozen voor een alfabetische opsomming van spreekwoorden, gezegden, zegswijzen en uitdrukkingen door elkaar heen. Een speciaal woord opzoeken, zowel een Portugees als een Nederlands woord dus, kun je op de computer met ctrl F (windows) of cmd F (apple).

A afeição cega a razão Liefde is blind
A água dá, a água leva De zee geeft, de zee neemt
A água é a melhor bebida Er gaat niks boven een glaasje water
A água silenciosa é a mais perigosa Wie zwijgt heeft iets te verbergen
A alegria atrai simpatia Wie goed doet, goed ontmoet
A amar e a rezar, ninguém pode obrigar Tot bidden en liefhebben kun je niemand dwingen
A apressada pergunta, vagarosa resposta Hoe sneller de vraag, hoe langzamer het antwoord
A aranha vive do que tece Roeien met de riemen die men heeft
A arvore conhece-se pelos frutos Aan zijn vruchten kent men de boom
À banda Schots en scheef
A bel-prazer Naar zijn zin
A bem Goed bedoeld
A bem dizer Zogezegd
À bica Op de juiste plaats en tijd
À bicha In de rij staan voor iets (populair zijn)
À boa fé Te vertrouwen/ Te goeder trouw
A boa vontade faz do longe perto Met een beetje goede wil komt men een heel eind
À boca cheia Publiekelijk (rondbazuinen)
À boca da noite Bij het vallen van de nacht
À boca fechada Discreet/ In het geheim
À boca pequena Verlegen/ In het geheim
A boda e batizado, não vás sem ser convidado Naar bepaalde gelegenheden ga je niet onuitgenodigd
À bofetada Met klappen
A bom entendedor meia palavra basta De goede verstaander heeft maar een half woord nodig
A bom rir Gieren van het lachen
À borla Gratis
A braços Zwaar belast
À brava In overvloed
A breve trecho Binnenkort
A brincadeira tem hora e lugar Alles op zijn tijd
À bruta In overvloed
À bulha Op de vuist (gaan)
A butes Te voet/ Lopend
A cabeça da lista Lijstaanvoerder
A cada passo Elk ogenblik/ Frequent
A cair da boca aos cães Er slecht, onverzorgd uitzien
A canalha De kleintjes/ Het grut
A capricho Zorgvuldig/ Stipt
A carapuça é para quem a enfia Je wordt alleen bedonderd als je het zelf wil
À cata Op zoek
A cavalo dado não se olha o dente Je mag een gegeven paard niet in de bek kijken
A certa altura Op een gegeven moment
Ao cair do dia Bij het vallen van de avond
À chapada Met klappen
A chave do enigma De sleutel tot…
A chuchar no dedo Op zijn neus kijken/ Niet voor elkaar krijgen/ Teleurgesteld zijn
A chuva não quebra os ossos Van een regenbuitje smelt je niet/ Je bent niet van suiker
À coca Op de uitkijk
A coisa está a tornar-se feia Het gaat bergaf/ Het ziet er niet goed uit
A coisa vai Het loopt
A conta gotas Druppelsgewijs/ Beetje bij beetje
À conversa com In gesprek met
A conversa já chegou à cozinha Waar bemoei je je mee/ Ik heb jou niks gevraagd
A cor assenta-lhe bem Die kleur staat u (hem/haar) goed
A corda sempre rebenta do lado mais fraco De ketting is zo sterk als de zwakste schakel
À cunha Stampvol
À custa Op kosten van
A dar as últimas Op sterven na dood
A dar com um pau In overvloed
A dente queixal Met lange tanden
A descida De helling af
A dica Tip / Nieuwtje
A doença vem a cavalo e volta a pé Ziekte komt te paard en gaat te voet
A dois passos Op een duimbreed / Vlakbij
A eito Buitensporig/ Onophoudelijk
À escovinha In een rattekop geknipt
A esperança é sempre a última coisa que morre Hoop doet leven
A esperteza chegou aí e parou Wat een sufferd! Verder dan hier gaat de slimheid niet (cynisch)
A excepção confirma a regra De uitzondering bevestigt de regel
A experiência é a mãe da sabedoria Ervaring is de moeder der wijsheid/De ondervinding is de beste leermeester
À falsa fé Te kwader trouw
À fartazana In overvloed
À fé de quem sou Op mijn erewoord
A fé remove montanhas Het geloof kan bergen verzetten
A ferrar no sono Diep in slaap zijn
A ferro e fogo Te vuur en te zwaard
A ferrugem gasta o ferro Roest vreet het ijzer op
A fina flor Het neusje van de zalf
À fina força Koste wat het kost
A fio Aan een stuk door
À flor da água Aan de oppervlakte
À flor da pele Op het topje van zijn zenuwen
A (última) gota (de água) transborda o copo De druppel die de emmer doet overlopen
A fome é a melhor cozinheira Honger maakt rauwe bonen zoet
A fome é negra Honger maakt rauwe bonen zoet
A fome faz sair o lobo do cozinheiro Als men honger heeft is men tot alles in staat
A fome faz sair o lobo do mato Als men honger heeft is men tot alles in staat
A força da corrente está no elo mais fraco De ketting is zo sterk als de zwakste schakel
A força das circunstancias Onder druk van de omstandigheden
À fresca Luchtig gekleed
A fruta nunca cai longe do pé De appel valt niet ver van de boom
A fruta proibida é a mais apetecida Verboden vruchten zijn het zoetst
A fundo Ten volle/ In de diepte
A galinha da vizinha sempre é melhor do que a minha Het gras van de buren is altijd groener
A gente é que sabe onde o sapato aperta We weten zelf het beste waar de schoen wringt
A gente logo conversa Daar hebben we het nog wel over
A gente logo se vê We zien elkaar nog wel
À grande Op grote voet
À grande e à francesa Als God in Frankrijk
A granel Onverpakt, op een grote hoop door elkaar
A ignorância é má conselheira Onwetendheid is een slechte raadgever
A jeito Binnen handbereik
À justa Op het nippertje
À larga Rijkelijk/ Kwistig/ Groots
Sem recursos Platzak
A luz está acesa Het licht is aan
À má cara Met geweld
A má erva mata a boa Het slechte is moeilijker te bestrijden dan het goede, het overheerst het goede
A mais alta das torres começa no chão Ook de hoogste toren begint op de grond
A mais-valia Toegevoegde waarde/ Meerwaarde
À mão de semear Op een steenworp afstand/ Voor het oprapen
A meio caminho Halverwege
A melhor palavra é a que fica por dizer Spreken is zilver en zwijgen is goud
(um quilo) a menos (Een kilo) minder
A mentira tem pernas curtas Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel
A mesa do costume Aan de gebruikelijke tafel
A meter água Zich vergalopperen
A meu ver Naar mijn bescheiden mening
A minha Lúcia Onze Lucia
A minha santa Mijn schoonmoeder
A moeda tem duas faces Twee zijden van de medaille/ Dat is de keerzijde van de medaille
A morte não escolhe idades De dood trekt zich niets aan van leeftijd/ Niemand ontsnapt aan magere Hein
A morte não perdoa ninguém De dood spaart niemand
À mostra In het openbaar/ Bloot
A não ser Behalve
A não ser que Als (er) niet
A necessidade aguça o engenho De noodzaak scherpt het verstand
A necessidade é a mãe da invenção De noodzaak is de moeder van de uitvinding
Ao fundo Achteraan/ Achterin
A ocasião faz o ladrão De gelegenheid maakt de dief
A noite é boa conselheira Er een nachtje over slapen
À noite, todos os gatos são pardos Bij avond zijn alle katjes grauw
A ociosidade é a mãe de todos os vícios Ledigheid is des duivels oorkussen
A olho nu Met het blote oog
A olhos vistos Zienderogen
A ordem é rica e os fados são poucos Hij smijt met geld
A paciência tem limites Geduld kent zijn grenzen
A páginas tantas Op een gegeven ogenblik
A palavra é da prata e o silêncio é de ouro Spreken is zilver en zwijgen is goud
A palavras loucas orelhas moucas Je moet niet alles geloven wat je hoort
À parte Afzonderlijk/ Apart
A partir de Vanaf
A pás nas tantas Op een gegeven moment
A passo de tartaruga Met een slakkengang/ Tergend langzaam
A passos largos Met rasse schreden
A pé Te voet
A pé firme Zonder een voetbreed te wijken/ Voet bij stuk
A pedir chuva Zegt men over iemand die pretendeert meer te zijn dan hij is
A pensar morreu um burro Je moet niet zo malen/ Je moet er niet te lang over nadenken
A pensar na morte da bezerra Met zijn gedachten elders zijn
A pés juntos Voet bij stuk
A pessoa é grande quando respeita os pequenos Wie het kleine niet eert is het grote niet weerd
A pisar ovos Op eieren lopen
A pobre não prometas e a rico não devas Belofte maakt schuld
A porta fechada Achter gesloten deuren
A prática leva a perfeição Oefening baart kunst
A preguiça é mãe de todos os vícios Luiheid is de moeder van alle ondeugden/ Ledigheid is des duivels oorkussen
À pressa Inderhaast
A pressa é a inimiga da perfeição Haastige spoed is zelden goed
À primeira Meteen de eerste keer
À primeira vista Op het eerste gezicht
À procura de serviço Op zoek naar werk
À queima roupa Onverwacht/ Eensklaps
A quem couber a carapuça, que a enfie Wie de schoen past, trekke hem aan
A quem tudo quer saber, nada se diz Aan iemand die alles wil weten, vertelt men niets/ Een nieuwsgierig Aagje maakt men niet wijzer
À rédea solta Te vrij gelaten
À rola Zich laten meeslepen
A roupa suja lava-se em casa Men moet de vuile was niet buiten hangen
A salvo Buiten gevaar
A sangue frio Koelbloedig/ In koelen bloede
A seco Zonder eten/ Eten niet inbegrepen
À séria Serieus
A sete pés Uit alle macht/ Heel snel
A seu tempo vêm as uvas e as maçãs maduras Alles op zijn tijd
A simpatia dá amigos, o interesse companheiros Met vriendelijkheid maak je vrienden, met berekening maten
À socapa In het geheim/ Stiekem
A sós Onder vier ogen/ In zijn eentje
À sua saúde Proost/ Gezondheid
A subida De helling op
À sucapa Voorzichtig/ Stiekem/ Zonder dat iemand het ziet
A tiracolo Met een draagband, draagzak/ Schuin over je lichaam dragen
À toa Op goed geluk
A toda a pressa In allerijl
A toda a prova Volstrekt betrouwbaar
A todo o comprimento Over de gehele lengte
A todo o custo Koste wat kost/ Met alle geweld
A toque de caixa Met slaande trom
A torto e a direito In het wilde weg/ Lukraak
A traços largos Met grote passen
A triste figura Een modderfiguur
A última gota transborda o copo De druppel die de emmer doet overlopen
A união faz a força Eendracht maakt macht
À aventura Op goed geluk/ Op de bonnefooi
A ver onder param as modas (Wel) zien waar het schip strandt
A verdade é como o azeite, mais cedo ou mais tarde vem à tona De waarheid komt vroeg of laat aan het licht
A verdade fala pela boca dos pequenos Kinderen (en gekken) spreken de waarheid
A viagem é mais rápida, quando se tem boa companhia In goed gezelschap vliegt de tijd
A vida é uma escola, enquanto vivemos aprendemos Het leven is een leerschool
A vida não é só flores Het leven gaat niet alleen over rozen
A vida quanto mais estica, mais curta fica Hoe langer je leeft, hoe korter het leven
A (Esta) vida são dois dedos Daar is het leven te kort voor
A virtude é uma joia que não tem preço De deugd is een onbetaalbaar juweel
À vista Op het oog / Op zicht
À viva força Met alle geweld/ Koste wat het kost
À vontade Graag/ Ga je gang
Abaixar a proa Minder arrogant doen/ Inbinden
Abaixar as orelhas Zijn oren laten hangen
Abaixo de cão Een waardeloos vod
Abanar a árvore das patacas Aan de geldboom schudden/ Geld los te zien krijgen/ Gemakkelijk aan geld kunnen komen
Abanar as orelhas Niet akkoord gaan
Abanar moscas Vliegen zitten vangen/ Luieren
Abandalhar-se Zijn waardigheid verliezen/ Zichzelf verwaarlozen/ Verslonzen
Abandonar o barco Het zinkend schip verlaten
Abarcar o mundo com ambas as mãos Zich alles toe-eigenen/ Alles alleen doen
Abarcar o mundo com ambas as pernas Zich alles toe-eigenen/ Alles alleen doen
Abelha mestra Intrigante/ Sluw mens
Abençoada mãe que tal filho pariu Dat heeft hij niet van vreemden
Aberto de par em par Wagenwijd open
Abraçar o céu com ambas as mãos Alles voor zichzelf willen
Abrandar a cólera Afkoelen
Abrir(-se) com Zijn hart uitstorten bij
Abrir a boca Zijn mond opendoen
Abrir a farpela Vluchten
Abrir a porta De eerste stap doen/ De deur openzetten
Abrir a torneira Een spraakwaterval zijn
Abrir as ideias Uit de doeken doen/ Uitleggen
Abrir (o) bico Zijn mond opendoen/ Een misdaad bekennen
Abrir brecha Een bres slaan
Abrir caminho Het initiatief nemen/ Aan de slag gaan
Abrir o apetite De eetlust opwekken/ Zin in eten krijgen
Abrir o compasso Sneller gaan lopen
Abrir o coração/a alma Zijn hart luchten
Abrir o jogo Opening van zaken geven
Abrir o livro Een boekje opendoen
Abrir o peito Zijn hart luchten
Abrir os cordões à bolsa Alles afrekenen
Abrir os olhos Zijn ogen de kost geven
Abrir os olhos à alguém Iemand de ogen openen
Abrir os pés De benen nemen
Abrir-se (todo) Openheid geven/ Alles vertellen
Acabar com alguém Iemand de genadeslag toedienen/ De relatie verbreken
Acabar de Zojuist hebben…(gedaan)
Acabar em bem Gunstig aflopen
Acabar por Zover gekomen dat../ Tenslotte..
Acabou-se a papa Het is uit met de pret
Acertar agulhas Iets afspreken
Acertar contas Een schuld aflossen
Acertar em cheio In de roos schieten/ De spijker op zijn kop slaan
Acertar no alvo Meteen raden
Acertar o passo In de pas lopen
Achar o fio à meada De rode draad vinden
Achar por bem Correct, adequaat vinden
Achar-se (estar) nas suas quintas Zich op zijn gemak voelen/ Het naar zijn zin hebben
Aclarar a voz Zijn keel schrapen
Acolher-se às abas de alguém Zich onder iemands hoede stellen
Acometer alguém com injúrias Iemand uitschelden
Acompanhar a moda De mode volgen
Aconteça o que acontecer Wat er ook gebeurt
Acordar com os pés de fora Met het verkeerde been uit bed stappen
Acresce que Daar komt bij dat
Adoçar a boca a alguém Iemand stroop om de mond smeren
Advogado do diabo Advocaat van de duivel
Afiar a língua Een scherpe tong hebben
Afiar o dente Klaar zijn om te eten
Afinal de contas Per slot van rekening
Afogar(-se) em pouca água Van een mug een olifant maken
Afogar as mágoas Zijn verdriet verdrinken
Afrouxar o passo Zijn pas inhouden
Agarrado às saias (da mãe) Aan moeders rok hangen
Agarrar em si Zichzelf bij elkaar rapen
Agarrar no sono In slaap vallen
Agarrar o touro pelos cornos De koe bij de horens vatten
Agarrar pelos cabelos Niet laten schieten/ Vasthouden
Agarrar-se com unhas e dentes Zich ergens in vastbijten
Agarrar uma, a oportunidade Zijn kans grijpen
Agitar as águas De gemoederen in beweging brengen/ Onrust veroorzaken
Agora é que são elas! Daar zul je het hebben!
Agradar a gregos e troianos Het iedereen naar de zin maken
Água e conselho só se dão a quem pede Men moet niet ongevraagd raad geven
Água mole em pedra dura tanto bate até que fura Gestadig druppelen holt de steen (uit)
Água na boca Watertanden
Água pela barba Het water staat tot aan de lippen
Água preta não dá peixe In troebel water is het slecht vissen
Água suja Slappe koffie
Águas passadas não movem moinhos Je moet geen oude koeien uit de sloot halen
Águas quietas são profundas Stille waters hebben diepe gronden
Aguenta que é serviço Horen, zien en zwijgen
Aguentar e cara alegre De moed erin houden
Agulha em palheiro Een naald in een hooiberg
Ah pés para que vos quero! Wegwezen!
Ah, é? Is dat zo?
Aí às seis horas Om een uur of zes
Aí é que bate o ponto Hier gaat het om
Aí é que o gato vai às filhoses Daar zit de fout
Ainda bem Gelukkig maar
Ainda bem que não Gelukkig niet
Ainda bem que sim Gelukkig wel
Ainda hoje Tot op de dag van vandaag
Ainda por cima Bovendien
Ainda que seja velho, não despreze bom conselho Men is nooit te oud om te leren
Ajustar as contas De rekening vereffenen
Alargar os cordões à bolsa Moeten betalen
Albarda-se o burro à vontade do dono Instructies exact uitvoeren
Alcança, quem não se cansa Als je iets niet opgeeft, bereik je je doel
Alçar os braços ao céu De handen ten hemel heffen
Além do mais Bovendien
Alfacinha Iemand uit Lissabon
Alta noite Het holst van de nacht
Alta roda High society
Alto e bom som Luid en duidelijk
Altos e baixos Ups en downs
Amanhã é outro dia Morgen is er weer een dag
Amanhã tambem é dia Morgen is er weer een dag
Amargar como a breca Bitter als gal
Amargo como o rabo do gato Bitter smaken
Amaricado Man met vrouwelijke trekjes/ Geen echte man
Ama-seca Kindermeid
Ameaçar ruína Op invallen staan
Amigo da onça Vriend uit berekening
Amigo de Peniche Gefingeerde vriend
Amigo de se encostar Van iemand misbruik maken/ Iemand alles laten betalen
Amigo do peito Een ware vriend/ Jeugdvriend/ Hartsvriend
Amigo, não empata amigo Vrienden laten elkaar vrij
Amigos, amigos, negócios à parte Met je vrienden moet je geen zaken doen
Amor à primeira vista Liefde op het eerste gezicht
Amor com amor se paga Met gelijke munt betalen
Âncora de salvação Laatste redmiddel
Anda com os bons e serás um deles Wie met pek omgaat wordt ermee besmet
Andar a Op zoek zijn naar
Andar à boa vida Het ervan nemen/ Een luizenleventje hebben
Andar na boa vida Het ervan nemen/ Een luizenleventje hebben
Andar às turvas Kibbelen
Andar a braços com Slaags raken met
Andar à deriva De weg kwijt zijn
Andar a dormir em pé Zitten slapen (figuurlijk)
Andar a monte Op de vlucht zijn (voor de politie)
Andar à onça Op zwart zaad zitten
Andar à pai adão In adamskostuum rondlopen
Andar à toa Zonder doel
Andar a toque de caixa Snel moeten zijn
Andar a vadiar Lanterfanten/ Zijn tijd verbeuzelen
Andar à vela (Half)bloot erbij lopen
Andar ao colo Op schoot
Andar,  estar ao corrente Op de hoogte zijn
Andar ao Deus dará Op goed geluk
Andar aos caídos In erbarmelijke financiële omstandigheden verkeren
Andar aos pontapés Slecht behandeld worden
Andar às apalpadelas In het duister tasten
Andar às gatas Achter de vrouwen aanzitten
Andar Ceca e Meca Stad en land afzoeken
Andar com a cabeça à roda Zijn hoofd er niet bij hebben/ Zijn hoofd verliezen
Andar com a cabeça na lua Er met zijn hoofd niet bij zijn
Andar com a casa às costas Een zwervend bestaan leiden/ Met de caravan op stap
Andar com a língua de fora Uitgeput zijn
Andar com o coração nas mãos Onrustig, zenuwachtig zijn
Andar com o credo na boca Bang zijn gevaar te lopen
Andar de cu tremido Zich verplaatsen in een of ander voertuig
Andar de mal a pior Van kwaad tot erger
Andar de mão em mão Van hand tot hand gaan/ Van de een naar de ander gaan
Andar de nariz torcido Geen zin hebben om iets te doen
Andar de rastos Kruipen/ Zich voortslepen
Andar em dia Op orde zijn (administratie)
Andar feito barata tonta Verstrooid zijn
Andar liso Blut zijn
Andar moiro na costa Zegt men als er nieuws, nieuwe liefde in de lucht hangt
Andar na boca do mundo Over de tong gaan/ Iedereen praat over je/ Je bent het gesprek van de dag
Andar na corda bamba Geen doel hebben
Andar na escola Op school zitten
Andar na farra Zich vermaken/ Feest vieren
Andar na lua Verstrooid zijn
Andar na má vida Op het verkeerde pad zijn
Andar no ar Verstrooid zijn
Andar no comboio dos torresmos Langzaam vooruit gaan/ Langzaam lopen
Andar no pagode Aan het fuiven zijn
Andar no peditório (Lopen te) bedelen
Andar num rodopio Het druk hebben
Andar para trás Achteruit gaan
Andar para trás como o caranguejo Achteruit gaan
Andar pé ante pé Komen aansluipen/ Geruisloos lopen
Andar pouco católico Niet erg gezond zijn
Andar (estar) em baixo Het gaat slecht (met iemand)
Andar (ficar, estar) à nora Zich geen raad weten/ Niet lukken
Andar (ficar) às aranhas In het duister tasten/ Gedesoriënteerd zijn
Andar (ir) na borga Zich vermaken/ Feest vieren
Andar(ser) com o cão e o gato Als kat en hond
Andar-modelo Modelwoning
Ando doente Ik ben de laatste tijd ziek
Anoitecer Donker worden/ Avond worden
Antes a morte que tal sorte Liever dood
Antes de mais nada Allereerst/ Ten eerste
Antes do termo de qualquer negócio Voordat je zaken afsluit
Antes filho de pobre que escravo do rico Beter het kind van een slaaf dan de slaaf van een rijkaard
Antes pouco do que nada Beter weinig dan niets
Antes que conheças não louves nem ofendas Oordeel niet alvorens je iemand kent
Antes que fales vê o que dizes Denk na voor je iets zegt
Antes que o mal cresça, corte-se lhe a cabeça Het kwaad in de kiem smoren
Antes quebrar que torcer Niet opgeven/ Doorzetten!/ De aanhouder wint
Antes só do que mal acompanhado Beter alleen dan in slecht gezelschap
Antes tarde do que nunca Beter laat dan nooit
Antes um pássaro na mão que dois a voar Beter een vogel in de hand dan tien in de lucht
Anzol sem isca o peixe não belisca Zonder aas geen vis
Ao abandono Aan zijn lot overlaten
Ão ão Woef woef
Ao ar livre In de buitenlucht
Ao bom darás e do mau te afastarás Geef aan de goede en hou je verre van de kwade
Ao contrário Andersom
Ao deus-dará Verlaten (zijn)/ Op goed geluk/ In het wilde weg
Ao diabo e à mulher nunca falta que fazer Vrouwen zijn altijd bezig
Ao fundo Achteraan/ Achterin
Ao largo In de verte
Ao mar largo In volle zee
Ao menino e ao borracha, põe-lhes Deus a mão por baixo God beschermt kinderen en dronkenlappen, ze weten niet wat ze doen
Ao passo que Naarmate
Ao pé da letra Letterlijk
Ao preço da uva mijona Spotgoedkoop
Ao rés da parede Plat tegen de muur
Ao rico não faltes, ao pobre não prometas Belofte maakt schuld
Ao romper da aurora Bij het krieken van de dag
Ao saber das ondas e ventos Stuurloos/ Op drift
Ao saber da maré Zoals de wind waait/ Naar het uitkomt
Ao seu dispor Tot uw beschikking
Aonde vai o ferro, vai a ferrugem Waar rook is, is vuur
Aos bochechos Beetje bij beetje
Aos bordos Waggelend
Aos pontapés In grote hoeveelheden
Aos poucos Langzamerhand/ Beetje bij beetje
Aos quatro ventos Uit alle windrichtingen
Aos rins segue-se o coração Van het een komt het ander
Aos SS Slingerend/ Dronken
Apanhar a jeito Bereid vinden
Apanhar com a boca na botija Op heterdaad betrappen
Apanhar em flagrante Op heterdaad betrappen
Apanhar (-lhe)o jeito De kunst te pakken krijgen
Apanhar numa armadilha Strikken
Apanhar-se mais depressa um mentiroso que um coxo Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt ‘m wel
Apanhar uma bebedeira Zich zwaar bedrinken
Apanhar uma borracheira Een stuk in zijn kraag drinken
Apanhar uma carga de pau Stokslagen krijgen
Apanhar uma multa Een bekeuring krijgen/ Op de bon geslingerd worden
Apanhar uma piela Zich zwaar bedrinken
Apanhar uma raposa Zakken (voor een examen)
Apanhar uma seca Zich rot vervelen
Apanhar um chá Berispt worden
Apanhar um chimbalau Schade oplopen
Apanhar um chumbo Zakken voor een examen
Apaparicar Vertroetelen
Aparecer do nada Uit het niets opduiken
Apartar os olhos de De ogen afwenden van
Apertar as mãos Handen schudden
Apertar com alguém Iemand onder druk zetten
Apertar o bacalhau Een handdruk geven/ De hand schudden
Apertar o cinto De broekriem aanhalen
Aperto no coração Benauwd
Aprende e saberás Leert en ge zult weten
Aprende, pratica e serás mestre Oefening baart kunst
Aprender até morrer Men is nooit te oud om te leren
Aproveitar a boleia Een lift krijgen
Aqui é que a porca toce o rabo Daar heb je de poppen aan het dansen/ De bom is gebarsten
Aqui há coisa Hier ligt een probleem, een fout
Aqui há gato Hier ligt een probleem, een fout
Aqui para nós Tussen ons gezegd en gezwegen
Aqui se faz, aqui se paga Boontje komt om zijn loontje
Aqui-del-rei! Help!
Ar de família Een familietrekje
Arder em furor In woede uitbarsten
Arder pela vítoria Naar de zege snakken
Armar(-se) aos cágados Zich slimmer voordoen dan men is
Armar(-se) aos cucos Zich slimmer voordoen dan men is
Armar(-se) em carapau de corrida Zich slimmer voordoen dan men is
Armar ao pingarelho Overdrijven/ Je anders voordoen dan je bent
Armar (dar) uma barraca Herrie schoppen/ Een vervelende situatie veroorzaken/ Problemen maken
Armar em parvo Doen of je gek bent/ Doen of je neus bloedt
Armar (arranjar) pé de vento Herrie schoppen
Armar-se até aos dentes Zich tot de tanden wapenen
Armar-se de paciência Geduld oefenen
Arrancar cabelos Zich de haren uit het hoofd trekken
Arrotar a postas de pescada Opscheppen/ Zichzelf op de borst kloppen
Arquear as sobrancelhas Zijn wenkbrauwen optrekken
Arrancar a saca-rolhas Eruit trekken (de waarheid bijvoorbeeld)
Arranha-céus Wolkenkrabber
Arranjar um bico de obra Zich in de nesten werken
Arranjinho Afspraakje/ Verhouding
Arrastar as asas Down zijn
Arredar pé Afstand houden
Arregaçar as mangas De mouwen opstropen
Arreganhar os dentes Zijn tanden laten zien
Arrepiar (cortar) caminho Een stuk afsnijden
Arrumar (pendurar) as botas Zijn lier aan de wilgen hangen
Árvore velha não é fácil de arrancar Oude bomen zijn moeilijk te verplaatsen
Árvore velha nunca se muda, transplanta Oude bomen moet je niet verplanten, verplaatsen
Às abadas In grote hoeveelheden
Às apalpadelas Op de tast/ In den blinde
As aparências iludem Schijn bedriegt
As benções chegam uma de cada vez, a desgraça vêm em grupo Een ongeluk komt nooit alleen
As boas contas são como as cerejas, vêm umas atrás das outras Van het een komt het ander
As conversas são como as cervejas, vêm umas atrás das outras Het ene woord lokt het andere uit
As costas voltadas (viradas) Met de rug ernaar toe
Às duas por três In een onbewaakt ogenblik
As excepções são a regra De uitzondering bevestigt de regel
As frases estão certas ou erradas? Zijn de zinnen goed of fout?
Às furtadelas Stiekem
As más notícias chegam depressa Slecht nieuws verspreidt zich als een lopend vuurtje
As melhoras Beterschap
As melhoras essências estão nos frascos mais pequenos Klein maar fijn
Às mil maravilhas Uitstekend/ Opperbest
As moscas apanham-se com mel Vliegen vangt men met honing
Às nove em ponto Om klokslag 9 uur
As palavras cortam mais do que as espadas Met woorden kun je diepere wonden slaan dan met het zwaard
As palavras voam, a escrita fica Je kunt beter alles op papier zetten
As paredes têm ouvidos De muren hebben oren
As rosas caem, os espinhos ficam Geen roos zonder doornen
Às tantas Op een gegeven ogenblik
Às três pancadas Slordig
As vezes não dá Soms komt het niet goed uit
Assa-se o pão enquanto o forno está quente Men moet het ijzer smeden als het heet is
Assentar como uma luva Het zit als gegoten
Assim como assim In dat geval
Assim como quem não quer a coisa Doen alsof het niks met hem, haar te maken heeft
Assim não te governas Zo kom je er niet (figuurlijk)
Assinar o ponto De presentielijst tekenen
Assistir um concerto, um filme etc Bijwonen van een concert, film etcetera
Assoa-te lá a esse guardanapo Daar heb je niet van terug
Até a formiga quer companhia Niemand wil alleen zijn
Até ao lavar dos cestos é vindima Niet opgeven/ Doorgaan tot het werk af is
Até ao último arranco Tot de laatste snik
Até lá Tot die tijd
Até mais não poder Tot de laatste snik
Até mim Naar me toe
Até para ser cão é preciso ter sorte Bij alles heb je een dosis geluk nodig
Até porque Aangezien
Até que enfim Eindelijk!
Atirar com as culpas a De schuld schuiven op
Atirar para o torto Foute boel
Atirar para trás das costas Achter zich laten (en doorgaan)
Atirar poeira para os olhos Zand in de ogen strooien/ Een rad voor ogen draaien
Atirar-se de cabeça Niet bang zijn voor moeilijkheden/ Ergens voor gaan
Atou-se-lhe a voz na garganta Zijn stem bleef in zijn keel steken
Atrás de tempo, tempo vem We hebben tijd genoeg
Atrás de uma bola vem sempre uma criança Pas op! Achter een bal komt altijd een kind
Atrás de uma montanha está outra montanha Een obstakel komt nooit alleen
Atraso da vida Iemand die niet vooruit gaat/ Een dom iemand
Azar no jogo, sorte no amor Ongelukkig in het spel, gelukkig in de liefde
Azedo como o rabo de gato Heel zuur
Azul desmaiado Bleekblauw
Bacalhau com todos Gerecht: gekookte stokvis, aardappelen, groenten en soms een gekookt ei
Badalar ao badalo Zijn mond voorbij praten
Baixar a bola Kalmeren/ Zich beheersen
Baixar a voz Zachtjes gaan praten
Baixar os braços De pijp aan Maarten geven/ De handdoek in de ring gooien/ Door de knieën gaan/ Opgeven
Baldar-se Passen
Balde de água fria Een koude douche
Baleia Dikke schommel (vrouw) (lett: walvis)
Balela Uit zijn nek kletsen/ Leugen
Banda de malfeitores Een boevenbende
Bandeira a meia haste De vlag half stok
Banha de cobra Mooie praatjes/ Stroop om de mond
Barato sai caro Goedkoop is duurkoop
Barata tonta De kluts kwijt/ In de war
Barriga à boca Hoogzwanger
Barriga a dar horas Honger hebben
Barriga cheia, companhia desfeita Zodra je je doel bereikt hebt, weg zijn/ Handelen uit eigenbelang
Barriga da perna Scheenbeen
Barriga de freira Soort pudding
Barriga para o ar Op de rug
Barriga vazia não tem alegria Met een lege maag is het slecht lachen
Barrigada Volle buik
Barrigada de riso Buikschuddend lachen
Barrigudo Dikbuikig
Barriguismo Eigenbelang (in de politiek)
Barril Dikzak/ Tolrond iemand
Bate e volta Even wegwippen
Bate-latas Oude auto/ Rammelkast
Bater (um) papo Met elkaar kletsen
Bate-papo Gesprekje
Bater a asa De benen nemen
Bater a bota De pijp uitgaan
Bater a outra porta Ergens anders aankloppen
Bater a todas as portas Overal aankloppen voor hulp
Bater as botas Sterven
Bater castanholas Klappertanden
Bater certo Kloppen (fig)
Bater com a cara na porta Voor een gesloten deur staan
Bater com a língua nos dentes Zijn mond voorbij praten
Bater com o nariz na porta Aan een gesloten deur komen/ Zijn neus stoten
Bater com os calcanhares no cu Hard rennen/ Vluchten
Bater forte e feio Hard slaan
Bater no ceguinho Zout in de wonde (blijven) strooien
Bater no fundo Een dieptepunt bereiken
Bater no peito Zich (deemoedig) op de borst kloppen
Bater o dente Het koud hebben/ Klappertanden
Bater o pé Protesteren
Bater os dentes Klappertanden
Bater o queixo Klappertanden
Bater, tocar na mesma tecla Blijven hameren op/ Doordrammen
Batota Vals spel
Beata Een fanatieke kerkganger
Beber as palavras Aan zijn lippen hangen
Beber pouco chá Geen manieren hebben, onbeleefd zijn
Beber pouco chá (em pequeno/em criança) ) Geen manieren hebben meegekregen, onopgevoed zijn
Beber como uma esponja Veel drinken
Beber do fino Een dure smaak hebben
Beber pelo mesmo copo Intiem zijn/ Vertrouwelijk zijn
Beco sem saída Geen uitweg (doodlopende straat)
(A) beija-flor De kolibri
Bem considerado Op de keper beschouwd
Bem disposto Goede zin hebben
Bem dito bem feito Zo gezegd, zo gedaan
Bem entendido Wel te verstaan/ Natuurlijk
Bem feito Net goed/ Eigen schuld, dikke bult
Bem haja God zij dank
Bem mandado Gehoorzaam
Bem posto Keurig gekleed
Bem-criado Welopgevoed
Bem-parado Goed terecht gekomen
Bem-posta Smaakvol/ Met smaak (gekleed of ingericht)
Benfica Menstruatie
Bera como a ferrugem Door en door slecht
Bicho de consciência Wroeging
Bicho-do-mato Een huismus/ Weinig sociaal
Bicho de sete cabeças Onbegonnen werk
Bico calado Mondje dicht
Bico de papagaio Een haakneus
Bico-de-obra Een moeilijk iets
Bife a cavalo Gerecht dat bestaat uit een biefstuk met gebakken ei en patat
Birra Gril/ Opstandigheid/ Koppigheid/ Krijsen om iets gedaan te krijgen
Birrento Vervelend
Boa árvore, bons frutos Aan de vruchten ken je de boom
Boa bisca Onguur type/ Iemand met een slecht karakter
Boa brasa, boa casa Eigen haard is goud waard
Boa encomenda Iemand die niet deugt (ironisch bedoeld)
Boa pinta Ziet er veelbelovend uit (ironisch)
Boa praça Iemand waar je van op aan kunt
Boas contas fazem os bons amigos Je moet geen schulden maken bij je vrienden
Boca a saber a papel de música Een kater hebben
Boca aberta Open mond (van verbazing)
Boca do inferno Voor de poorten van de hel/ Een plek waar je niet moet zijn
Boca que fala, não mastiga Je moet aan tafel je mond houden
Bocas Praatjes
Bocas do mundo Publieke opinie
Bocejo longo, ou é fome ou é sono Gapen betekent honger of slaap hebben
Bode expiatório Iemand die altijd de schuld krijgt/ De kop van Jut
Bodega Slecht werk
Bolso cheio, coração alegre Een volle portemonnee maakt blij
Bom como o milho Uitstekend
Bom copo Een goede drinker
Bom de bico Makkelijk met eten/ Lust alles
Bom exemplo, meio sermão Je moet het goede voorbeeld geven/ Goed voorbeeld doet goed volgen?
Bom garfo Een grote eter/ Bourgondiër
Bom pagador paga logo Een goede betaler geeft ‘boter bij de vis’
Bom partido Goede partij
Bom pedaço Een stuk (mooie man/vrouw)
Bom ponto Komisch iemand
Bom proveito Eet smakelijk
Bomgarfo Goede eter
Bom talher Goede eter
Boneco Verwaande vent/ Een man die altijd met uiterlijk en kleding bezig is
Borra-botas Een onbeduidend iemand
Borrar a pintura Op het laatste ogenblik verpesten
Botou as tripas Loopt leeg
Braços no ar Hands up!
Branco como a cal Zo wit als een doek
Bravo como um touro Een dappere vechtersbaas
Branco e preto Zwart-wit
Brazucas Brazilianen (scheldwoord)
Brilhar pela ausência Schitteren door afwezigheid
Brincar ao gato e ao rato Kat en muis spelen
Bruto como uma porta Vreselijk stom/ Dom/ Een lummel/ Een bruut
Estúpido como uma porta Zo gek als een deur
Bruto como as casas Bruut x
Bucha e Estica De dikke en de dunne
Bugalho de olho Oogappel
Burra de saias Willekeurig welke vrouw
Burro calado torna-se sábio Wijselijk zijn mond houden
Burro de carga Iemand die zowel zijn eigen werk als dat van anderen doet
Burro de trabalho Werkpaard/ Werkezel
Burro velho não aprende línguas Het is moeilijk op oudere leeftijd iets te leren of van opvattingen te veranderen
Cá se fazem, cá se pagam Boontje komt om zijn loontje
Cabeça chocha Een geheugen als een zeef
Cabeça de alho chocho Een geheugen als een zeef
Cabeça de avelã Dwaas/ Domkop
Cabeça de nabo Dwaas/ Domkop
Cabeça fria Het hoofd koel (houden)
Cabeça leve Losbol
Cabeça nas nuvens Met het hoofd in de wolken
Cabeça-dura Een domkop
Caber na cova dum dente In een holle kies passen
Caça às bruxas Heksenjacht
Cada cabeça uma sentença Zoveel hoofden, zoveel zinnen
Cada coisa a seu tempo Alles op zijn tijd
Cada coisa no seu lugar Alles heeft zijn eigen plaats
Cada maluco com a sua mania Iedere gek heeft zijn gebrek
Cada panela tem a sua tampa Op elk potje past een dekseltje
Cada porco em seu chiqueiro, cada pinto em seu poleiro Ieder op zijn plek/  Ieder heeft zijn eigen plek
Cada povo com seu uso, cada roca com seu fuso Ieder volk is gehecht aan zijn eigen gewoontes
Cada qual com a sua cruz Elk huisje heeft zijn kruisje
Cada qual é para o que nasce Ieder moet zijn talenten ontwikkelen
Cada terra tem seu uso, cada roca tem seu fuso Elke streek heeft zijn eigen gewoontes
Cada um a seu modo Ieder doet het op zijn eigen manier
Cada um chega a brasa à sua sardinha Iedereen wil gelijk hebben
Cada um puxa a brasa à sua sardinha Iedereen probeert gelijk te krijgen
Cada um colhe o que semeou Ge zult oogsten wat ge zaait
Cada um come do que gosta Ieder zijn smaak
Cada um que se governe Ieder voor zich
Cada um sabe de si, e Deus de todos Ieder voor zich en God voor ons allen
Cada um sabe onde o sapato lhe aperta Ieder weet waar de schoen wringt
Cada vez melhor Steeds beter
Caicai Jurk of hemd zonder bandjes/ Strapless
Cair na boca do lobo In het hol van de leeuw terecht komen
Cair a alma aos pés De moed zakt hem in de schoenen
Cair à cama Ziek worden
Cair a pique Loodrecht neervallen
Cair algum santo do altar Als een donderslag bij heldere hemel/ Er gebeurt iets onverwachts
Cair bem Goed (be)vallen
Cair mal Slecht (be)vallen
Cair bem com Goed te combineren met
Cair como um patinho Ergens intrappen (fig)
Cair das nuvens Terug op aarde vallen
Cair de chapa Voorover vallen
Cair de cu Op je billen terecht komen
Cair de patana Heel hard vallen
Cair de podre Uit elkaar vallen (van ouderdom)
Cair do pedestral Van zijn voetstuk vallen
Cair em Vervallen in
Cair em desgraça In ongenade vallen
Cair em si Tot inkeer komen
Cair mal com Slecht te combineren met
Cair na razão De zaak (zaken) nuchter bekijken
Cair na rede Ergens intrappen
Cair nas garras de alguém In iemands klauwen vallen
Cair nas unhas de alguém In iemands klauwen vallen
Cair no lasso In de val lopen
Cair numa armadilha In een valstrik lopen
Cair o coração aos pés De moed zakt iemand in de schoenen
Cair os parentes na lama De (familie) naam door het slijk halen
Cair que nem um anjinho Ergens met open ogen intrappen
Caixa das ideias Het hoofd/ De hersenen
Caixa de ar De borstkas
Caixa de fósforos Kleine afgesloten ruimte
Caixa de óculos Brillenjood
Caixinha de surpresas Een vat vol verrassingen/ De doos van Pandora
Calado que nem um rato Zo stil als een muis
Calar a boca a alguém Iemand de mond snoeien
Calar o bico Zijn mond houden
Calças a um lado, saias a outra Mannen en vrouwen gescheiden
Caldo entornado Een tegenvaller/ Een probleem
Calhar que nem ginjas Goed uitkomen
Cama, mesa e roupa lavada Een gespreid bedje
Caminho de cabras Een geitenpad
Camisa de vénus Een condoom
Cana sem isca, peixe não belisca Zonder aas geen vis
Canja de galinha não faz mal a ninguém Kippensoep doet een elk goed
Cansar-se de Genoeg krijgen van
Cantar a mesma cantiga Steeds hetzelfde liedje (zingen)
Cantar de galo Hoog van de toren blazen
Cantar vitória antes do tempo Te vroeg juichen
Canto de sereia Vleiende taal/ Lokroep
Cão que ladra não morde Blaffende honden bijten niet
Cara a cara Tegenover elkaar/ In eigen persoon
Cara abolachada Een dik rond gezicht
Cara de bolacha Een dik rond gezicht
Cara de caso Bezorgd kijken
Cara de enterro Begrafenisgezicht
Cara de fome Hongerige blik/ Vermagerd gezicht
Cara de pau Een uitgestreken gezicht
Cara de poucos amigos Een gezicht als een oorwurm
Cara ou coroa Kop(kruis) of munt
Cara-metade Wederhelft
Carga de água Stortregen
Carga de ossos Vel over been
Carne de canhão Kanonnenvlees
Carne viva Een open wond
Caro como fogo Peperduur
Carradas de razão Alle gelijk van de wereld
Carregar a sua cruz Zijn kruis dragen
Carregar o autoclismo Doortrekken (toilet)
Carregar pela boca Een makkie
Carroça do lixo Iets wat flink vertraagt/ Een traag iemand
Carta aberta Een open brief
Casa da malta De zoete inval
Casa de pai, escola de filho Zo vader, zo zoon/ De appel valt niet ver van de boom
Casa de prego Pandjeshuis
Casa mal-assombrada Spookhuis
Casa onde entra o sol, não entra o médico Een zonnig huis is een gezond huis
Casa onde não há pão, todos ralham e ninguém tem razão Waar armoede is, heerst geen goede sfeer
Casa roubada, trancas à porta Als het kalf verdronken is, dempt men de put
Casamento atrás da porta (da igreja) Samenwonen/ Hokken
Casca de noz Een notendop
Casca de rolhas Heel ver weg
Casca-grossa Een bruut
Caso bicudo Een moeilijk geval
Caso de consciência Een gewetenskwestie
Caso de força maior Een geval van overmacht
Castanhas boas e vinho novo fazem as delícias do São Martinho Sint Maarten is de tijd van kastanjes en nieuwe wijn
Castelo de cartas Een luchtkasteel/ Een illusie
Castelos no ar Luchtkastelen
Causar muito ruído Veel opzien baren
Cautela nunca é demais Je kunt nooit voorzichtig genoeg zijn
Cavalarias altas Te hoog gegrepen/ Te grote ambities
Cavar batatas Iemand buiten zetten/ Iemand wegsturen
Cedo deitar e cedo erguer, dá saúde e faz crescer Met de kippen op stok gaan
Cego como um morcego Zo blind als een mol
Cem cães a um osso Iedereen wil hetzelfde
Centro de acolhimento Een opvangcentrum
Cesteiro que faz um cesto faz um cento Als er een schaap over de dam is, volgen er meer
Chá de parreira Wijn
Chamar a atenção De aandacht trekken
Chão que deu uvas Dat is voorgoed voorbij/ Dat kan tegenwoordig niet meer
Chato como um prato Een zanikerd
Chega de falar nisso Genoeg gepraat (daarover)
Chega-lá aqui Kom eens hier
Chegar a horas Zijn tijd is gekomen/ Hij gaat sterven
Chegar à meta Het eind is in zicht
Chegar a mostarda ao nariz Het zit me tot hier
Chegar a roupa ao pêlo Slaan (iemand)
Chegar aos ouvidos Tot je doordringen wat je hoort
Chegar lá para as quinhentas Heel laat komen
Chegar para as encomendas Voldoende zijn/ Kunnen rondkomen
Chegar-se às boas Zich onderwerpen/ Ermee eens zijn
Chegar sem novidade Zonder ongelukken aankomen
Chegar às mãos Naar je toe komen/ In handen krijgen
Chega-te aos bons e serás um deles Ga met goede mensen om en je zult een goed persoon worden/ Kies je vrienden met zorg
Chegou ali e parou Geen toekomst hebben
Cheio até às orelhas Vol/ Verzadigd
Cheio até aos olhos Niet meer kunnen (eten)/ Vol zitten
Cheirar a chamusco Er zit een luchtje aan/ Het is geen zuivere koffie
Cheira a esturro Er zit een luchtje aan/ Het is geen zuivere koffie
Cheirar a saias Er zijn hier vrouwen
Chi (Xi) ou chi (xi)-coração Een omhelzing
Chichi Plasje (urine)
Chorar a rir Huilen van het lachen
Chorar baba e ranho Gierend huilen
Chorar como uma Madalena Erg huilen
Chorar como uma perdida Erg huilen
Chorar de riso Zich een kriek lachen
Chorar lágrimas de crocodilo Krokodillentranen huilen
Chorar sobre o leite derramado Gedane zaken nemen geen keer
Chover a potes Stortregenen
Chover a cântaros Pijpenstelen regenen
Chupar o (no) dedo/ chuchar Op een houtje bijten
Chuva não quebra ossos Je smelt niet van een beetje regen/ Je bent niet van suiker
Cinco horas e tal Over vijven
Cinco réis de gente Een onderdeurtje
Claro como a água Zo klaar als een klontje/ Glashelder
Claro como o dia Zo klaar als een klontje/ Glashelder
Claro como o sol Zo klaar als een klontje/ Glashelder
Claro como um provérbio de lama, de barro Zo helder als koffiedik
Claro que sim Natuurlijk wel
Cobrir o lanço De lat te hoog leggen
Cócó, ranheta e facada (os três da vida airada) De drie musketiers
Có-có-ró-ró Kukeleku
Coisa bem começada é meio acabada Een goed begin is het halve werk
Coisa esmerada Piekfijn in orde
Coisas de breca Duivelse zaken
Coisas e loisas Ditjes en datjes
Coisinha fofa Snoesje/ Schatje
Coisíssima nenhuma Absoluut niets
Coitadinho Stakkerd/ Och arme
Coitado do homem! Arme man/ Stakkerd
Colocar o carro adiante dos bois Het paard achter de wagen spannen
Colocar-se em evidência De aandacht trekken
Com a barba crescida Met een lange baard
Com a barriga à mostra Met blote buik
Com a breca Verduiveld
Com a cabeça no ar Onbezonnen/ Verstrooid/ Lichtzinnig
Com a corda no pescoço Met de strop om de nek
Com a corda na garganta Met de strop om de nek
Com a escola toda Uitgekiend/ Gehaaid
Com a faca e o queijo na mão De sleutel in handen hebben
Com a verdade me enganas Ik kan je niet geloven/ Je boezemt me wantrouwen in
Com ambas as mãos Met beide handen (aangrijpen)
Com armas e bagagens Gepakt en gezakt
Com as mãos a abanar Met lege handen
Com as mãos atadas Met de handen gebonden/ Onmachtig
Com as tripas do avesso Buiten zichzelf
Com bom dente Met goede eetlust
Com certeza Vast en zeker
Com coisas sérias não se brinca Met serieuze zaken moet je niet de draak steken
Com conta, peso e medida Met overleg te werk gaan/ Rechtvaardig
Com costela Als voorgeslacht hebben/ Verwant zijn met/ Voorouders hebben in
Com duas pedras na mão Vijandig
Com escasso pessoal Onderbemand
Com exatidão Accuraat
Com forte sotaque Met een zwaar accent
Com grande custo Met veel moeite
Com licença Sta me toe/ Met permissie
Com mais forte razão Reden temeer
Com muita fome não há mau pão Honger maakt rauwe bonen zoet
Com o braço ao peito Met gebroken arm
Com o cu na mão Bang zijn
Com o fogo não se brinca Je moet niet met vuur spelen
Com (o) fogo no rabo Met de duvel op zijn hielen
Com o gás todo Plankgas
Com o rabo entre as pernas Met de staart tussen de benen (afdruipen)
Com os pés para a cova Met één been in het graf
Com palha e milho, se leva o burro ao trilho Met de juiste aanwijzingen kom je er wel
Com pés e cabeça Met begin en einde (van een verhaal)
Com pézinhos de lã Voorzichtig/ Geniepig/ Zachtjes
Com pilhas de graça Erg grappig
Com quase toda a certeza Zo goed als zeker
Com tempo tudo se cura De tijd heelt alle wonden
Com todas as letras Voluit
Com todos os conformes Volgens de voorschriften
Com todos os FF e RR Tot in de puntjes verzorgd/ Af
Com um grão na asa Met een stuk in zijn kraag
Com uma grande pena minha Met veel moeite van mijn kant/ Jammer genoeg
Com uma mão por baixo e outra por cima Uiterst voorzichtig
Com uma perna às costas Geen enkel probleem/ Een fluitje van een cent/ Met twee vingers in de neus
Com unhas e dentes Uit alle macht
Com as tripas do avesso Buiten zichzelf van woede
Comboio de torresmos Langzaam vehikel/ Sloom persoon
Come para viver, não vivas para comer Eet om te leven, leef niet om te eten
Come menino e criar-te-ás; come velho e viverás Eet kind en ge zult groot worden, eet oude en je zult leven
Começar a apertar De tijd begint te dringen/ Het is bijna zover
Começar a levar caminho Op de goede weg zijn
Começar a mandar vir Ruzie maken/ Ruzie zoeken
Começar com o pé direito Goed beginnen
Comer a dente queixal Met lange tanden eten
Comer com os dentes da frente Met lange tanden eten
Comer com os olhos Met de ogen verslinden
Comer como um abade Eten als een wolf/ Eten als een paard
Comer como um bruto Onbeschoft eten
Comer como um passarinho Heel weinig eten
Comer como uma freira Eten als een spaaier, bootwerker, paard
Comer e calar Alles slikken, incasseren zonder een kik te geven
Comer e chorar por mais Er geen genoeg van kunnen krijgen
Comer e coçar está no começar Als je eenmaal begint kun je niet meer stoppen
Comer muito queijo Vergeetachtig zijn
Comer uma bucha Een stukje brood, boterham, broodje eten
Comes e bebes Hapjes en drankjes
Comeretes e beberetes Hapjes en drankjes
Comezana ou comezaina Overvloed aan eten
Comigo não faz farinha Met mij valt niet te spotten
Comilona Een veelvraat van een vrouw/ Een vrouw die van veel eten houdt
Como adiante veremos Zoals we verderop zullen zien
Como assim? Hoezo?
Como não? Hoezo niet?
Como cerejas In overvloed/ Bij de vleet
Como dois dedos da mesma mão Lijkt sprekend/ Als twee druppels water
Como é que eu faço chegar a…? Wat moet ik doen om in … te komen?
Como formigas Een mierennest
Como gente grande Als volwassenen
Como lhe corre a vida? Hoe staan de zaken?
Como manda a lei Zoals het hoort
Como manda o figurino Volgens de mode
Como o tempo passa depressa Wat vliegt de tijd
Como peixe na água Als een vis in het water
Como quem não quer a coisa Onverschilligheid fingeren
Como semeares assim colherás Gelijk men zaait zal men oogsten
Como tem passado? Hoe gaat het met u?
Como um cão Honds
Como um foguete Als een speer
Como um pinto Kletsnat/ Als een verzopen kat
Comprar gato por lebre Knollen voor citroenen kopen
Comer gato por lebre Knollen voor citroenen eten
Comprar cebolas por alhos Een kat in de zak kopen
Concordo Ik ben het ermee eens
Conforme ao nosso ajuste Volgens onze overeenkomst
Conforme é o passarinho, assim é o ninho Zoals het huis eruit ziet, zo zijn de bewoners
Conforme se toca assim se dança Uit het een komt het andere voort
Confusão de narizes Grote verwarring (grappig bedoeld)
Conhecer à légua Heel goed kennen/ Door en door kennen
Conhecer como as próprias mãos Kennen als zijn eigen broekzak
Conhecer como as próprios dedos Kennen als zijn eigen broekzak
Conhecer de ginjeira Grondig kennen/ Al heel lang kennen
Conhecer por dentro e por fora Door en door kennen
Conhece-se o marinheiro no meio da tempestade Bij noodweer leer je de schipper kennen
Conseguir uma coisa Iets voor elkaar krijgen
Conserva de atum Een blikje tonijn
Considero-o meu amigo Ik beschouw hem als een vriend
Conta redonda Een afgerond bedrag
Contar com Rekenen op (iemands aanwezigheid)
Contar em Rekenen op (iets te krijgen)
Contar os passos Langzaam lopen
Contente que nem um rato Meer dan tevreden
Contos da carochinha Fabeltjes/ Sprookjes
Contra a minha vontade Tegen mijn zin
Contra factos não há argumentos Tegen feiten valt niet te argumenteren
Contra ventos e marés Tegen alle tegenslagen in/ Tegen de klippen op
Contratempo Tegenvaller
Conversa de chacha Prietpraat
Conversa fiada Onzin uitkramen
Cor de burro quando foge Ondefinieerbare kleur
Coração ao pé da boca Het hart op de tong
Coração de bronze Een hart van steen
Coração de mármore Een hart van steen
Coração de pedra Een hart van steen
Corar de pudor Blozen van schaamte
Corpo a corpo Man tegen man
Corpo moído Gesloopt/ Een moe, pijnlijk lijf van het werken
Corra o ano como for, haja em agosto e setembro calor Het maakt niet uit wat voor weer het is geweest het hele jaar, als het in augustus en september maar mooi weer is.
Correr Ceca e Meca Stad en land afzoeken
Correr a sete pés Vluchten/ Er vandoor gaan
Correr a toque de caixa Snel lopen
Correr alguém Iemand verdrijven/ Iemand wegjagen
Correr às mil maravilhas Lopen als een trein/ Gesmeerd lopen
Correr como uma lebre Lopen als een haas
Correr de boca em boca Zich als een lopend vuurtje verspreiden/ Van mond tot mond gaan
Correr monte e vales Stad en land aflopen
Correr mundo Veel reizen
Correr riscos Risico(‘s) lopen
Cortar a palavra a alguém Iemand in de rede vallen
Cortar as asas Zijn vrijheid ontnemen
Cortar as voltas Om de zaak heen draaien
Cortar caminho Een snellere manier vinden
Cortar com Minderen (roken bijv)
Cortar em Minderen (roken bijv)
Cortar na casaca Praten achter iemands rug
Cortar na pele de Allerlei kwaads vertellen van
Cortar o fio De draad kwijtraken
Cortar o mal pela raiz Met wortel en tak uitroeien
Costas ao alto Werkeloos
Cova do dente Een kleine ruimte
Cozinha-se o pão enquanto o forno está quente Het ijzer smeden als het heet is
Creio que não Volgens mij niet/ Ik geloof van niet
Cresce e aparece Om kleine kinderen de mond te snoeren
Criançada ou criançalha Een groep kinderen
Criar asas Zich opgelucht voelen (na een rottijd)
Criar barriga Een buikje krijgen
Criar calo Ergens aan wennen
Criar raízes Wortel schieten (overdrachtelijk)
Crivado de dívidas Veel schulden hebben
Cruz credo Oh mijn god
Cruzar os braços Met de armen over elkaar gaan zitten, staan
Cruzes, canhoto! Afkloppen! Kruis je vingers
Cu tremido Niet te voet/ In een of ander voertuig
Cultura geral Algemene ontwikkeling
Cumprir o seu fadário Zijn bestemming volgen
Cumprir o seu papel Zijn toegewezen rol spelen
Curto de vista(s) Kortzichtig
Cuspir-lhe na cara Beledigen/ Een klap in zijn gezicht geven
Custar couro e cabelo Dat kost kapitalen
Custar muito Moeite kosten/ Moeite hebben met
Custar os olhos da cara Peperduur zijn
Custe o que custar Koste wat het kost
Dá licença Sta me toe/ Met permissie
Dá a César o que é de César e a Deus o que é de Deus Geef eenieder wat hem toekomt
Da boca para fora Zomaar iets zeggen/ Iets eruit flappen
Da cabeça aos pés Van top tot teen
Da cor Dezelfde politieke kleur
Dá Deus as nozes a quem não tem dentes Iets krijgen iets wat je niet verdient, iets wat te hoog gegrepen is
Dá Deus o frio conforme a roupa Kracht naar kruis ontvangen
Da discussão nasce a luz Al pratend kom je tot een oplossing
Da gema Oorspronkelijk
Da melhor forma Op zijn best
Da noite para o dia Van de ene op de andere dag
Da pior espécie Van het laagste allooi
Da ponta dos pés à raiz dos cabelos Van top tot teen
Da sua lavra Onder beheer/ Onder zijn paraplu
Dado que Gezien (het feit dat)
Dados lançados De feiten uiteengezet
Daí em diante Van toen af aan
Dá-lhe jeito? Schikt het u?
Dançar na corda bamba Balanceren op het slappe koord
Daqui a… Over…
Daqui a pouco Binnenkort/ Weldra
Daqui em diante Voortaan
Daqui não levas nada Je krijgt geen poot aan de grond
Dar a alma a Deus ou ao criador Sterven
Dar a conhecer Te kennen geven/ Laten weten
Dar a entender Signalen geven
Dar à estampa Afdrukken
Dar a lata De bons geven
Dar à língua Zijn mond voorbij praten
Dar à luz Kind baren/ Bevallen
Dar a mão Helpen(de hand toesteken)
Dar a mão à palmatória Schuld bekennen
Dar a palavra Zijn woord geven
Dar a saber Te kennen geven/ Laten weten
Dar à trela Kletsen
Dar a última de mão De laatste hand leggen aan
Dar à unha Nauwgezet werken
Dar a volta Van het tegendeel overtuigen
Dar a volta ao miolo Aan het denken zetten
Dar água pela barba Veel hoofdbrekens kosten
Dar água sem caneco Overbodig/onnuttig werk doen
Dar alguma coisa Iets opleveren
Dar alta Uit het ziekenhuis ontslaan
Dar andamento Vooruitgang boeken
Dar ao dedo Werken
Dar ao dente Eten
Dar aos dentes Eten
Dar ao miolo de alguém Iemand het hoofd op hol brengen
Dar ao pé Sneller lopen/ Dansen
Dar ao rabo Heupwiegen
Dar aos butes Vluchten
Dar aos calcanhares Vluchten
Dar ares de Eruit zien als
Dar arrepios Kippenvel bezorgen
Dar as boas vindas Welkom heten
Dar as boas-festas Goede feestdagen wensen (met kerstmis)
Dar às mãos cheias Gul geven
Dar asas a Vleugels geven aan
Dar baixa ao hospital In het ziekenhuis opgenomen worden
Dar banho à minhoca Aan het vissen zijn
Dar barraca Onzin uithalen waar anderen bij zijn/ Een scene
maken
Dar bronca Een schandaal veroorzaken
Dar cabo de Vernielen/ Vernietigen
Dar cabo dos nervos Iemand het bloed onder de nagels vandaan halen
Dar cartas Laten zien dat je iets kunt/ Open kaart spelen
Dar cavaco Zijn mond opentrekken/ Praten
Dar cavaquinho Zijn mond opentrekken/ Praten
Dar com Tegenkomen/ Ontmoeten/ Vinden
Dar com a língua nos dentes Een geheim prijsgeven/ zijn mond voorbij praten
Dar com a tampa Iemand afwijzen
Dar com as ventas na porta Afgescheept worden/Voor een gesloten de deur komen
Dar com o nariz na porta Afgescheept worden/Voor een gesloten de deur komen
Dar com os pés Weigeren/ Verwerpen
Dar confiança Aandacht aan besteden/ Geen afstand nemen
Dar conta de Zich rekenschap geven van
Dar conta do recado Een situatie aankunnen
Dar conta In de gaten hebben
Dar corda Iemand aanmoedigen te praten/ Aan de praat houden
Dar corda aos sapatos Weglopen
Dar cuidados Zorgen baren
Dar de cara com Oog in oog staan met/ Tegen het lijf lopen
Dar de chapa com Oog in oog staan met/ Tegen het lijf lopen
Dar de mão beijada Belangeloos geven
Dar de volta Terugbezorgen/ Terug geven
Dar dois dedos de conversa Bijpraten/ Een praatje maken
Dar duas palavrinhas de conversa Weinig praten/ Een beetje praten
Dar em Resulteren in/ Uitlopen op
Dar em alguém Iemand slaag geven
Dar em doido Gek worden
Dar em nada Met een sisser aflopen
Dar em pantana Verknoeien/ Verkwisten
Dar esmola não empobrece Van een aalmoes geven word je niet arm
Dar fiasco Een fiasco worden
Dar frutos Vruchten afwerpen
Dar galo In het water vallen
Dar gosto a Genoegen doen aan
Dar graças a Hartelijk danken/ Dankbaar zijn voor
Dar graças por Hartelijk danken/ Dankbaar zijn voor
Dar graxa Slijmen
Dar horas De klok slaat
Dar horas a Uren besteden aan
Dar jeito Goed uitkomen/ Van nut zijn
Dar lembranças a De groeten overbrengen aan
Dar lugar a Plaatsmaken voor
Dar má vida a Het leven zuur maken
Dar manteiga Stroop om de mond smeren/ Vleien/ Slijmen
Dar margem a Aanleiding geven tot
Dar molho Problemen geven
Dar na mesma Op hetzelfde neerkomen
Dar nas vistas In het oog springen/ Opvallen
Dar no duro Hard werken (flink doorwerken)
Dar no goto de In de gunst vallen
Dar nos dentes Iets verklappen/ Zijn mond voorbij praten
Dar nozes a quem não tem dentes Iets geven aan iemand aan wie het niet besteed is/ Water naar de zee dragen
Dar o benefício da dúvida Het voordeel van de twijfel geven
Dar o braço a torcer Fout toegeven
Dar o dito por não dito Ontkennen/ Zijn woorden herroepen
Dar o fora Op de vlucht slaan
Dar o nó Het jawoord geven
Dar o passo Trouwen
Dar o pé e tomarem-lhe a mão Als je hem een vinger geeft, pakt hij de hele hand
Dar o primeiro passo Het initiatief nemen
Dar o salto Vluchten
Dar o triste pio Sterven
Dar origem a Aan de oorsprong staan/liggen van
Dar os améns Ja en amen zeggen
Dar ouvidos a Gehoor geven aan
Dar para Goed zijn/ Genoeg zijn voor/ Volstaan om te/ Geschikt zijn voor/ Mogelijk zijn
Dar para o torto Scheeflopen
Dar para pêras Iets wat erg lang kan duren
Dar para trás Tegenspreken/ Censureren
Dar parte Aangifte doen
Dar parte de alguém Een aanklacht indienen tegen iemand
Dar parte de fraco Zijn zwakte tonen/ Toegeven dat iets niet lukt
Dar pau na máquina Urgentie verlenen
Dar pela coisa In de gaten hebben
Dar pérolas a porcos Parels voor de zwijnen gooien
Dar por Aandacht schenken aan/ Zich rekenschap geven van
Dar por certo Voor lief nemen
Dar por paus e por pedras Heel boos worden
Dar quartel a Onderdak geven aan
Dar que (falar) Aanleiding geven tot praatjes
Dar rédea (solta) De touwtjes laten vieren
Dar saída Een uitweg bieden
Dar sentenças Ongevraagd zijn mening geven
Dar sinal Een waarschuwing afgeven
Dar sinal de si Zichzelf manifesteren
Dar sopa Niet thuis geven/ Nee zeggen
Dar tampa Niet thuis geven/ Nee zeggen
Dar tempo ao tempo De tijd nemen voor iets
Dar tempo de Tijd genoeg zijn
Dar tempo para Tijd genoeg zijn voor
Dar trabalho Veel werk geven/ Tot last zijn
Dar tréguas Vrede sluiten
Dar trela Praten/ Antwoord geven/ Flirten
Dar troco Van repliek dienen/ Vertrouwen geven/ Antwoord geven
Dar tudo por tudo Alles op alles zetten
Dar um ar da sua graça Iets van zijn kunnen laten zien
Dar um empurrão Een duwtje in de rug geven
Dar um giro Een ommetje maken
Dar um golpe Iets doen wat niet door de beugel kan
Dar um jeito Ergens iets op vinden
Dar um passo atrás Een stapje terug doen
Dar um passo de gigante Met een sprong vooruit gaan
Dar um passo em falso Een misstap begaan
Dar um pé(zinho) de dança Dansen/ Een dansje wagen/ Een dansje doen
Dar um pontapé na gramática Een taalfout maken
Dar um pontapé na sorte Een kans maken
Dar um puxão de orelhas Een draai om de oren geven/ Een oorvijg geven
Dar um puxão às orelhas Een draai om de oren geven/ Een oorvijg geven
Dar um salto em Promotie maken
Dar um toque Kort opbellen/ Een hint geven
Dar uma (duas) palavras Een woordje wisselen
Dar uma boleia Een lift geven
Dar uma conferência Een toespraak/bijeenkomst/conferentie houden
Dar uma curva Een ommetje maken
Dar uma dica Een tip/aanwijzing geven
Dar uma lição Een lesje leren
Dar uma mão(zinha) Een handje helpen
Dar uma no cravo e outra na ferradura Een ding goed doen/ Een steentje bijdragen, een ander ding fout
Dar uma passa Een jointje roken
Dar uma turra Een kopstoot geven
Dar uma vista de olhos Een blik werpen/ Een kijkje nemen
Dar uma volta Een ommetje maken
Dar umas dicas Tips geven
Dar vazão Plaatsmaken voor
Dar volta para trás Terugdraaien
Dar voltas à cabeça Zich suf peinzen/ Piekeren
Dar voltas ao miolo Zijn hersens pijnigen
Dar em cheio In de roos
Dar com a porta na cara De deur voor iemands neus dichtgooien
Dar-lhe a mosca Plotseling van mening veranderen/ 180 gr omdraaien/ Kwaaie zin hebben
Dar-lhe na gana In een opwelling
Dar-lhe na real gana In een opwelling
Dar-se ares de Zich uitgeven voor/ Doen alsof
Dar-se bem com Goed kunnen opschieten met/ Met iemand door één deur kunnen
Dar-se mal com Niet kunnen opschieten met
Dar-se por vencido Zich gewonnen geven
Dar um jeitinho Een handje helpen/ Met een handigheidje oplossen/ Een (uit)weg zijn
Data limite Streefdatum
De (se lhe) tirar o chapéu Om je petje voor af te nemen
De abalado Bijna weg/ Klaar om te vertrekken
De algodão velho não se faz bom pano Goed gereedschap is het halve werk
De alma e coração Met hart en ziel
De alto cai, quem alto sobe Wie hoog vliegt kan diep vallen
De antes quebrar que torcer Liever barsten dan buigen
De arromba Luisterrijk/ Glansrijk/ Excellent
De bago em bago é que a galinha enche o papo Elke dag een draadje is een hemdsmouw in het jaar/ Vele kleintjes maken een grote
De baixo estofo Van slechte kwaliteit/ Van laag allooi
De boa fé Te goeder trouw
De boa mente Met goede bedoelingen
De boa pinta Met een goed voorkomen
De boas intenções o inferno está cheio De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens
De bom quartel Een goed tehuis
De bom vinho, bom vinagre Van een goede wijn krijg je goede azijn
De borla Gratis
De braços dados Gearmd
De cabeça Van buiten/ Uit het (blote) hoofd
De cabeça até os pés Van tot tot teen
De cabeça baixa Met gebogen hoofd/ Beschaamd/ Verlegen/ Niets doen
De cabelo na venta Met een slecht karakter/ Licht ontvlambaar
De cácacará Van weinig waarde
De caras Plotseling
De caso pensado Met voorbedachte rade
De cavalo para burro Achteruit gaan
De chinelo no pé Armoedig
De comer e chorar por mais Om je vingers bij af te likken
De contar pelos dedos Op de vingers van één hand te tellen
De contente se te ri o dente Big smile/ Zijn tanden bloot lachen
De cor e salteado Uit je hoofd leren
De corpo e alma Met hart en ziel
De corrida Vluchtig/ Met de Franse slag
De cortar o coração Hartverscheurend
De dois em dois dias Om de andere dag
De espada em riste Klaar voor de aanval
De Espanha nem bom vento nem bom casamento Er komt niets goeds uit Spanje
De esperanças In verwachting
De fio a pavio Van a tot z
De gema Puur/ Oorspronkelijk
De grande tomo Van groot belang
De grão em grão a galinha enche o papo Stukje bij beetje kom je verder
De igual para igual Op voet van gelijkheid
De lamber os beiços Om zijn lippen bij af te likken
De lamber os dedos Om zijn vingers bij af te likken
De lança em riste Klaar om aan te vallen
De lés a lés Van het ene eind naar het andere
De má fama Slecht bekend staan/ Berucht zijn/ Bekend als de bonte hond
De má mente Met slechte bedoelingen
De mal a pior Van kwaad tot erger
De maneira nenhuma Geen sprake van
De manso Stilletjes
De mão em mão Van hand tot hand/ Veel gebruikt
De mãos a abanar Met lege handen
De marca barbante Beneden alle peil
De mau grado Tegen wil en dank
De meia-cara Niet veel zaaks
De meia em meia hora Om het halve uur
De meia tigela Van weinig waarde
De memória Uit het hoofd
De moeda em moeda se faz uma fortuna Veel kleintjes maken een grote/ Wie het kleine niet eert is het grote niet weerd
De nada Geen dank
De noite todos os gatos são pardos ‘S nachts ziet men je niet/ Het maakt niet uit
De olhos fechados Met de ogen dicht
De opinião firme Bij hoog en bij laag beweren
De orelha murcha Moedeloos/ Gedesillusioneerd
De orelha caída Moedeloos/ Gedesillusioneerd
De pé atrás Voorzichtig/ Gewaarschuwd
De pé para a mão Opeens
De pedra e cal Zo vast als een huis/ Solide/ Duurzaam
De pequenino é que se torce o pepino Jong geleerd is oude gedaan
De pernas para o ar Op zijn rug
De pés e mãos atados Met handen en voeten gebonden
De ponta a ponta Geheel en al/ Van begin tot einde
De ponto em branco Perfect gekleed
De poucas palavras Van weinig woorden
De primeira água Excellent
De pronto In een wip
De propósito Expres
De qualquer maneira Hoe dan ook
De que se trata? Waar gaat het om,  over?
De raminho em raminho, o passarinho faz o ninho Stukje voor stukje bouw je iets op
De saias Van vrouwen
De sol a sol De hele dag/ Van zonsopgang tot zonsondergang
De tamanho de bolso In zakformaat
De tanga Platzak
De tostão em tostão chega-se ao milho Vele kleintjes maken een grote
De trás da orelha Van prima kwaliteit
De três em três dias Om de drie dagen
De trombas Boos/ Nors
De um tiro Ineens/ Eensklaps/ Plotsklaps
De uma só peça Uit één stuk
De uma vez In één keer
De vento em popa Met de wind in de rug
De viva voz Hardop
Debaixo das asas Onder iemands vleugels
Debaixo da língua Niet op kunnen komen/ Op het puntje van mijn tong
Defender-se com unhas e dentes Zich met hand en tand verzetten
Deitar para trás das costas Achter zich laten
Deitar a casa abaixo De tent afbreken
Deitar a culpa a outra De schuld op een ander schuiven
Deitar a escada Eten op kosten van een ander
Deitar a fugir Op de vlucht slaan
Deitar a mão a Alles aanpakken/ Helpen/ In bezit nemen/ Vastpakken
Deitar a rede Vleien/ Een netwerk opbouwen
Deitar água na fervura De gemoederen tot bedaren brengen
Deitar água no vinho Water bij de wijn doen
Deitar as mãos à cabeça Bang zijn
Deitar as unhas a Ergens beslag op leggen
Deitar cedo e cedo erguer dá saúde e faz crescer De morgenstond heeft goud in de mond
Deitar contas à vida Zijn leven overdenken
Deitar foguetes Vieren
Deitar foguetes antes da festa Alleluja roepen voor het Pasen is
Deitar fora Weggooien
Deitar lenha na fogueira Olie op het vuur gooien
Deitar achas na fogueira Olie op het vuur gooien
Deitar o anzol Iets gedaan zien te krijgen op indirecte wijze/
Een spierinkje uitwerpen
Deitar o caração ao largo Proberen zich geen zorgen te maken/ Zichzelf niet kwellen
Deitar o olho Nastreven/ Een oogje hebben op
Deitar o rabo de alho Steels aankijken
Deitar poeira nos olhos Zand in de ogen strooien
Deitar-se costas para cima Op zijn buik gaan liggen
Deitar tudo a perder Alles kwijt kunnen raken
Deitar tudo para trás das costas Alle zorgen vergeten/ Alle zorgen achter zich laten
Deixa estar! Niet doen/ Laat dat!
Deixa-me em paz Laat me met rust
Deixa ver Eens even kijken
Deixar(-se) levar Zich laten meeslepen
Deixar a desejar Niet aan verwachtingen voldoen
Deixar andar Zijn gang laten gaan
Deixar correr Zijn gang laten gaan
Deixar às escuras In het duister laten
Deixar de lado Links laten liggen/ Terzijde laten
Deixar de … Niet meer
Deixar filtrar uma notícia Censuur plegen
Deixar ir tudo por água a baixo Alles door eigen schuld verliezen
Deixar para amanhã Uitstellen/ Voor zich uit schuiven
Deixar passar a onda Wachten tot de storm is overgewaaid
Deixar de cantigas Er het zwijgen toe doen/ Geen argumenten meer hebben
Deixar-se de conversas Er het zwijgen toe doen/ Geen argumenten meer hebben
Deixar-se de fitas Net doen alsof/ Simuleren
Deixar-se de histórias Er niet langer omheen draaien
Deixar-se de lérias Er het zwijgen toe doen/ Geen argumenten meer hebben
Deixar-se de tretas Er het zwijgen toe doen/ Geen argumenten meer hebben
Deixar um sinal Een aanbetaling doen
Deixar uma porta aberta De deur op een kier laten staan
Dentro de pouco Binnenkort
Depois da tempestada vem o bom tempo Na regen komt zonneschijn
Depois digo Dat zeg ik later wel
Depois do mal feito todos o tinham previsto Achteraf heeft iedereen het zien aankomen
Depressa e bem não faz ninguém Haastige spoed is zelden goed
Depressa e bem não há quem Haastige spoed is zelden goed
Depressa e bem, há pouco quem Haastige spoed is zelden goed
Deram-me Ik heb (het) gekregen
Derramar o seu sangue pela pátria Zijn leven geven voor het vaderland
Derreter-se todo Helemaal wegsmelten
Desabafar as suas penas com Zijn hart uitstorten bij
Desatar a chorar In huilen uitbarsten
Desatar a língua Zijn mond opendoen
Descalçar a bota Een probleem oplossen/ Een probleem van zich afzetten
Descansada da vida Een onbezorgd leven
Desconchavado Sloddervos
Desculpas de mau pagador Verontschuldigingen die niet overtuigen
Desculpe a triste figura Excuses voor het gedrag
Desde já Van nu af aan
Desde o primeiro até ao último Van de eerste tot de laatste
Desejar ver pelas costas Iemand weg wensen
Desencosta-te Ga overeind zitten/ Ga recht zitten
Desenferrujar a língua Veel praten en roddelen
Desenrascado Niet bang om te praten, iets te zeggen/ Zelfstandig/ Ondernemend
Desistir Bij de pakken neerzitten/ Zich gewonnen geven/ Het opgeven
Desfazer um mal-entendido Een misverstand uit de weg ruimen
Desfiar a ladainha Zich beklagen over bekende dingen/ Hetzelfde liedje
Desfitar os olhos de De ogen afwenden van
Desmancha-prazeres Spelbreker
Desmanchar e fazer, tudo é aprender Opstaan en opnieuw beginnen is leerzaam
Desopilar o fígado Lachen
Despejar a tripa Zijn darmen legen
Despejar o saco Zijn gal spuwen / Alles opbiechten
Dessa não caio abaixo Hier trap ik niet in
Desta feita Voor deze keer
Desterrar saudades Zijn heimwee verdrijven
Deu na tv Het was op tv
Deus dá as nozes mas não as parte God geeft de mogelijkheden, maar je moet het zelf doen
Deus dá farinha, mas não amassa o pão God geeft de mogelijkheden, maar je moet het zelf doen
Deus dá o frio conforme o cobertor Men krijgt kracht naar kruis
Deus escreve direito por linhas tortas Gods wegen zijn ondoorgrondelijk
Deus me livre God behoede mij/ God verhoede
Devagar com o andar, que o santo é de barro Voorzichtig, er kan iets breken
Devagar que tenho pressa Schiet een beetje op
Devagar se vai ao longe Langzaamaan, zachtjesaan, dan breekt het lijntje niet
Dever os olhos de cara Veel schulden hebben
Dez cães e um osso Iets wat iedereen wil hebben
Dia a dia Dagelijks/ Van dag tot dag
Dia de pagamento Je gulp staat open
Dia sim, dia não Om de andere dag
Diabos me levem De duivel mag me halen (irritatie)
Dias magros Vastendagen
Dias não são dias Niet alle dagen hetzelfde/ Het zijn bijzondere dagen, feestdagen
Difícil de contentar Niet snel tevreden
Diz com quem andas que direi quem és Zeg me wie je vrienden zijn en ik zeg je wie jij bent
Dinheiro chama dinheiro Geld trekt geld aan
Dinheiro não conhece dono Geld heeft geen naam
Dinheiro não traz felicidade Geld maakt niet gelukkig
Disfarçar a voz Zijn stem verdraaien
Dito cujo Het betreffende
Dito e feito Zo gezegd, zo gedaan
Diverte-te Veel plezier
Diz-lá Zeg het maar
Diz o roto ao nu (porque não te vestes tu?) De pot verwijt de ketel (dat hij zwart ziet)
Dizer à boca cheia Iets helemaal uit de doeken doen
Dizer alto e bom som Vrijuit praten
Dizer coisas no ar Praten als een kip zonder kop
Dizer das boas Direct zijn/ Van zich af bijten
Dizer de sua justiça Voor zijn mening uitkomen
Dizer nas bochechas de Recht in het gezicht zeggen van
Dizer o que vem à boca Zeggen wat in je opkomt
Dizer trinta por uma linha Kwaadspreken
Dizer (falar) com, para os seus botões In zichzelf praten/ Voor zich uit mompelen
Do arco da velha Oud/ Uit de vorige eeuw
Do bom e do melhor Het beste van het beste
Do bom vinho bom vinagre Kwaliteit van de grondstof bepaalt de kwaliteit van het product
Do corrente deste mês In de loop van deze maand
Do dia para a noite Onverwacht/ Plotseling
Do nascente com Ten oosten van
Do pé para a mão Van het ene moment op het andere
Do peito Uit het hart
Do poente com Ten westen van
Do prato à boca arrefece a sopa De soep wordt niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend
Do tempo dos afonsinhos Uit het jaar nul
Do tempo da Maria Cachucha Uit het jaar nul
Do tempo da outra senhora Uit de tijd van het vorige regime, van Salazar
Do trabalho e da experiência, aprendeu o homem a ciência Al doende leert men
Dobrar a língua Zich zorgvuldig uitdrukken
Dobrar o cabo das Tormentas Een groot probleem de baas worden
Dobrar um cabo Een klif omzeilen
Doido varrido Stapelgek
Dói-dói Een pijntje/ Au
Dois dedos de conversa Een praatje
Donde é? Waar komt u vandaan?
Dor de corno (plat) Liefdesverdriet
Dor de cotovelo Jaloers
Dormir à sombra da bananeira Onbezorgd
Dormir a sono solto Vast, diep slapen
Dormir com as galinhas Met de kippen opstok gaan/ Vroeg naar bed gaan
Dormir como uma pedra Slapen als een roos, blok
Dormir como um prego Slapen als een roos, blok
Dormir que nem uma pedra Slapen als een roos, blok
Dormir que nem um prego Slapen als een roos, blok
Dos fracos não reza a história de zwakken halen de geschiedenisboeken niet/ Je moet sterk
zijn
Dose de cavalo Enorme hoeveelheid
Duas palavrinhas Een kruiwagen/ Een gunst vragen
Duas pedras ásperas não fazem farinha Twee koppige mensen kunnen niet met elkaar opschieten
Duma assentada In één keer
Durante o dia Overdag
Duro de ouvido Hardhorend/ Slechthorend
É bem feito Dat zal je leren
É bem-vindo quem vier por bem Wie met goede bedoelingen komt is welkom
É canja Dat is een makkie
É como dia e noite Dat is (een verschil) als dag en nacht
É como os de Santarém, pela manhã estão mal e à noite estão bem Treiterig zinnetje tegen iemand die zeurt, klaagt
É como S. Benedito: não come, nem bebe e anda gordito Zegt men spottend tegen iemand die beweert weinig te eten
É costume Dat is een gewoonte
É da insistência que se faz a resistência De aanhouder wint/ Van de nood een deugd maken
É da proibição que nasce a tentação Wat verboden is is verleidelijk/ Verboden vruchten zijn het zoetst
É de bom tom Bom ton/ Van kwaliteit
É de difícil acesso Het is slecht toegankelijk
É de gritos Zegt men over iets van grote klasse, een aantrekkelijke vrouw bij voorbeeld
É do caraças (straattaal) Heel goed/ Moeilijk/ Problematisch
É errando que se aprende Van zijn fouten leer je
É isso Dat is zo/ Zo is het maar net
É isso mesmo! Dat is het ‘m!/ Zo is het maar net
É maior e vacinado Het is je eigen verantwoordelijkheid, je bent immers volwassen
É mais fácil prometer do que esquecer Het is gemakkelijker beloven dan vergeten
É mais fácil prometer que dar Het is makkelijker beloven dan doen/ Beloven kost niks
É melhor um sim tardio que um não vazio Beter een late ja dan een nee/ Nee heb je, ja kun je krijgen
É muita areia para a minha camioneta Dat gaat boven mijn pet
É muito esperto mas não caça ratos Met jouw slimheid komen we niet ver/ Goed bedacht maar dat zet geen zoden aan de dijk
É na necessidade que se conhece o amigo In nood leert men zijn vrienden kennen
É no fim que tudo acaba Aan alles komt een eind
É o cabo dos trabalhos Zegt men als iets heel moeilijk is/ A hell of a job
É o feitio dele Zo is hij (nu eenmaal)/ Typisch hij
É o fim (da macacada) Nou is het afgelopen/ Afgelopen uit
E o mais são histórias Verder is het van geen belang/ De rest is geschiedenis
É o mais são cantigas Verder is het van geen belang
É ou oito ou oitenta Het is hollen of stilstaan
É outra loiça Dat is andere koek
É outra música Dat is iets anders
É pão com manteiga Is gemakkelijk/ Dat is lekker gemakkelijk
É para oferta Het is een cadeautje
É pêras Het is prima/ Het, dit, dat is veel beter
É pior a emenda do que o soneto Van de wal in de sloot raken
É preciso ver para crer Eerst zien, dan geloven
E que tal? En?/ Dus?
É queijo Is makkelijk/ Is een eitje
É só dizer Je hoeft het maar te zeggen
É tal e qual a cara do pai Hij lijkt precies op zijn vader
E tumba catacumba Geluid van iets dat valt nadoen
É um barra Een kanjer
É um mar de rosas Alles gaat van een leien dakje
É uma boa bisca Hij is niet te vertrouwen
É uma boa peça Die deugt niet
É uma faca de dois gumes Het is een tweezijdig zwaard/ Het mes snijdt aan twee kanten
É uma maravilha Het is schitterend, heerlijk
É verdade Klopt/ Dat is waar
É a vida Zo is het leven
Eis aqui Zie hier
Ela anda com tosse Zij hoest de laatste tijd
Ela está boa Het gaat goed met haar
Ela mal disse uma palavra Zij heeft nauwelijks iets gezegd
Ela tem jeito Zij is handig
Ela é jeitosa Zij is handig
Ela vestia de preto Zij was in het zwart/ Zij was in de rouw
Ele a dar-lhe e a burra a fugir Hij probeert op alle manieren onder kritiek uit te komen
Ele diz nem truz nem muz Hij zegt boe noch bah/ Hij zegt geen stom woord
Ele é a alegria da casa Hij is het zonnetje in huis
Ele é muito metido consigo Hij is zeer gesloten
Ele está melhor Hij is aan de beterende hand
Ele não deixa Het mag niet van hem
Ele não sai da beira dela Hij wijkt niet van haar zijde
Ele não vê um palmo diante do nariz Hij ziet geen hand voor ogen
Ele se sobressai dos demais Hij steekt met kop en schouders boven de rest uit
Ele tem falta de vista Hij ziet slecht/ Hij ziet geen hand voor ogen
Ele tem o mesmo nome que tu Hij heet net zoals jij
Ele tem um sotaque carregado Hij spreekt met een zwaar accent
Ele tinha (um) bom aspeto Hij zag er goed uit
Eles lá sabem Zij moeten het zelf maar weten
Eles não matam, mas moem Je gaat er niet dood aan, maar het is wel vermoeiend
Eles que esperem Laat ze maar wachten
Em agosto secam os montes, em setembro as fontes Het is erg warm/ Het is om af te pikken
Em alto grau In hoge mate
Em alto gritos Met veel misbaar
Em baixo de forma Niet in vorm
Em boas condições físicas Gezond naar lijf en leden
Em boas mãos In goede handen
Em boca fechada não entra mosquito Mondje dicht, anders vliegen de muggen naar binnen
Em breves termos  In het kort
Em busca de Op zoek naar
Em câmara lenta In slow motion
Em carne e osso In eigen persoon
Em casa Thuis
Em casa onde não há pão, todos ralham e ninguém tem razão Waar geen eten is, is er altijd ruzie
Em cascos de rolha Ver weg
Em caso de emergência In geval van nood
Em cheio Volledig
Em cima da hora Op het laatste nippertje
Em criança Als kind
Em dia de vitória ninguém fica cansado Van feesten word je niet moe
Em direto Live (rechtstreeks)
Em fevereiro chuva, em agosto uva Alles op zijn tijd
Em força In zijn totaliteit
Em linha Op een rij
Em maior ou menor grau In meer of mindere mate
Em maus lençõis In de problemen
Em massa In groten getale
Em média Gemiddeld
Em pé de guerra Strijdbaar
Em peso In zijn totaliteit
Em plena rua Midden op straat
Em ponto grande Op grote schaal
Em pouco muito se diz Met weinig woorden kun je veel zeggen
Em pratos limpos Duidelijk
Em primeira mão Uit de eerste hand/ Nieuw
Em pulgas Ongeduldig/ In afwachting
Em que sentido? In welke zin?
Em Roma sê romano Pas je aan waar je bent
Em sua terra ninguém é profeta Niemand is profeet in eigen land
Em tempo de guerra não se limpam armas Nood breekt wet/ In tijden van nood kijkt men niet zo nauw
Em todo o caso In elk geval
Em trajes menores In ondergoed
Em troços gerais Grosso modo/ In ruwe trekken
Em última instância Per slot van rekening
Em vista das tuas Vergeleken met de jouwe
Em voga In de mode
Em (nos) bicos de pé Op je tenen (stilletjes)/ Op kousenvoeten
Em roda Om zich heen
Empertigar-se todo Zich in zijn volle lengte oprichten
Empregar (gastar) o latim Proberen te overtuigen
Empregar (gastar) o melhor do seu latim Proberen te overtuigen
Emprenhar pelos ouvidos Goedgelovig zijn/ Intriges geloven
Encharcar em suor In zijn zweet baden
Encharcado como um pinto Doornat/ Druipnat/ Doorweekt
Encher a barriga Zich verzadigen/ Zijn buikje rond eten
Encher o papo Zich verzadigen
Encher a tripa Eten/ Zijn maag vullen
Encolher os ombros Zijn schouders ophalen
Encostar à parede Met de rug tegen de muur zetten
Encostar a roupa ao pêlo Iemand in elkaar slaan
Encostar-se Stoppen met werken
Encostar-se à bananeira Goede steun, bescherming verwerven/ Niks doen/ Verwachten dat anderen het doen
Enfiar a carapuça Ergens intrappen/ Bij de neus genomen worden
Enfiar o barrete Ergens intrappen/ Bij de neus genomen worden
Enfrentar o touro pelos cornos De koe bij de horens vatten
Enganar a morte De dans ontspringen
Engolir em seco Zwijgend ondergaan/ Slikken/ De mond gesnoerd
Engraxa-botas Vleier / Meeprater/ Slijmerd/ Pluimstrijker
Enquanto há vida, há esperança Zolang er leven is, is er hoop
Enquanto o diabo esfrega um olho In een oogwenk
Ensinar o padre nosso ao vigário Raad geven aan iemand die het zelf beter weet
Então pronto Goed dan/ Vooruit dan
Enterrar a cabeça na areia Zijn kop in het zand steken
Enterrar a unha Duur verkopen
Entrar às escondidas Binnensluipen
Entrar com o pé direito Met de rechtervoet binnenkomen brengt geluk
Entrar de caras Meteen ter zake komen
Entrar em luta com Slaags raken met
Entrar mudo e sair calado De hele tijd zwijgen
Entrar na dança Ergens aan gaan deelnemen
Entrar na fechadura In het slot passen
Entrar na linha Verbeteren/ Zich beheersen
Entrar no vivo da questão Tot de kern van de zaak doordringen
Entrar nos eixos Verstandig zijn/ Op de juiste weg zijn/ Op het goede pad zijn
Entrar pela porta do cavalo Op een ongewone plek binnenkomen/ Via achterdeurtjes
Entrar por um ouvido e sair por outro Het ene oor in en het andere oor uit
Entrar por uma orelha e sair pela outra Het ene oor in en het andere oor uit
Entre a espada e a parede In het nauw gedreven/ Geen ontsnappen meer aan
Entre marido e mulher não se mete a colher Kom niet tussen een echtpaar
Entre quatro paredes In het geheim/ Binnenskamers
Entregar-se de corpo e alma Zich met hart en ziel inzetten
Entreter o tempo Zijn tijd verdoen
Era dos Alfonsinhos Uit het jaar nul
Era o que lhe tinha chamado Zo werd hij/zij genoemd
Erguer a crista Zich arrogant opstellen/ Het hoog in de bol hebben
Erguer a crimpa Zich arrogant opstellen/ Het hoog in de bol hebben
Erguer-se uma voz contra Zijn stem verheffen tegen
Errar é humano, perdoar é divino Vergissen is menselijk, vergeven is goddelijk
Errar o golpe Zijn doel missen
Erva má cresce depressa Onkruid tiert welig
Erva ruim a geada não mata Onkruid vergaat niet
És o meu pecado Ik kan jou niet weerstaan
Escapa Het gaat ermee door
Escapar por entre os dedos Door de vingers glippen
Escapar por um triz Op het nippertje ontkomen 
Escapar por uma unha negra Ternauwernood ontkomen
Escorradio como uma enguia Zo glad als een aal
Escorregar numa casca de banana Ergens intrappen (grap)
Escorregar numa casca de laranja Ergens intrappen (grap)
Escrever algumas linhas Een briefje schrijven/ Een kattenbelletje schrijven
Escrever direito por linhas tortas Gods wegen zijn ondoorgrondelijk
Escuro como breu Stikdonker
Esfregar as mãos de contente Zich tevreden in de handen wrijven
Espanta-brasas Onruststoker
Espanta pardais Vogelverschrikker
Espere o melhor, prepare-se para o pior Wees altijd voorbereid op het ergste
Esperteza de rato Valse sluwheid
Esperteza saloia Doorzichtig bedrog/ Iemand denkt slim te zijn maar is dom
Espírito pequeno Een bekrompen mens/ Kortzichtig iemand
Essa é forte! Die is goed!/ Die is sterk
Está mais cheio U bent dikker geworden
Está na cara Het ligt er dik bovenop/ Het is overduidelijk
Está na mesma como a lesma Het, hij schiet niet op
Está tudo certo Alles klopt
Esta vida são dois dias e o Carnaval são três Het leven is kort, geniet ervan/ Pluk de dag
Estalar de riso Barsten van het lachen
Estão as bruxas a pentear-se Het regent en de zon schijnt (het is kermis in de hel)
Estar(-se) nas tintas Niet kunnen schelen
Estar (ficar) de cara amarrada Een zuur gezicht hebben (trekken)/ Een lang gezicht hebben
Estar (ficar) de orelha em pé Zijn oren spitsen
Estar dentro (de) Ergens goed inzitten/ Op de hoogte zijn
Estar (ficar) em branco Van niets weten
Estar (ficar) em conta Goedkoop zijn
Estar à altura Aan de verwachtingen beantwoorden, voldoen
Estar à boa vida Het ervan nemen/ Een luizenleventje hebben
Estar a brocha Zenuwachtig zijn
Estar a cair aos bocados Uitgeput zijn
Estar a cair de sono Omvallen van de slaap
Estar a cortar gorduras Op dieet zijn
Estar a dar Op tv komen
Estar a dar a bota Bijna sterven
Estar a ferver Woest zijn/ Koken van woede
Estar a jeito Vlakbij zijn/ Dichtbij zijn
Estar a leste Erbuiten staan
Estar a minha espera Op mij wachten
Estar à mira Op de loer liggen
Estar a par Op de hoogte zijn
Estar à rasca Diep in de problemen zitten
Estar a ver Begrijpen/ Snappen
Estar a ver a coisa feia Het somber inzien
Estar à vista Evident zijn
Estar à vontade Zich op zijn gemak voelen
Estar a zero Ergens niets van weten, begrijpen
Estar aéreo In de wolken zijn
Estar ao facto Op de hoogte zijn
Estar ao preço da chuva Spotgoedkoop
Estar armado de cavalo de corrida Belangrijk doen
Estar às cegas Er niets van weten
Estar às moscas Leeg zijn/ Zonder mensen/ Geen publiek
Estar às sopas Op andermans zak teren
Estar às turvas Kibbelen
Estar bem arranjado Netjes gekleed zijn
Estar bem atoalhado Binnen zijn/ Goed geld verdiend hebben/ Zijn kostje is gekocht/ Zwemmen in het geld
Estar bera Ziek/ Boos
Estar cheio de dívidas Tot over de oren in de schulden zitten
Estar cheio de fome Erge honger hebben/ Honger als een paard hebben/ Flauw van de honger 
Estar cheio de sede Erge dorst hebben
Estar cheio de traça Honger hebben als een paard
Estar com a cabeça na lua Er met zijn hoofd niet bij zijn
Estar com a cara de enterro Met een begrafenisgezicht
Estar com a corda ao pescoço Hangen
Estar com a faca e o queijo na mão Klaar zijn om iets te doen
Estar com a mosca Geïrriteerd/ In een slecht humeur zijn
Estar (andar) com a pedra no sapato Wantrouwend
Estar com a pinga Zat, dronken zijn
Estar com a pulga atrás da orelha Wantrouwig zijn
Estar com aperto no coração Zijn hart vasthouden
Estar com as mãos na massa Al bezig zijn
Estar com as orelhas quentes Voelen dat er over je wordt gepraat 
Estar com dores Pijn hebben
Estar com gregos e troianos Het iedereen naar de zin maken
Estar com o coração nas mãos Uiterst bezorgd zijn
Estar com o João Pestana Slaap hebben/ Klaas vaak komt langs
Estar com o olho em Een oogje hebben op
Estar com o pé atrás da porta Wantrouwend zijn
Estar com o pé no estribo Klaarstaan voor vertrek
Estar (andar) com os azeites In een slechte bui zijn
Estar (andar) com os copos Dronken zijn
Estar com os pés assentes na terra Met beide benen op de grond staan
Estar com um cacho Stomdronken zijn
Estar como o peixe na água Als een vis in het water
Estar como pólvora Woest zijn
Estar de abalada Klaar om te vertrekken
Estar de berra In de mode zijn
Estar de cabeça perdida Het hoofd verliezen bij een moeilijk probleem/ Straalverliefd zijn
Estar de cabeça quente Vreselijk opgewonden zijn/ Een rood hoofd van opwinding
Estar de cama Het bed houden
Estar de conserva Ergens blijven plakken
Estar de mãos a abanar Niks hebben
Estar de mãos atadas Met handen en voeten gebonden zijn
Estar de maré Goed gehumeurd/ Klaar om iets te doen
Estar de molho Te weken staan
Estar de olhos vendados Verblind zijn
Estar de pernas pró ar Op zijn kop staan
Estar de poleiro In een bevoorrechte positie verkeren
Estar de ponta com Ruzie hebben met
Estar de prevenção Op voet van oorlog zijn
Estar de prevenção contra Op zijn hoede zijn
Estar de sentinela Op wacht staan
Estar deserto por Heel graag willen
Estar em bons termos com Op goede voet staan met
Estar em brasa Op hete kolen zitten
Estar em causa Op het spel staan
Estar em cuidados Ongerust, bezorgd zijn
Estar em mangas de camisa Zonder jas/ Op zijn gemak zijn
Estar em maus lençois In een lastig parket zitten
Estar em obras Er wordt aan gewerkt/ Bouw/ Verbouwing
Estar em pedaços Stuk zijn/ In stukken
Estar em pele e osso Vel over been zijn
Estar em pêlo Poedelnaakt
Estar em pelota Poedelnaakt
Estar em si Kalm/ Vol zelfvertrouwen
Estar em via de Op weg zijn
Estar enganado Er naast zitten
Estar entregue à bicharada Aan de wilde beesten overgeleverd
Estar feito ao bife In een lastig parket zitten
Estar feliz da vida Tevreden zijn met zijn huidige leven
Estar fixe Tof/ Gaaf/ Super
Estar fora da mãe Buiten zichzelf van woede zijn
Estar fora de si Buiten zichzelf van woede zijn
Estar fulo Buiten zichzelf van woede zijn
Estar gagá Seniel
Estar giro Er mooi uitzien/ Grappig zijn
Estar inclinado para Neiging voelen tot
Estar-lhe a roer a consciência Zijn geweten begint op te spelen/ De laatste tijd wroeging hebben
Estar na massa do sangue In het bloed zitten/ Aangeboren zijn
Estar liso Platzak zijn
Estar lixado In een rotsituatie zijn
Estar louco para Gek zijn op 
Estar mal-disposto De pest in hebben/ De pé in hebben/ De bokkenpruik
ophebben/ Slecht gemutst/ Zich niet lekker voelen
Estar meio morto Halfdood van vermoeidheid/ Bekaf
Estar morto, mortinho por Veel zin hebben/ Sterk verlangen/ Zijn vingers jeuken 
Estar muito saído Onbeschaamd zijn
Estar na agonia Op sterven liggen
Estar na altura de Tijd zijn voor/ Tijd om te
Estar na boa vida Het ervan nemen/ Een luizenleventje
Estar na engorda Dik worden/ Aankomen/ Een lui leventje hebben
Estar na onda In (de mode) zijn
Estar na ordem do dia Aan de orde van de dag zijn
Estar na pele de alguém In iemands huid kruipen
Estar nas graças de alguém Bij iemand in een goed blaadje staan
Estar nas mãos de In handen zijn van
Estar nas nuvens In de wolken zijn
Estar nas unhas Afhankelijk zijn van iemand
Estar no fio Tot op de draad versleten zijn
Estar no melhor da festa Hoogtepunt ergens van
Estar no poleiro Een hoge positie hebben/ Een machtspositie hebben
Estar no ponto Precies goed zijn
Estar no seu elemento In zijn element zijn
Estar no seu papel In zijn rol zitten
Estar (andar) numa boa Alles gaat goed
Estar o caldo entornado De poppen aan het dansen
Estar o caso muito mal parado Er slecht voor staan
Estar o diabo atrás da porta Pech hebben
Estar para breve Is, komt binnenkort/ Binnenkort plaatsvinden
Estar pelo beiço (beicinho) Verliefd zijn
Estar (andar) pelos cabelos Ten einde raad zijn/ Haastig zijn
Estar por Op het punt staan te
Estar por um fio Aan een zijden draad hangen
Estar pronto para Bereid zijn om
Estar repassado Kletsnat zijn
Estar-se borrifando Niet geïnteresseerd zijn
Estar seguro de si Zelfverzekerd zijn
Estar-se marimbando Geen interesse hebben
Estar senhor de si Overtuigd van zichzelf zijn
Estar sobre brasas Op hete kolen zitten
Estar sobre grelhas Op hete kolen zitten
Estar teso Platzak zijn
Estar todo giro Er goed uitzien
Estar varrido do juízo Niet goed bij zijn hoofd zijn
Estar verde Een groentje zijn
Estar virado do avesso Buiten zichzelf zijn/ Woedend zijn
Estás a gostar? Heb je het naar je zin?/ Vind je het leuk, lekker?
Estás a ver? Zie je wel
Estás cá com uma cara Je trekt me toch een gezicht
Este meu casaco Deze jas van mij
Estender a mão à palmatória Zijn hand in eigen boezem steken
Esticar o pernil Sterven
Estimo vê-lo de saúde Het doet me genoegen u te zien in goede gezondheid
Estou doido para Ik heb ontzettend veel zin
Estou farto Ik heb er genoeg van
Estou farto até aos cabelos Het zit me tot hier
Estrambótico ou estrambótico Iets buitenissigs
Estúpido como uma porta Oliedom
Estúpido para burro Een ezel/ Heel stom
Eu cá me entendo Ik weet wat ik doe
Eu não disse! Zei ik het niet!/ Zie je wel.
Eu quero, eu posso, eu sou Eigenwijs/ Veel zelfvertrouwen
Exaltar os ânimos De gemoederen in beweging brengen
Executar a quatro mãos Vierhandig spelen/ Quatre-mains
Faça sol ou faça chuva Bij tij en ontij
Faça, que o seu fazer tem graça Zeg je plagend tegen iemand opdat hij een karwei doet
Faço ideia Ik kan het me voorstellen
Fado choradinho Klaagzang
Falar pouco e bem, ter-te-ão por alguém Met weinig woorden veel zeggen
Falange, falanginha e falangeta De drie vingerkootjes
Falar por (entre) os dentes Binnensmonds praten
Falar chinês Onzin praten/ Niet begrepen worden
Falar com desafogo Vrijuit spreken
Falar com o coração na boca Met zijn hand op zijn hart verzekeren
Falar como um doutor Correct spreken/ Geaffecteerd praten
Falar como um papagaio Veel praten/ Napraten
Falar é prata, calar é ouro Spreken is zilver, zwijgen is goud
Falar em alhos e responder de (em) bugalhos Niet antwoorden op de vraag/ Doen alsof hij deze niet begrijpt
Falar mal e depressa Praten zonder een blad voor de mond te nemen
Falar não enche barriga Praatjes vullen geen gaatjes
Falar no diabo e ele aparecer Als je over de duivel spreekt, trap je op zijn staart
Falar para as paredes Tegen de muur praten
Falar para o boneco Praten tegen iemand die niet luistert/ Tegen de muur praten
Falar pelos cotovelos Teveel praten
Falar por si Voor zichzelf spreken, praten
Falar português Duidelijke taal/ Er is geen woord Spaans bij
Falinhas mansas Zoete broodjes bakken
Falso como Judas Verraderlijke taal (Judas)
Falta… Het duurt nog..
Falta de chá Geen manieren hebben
Falta de tacto Weinig tactisch in de omgang
Faltar à palavra Zijn woord breken
Faltar a terra debaixo dos pés De grond zakt onder zijn voeten vandaan/ Geen vaste grond onder zijn voeten hebben
Faltar o parafuso Er zit een steekje los aan iemand
Fartar-se de rir Het uitschateren
Faz agora… Het is …. geleden
Faz calor Het is warm
Faz frio Het is koud
Faz mais quem quer do que quem pede Armen helpen vaker dan rijken
Faz muito jeito Het komt goed uit
Faz o bem sem olhares a quem Doe iets goeds voor iedereen, zonder onderscheid des persoons
Faz o que te digo e não o que faço Doe wel naar mijn woorden, maar ziet niet naar mijn daden
Faz peso Het is zwaar
Faz sol De zon schijnt
Faz vento Het waait
Faz-se conta Doe alsof
Fazemos que não vemos Een oogje toeknijpen/ Zijn ogen sluiten voor
Fazer(-se) a Net doen alsof/ Zich voordoen als
Fazer a barba Zich scheren
Fazer a boca doce Naar de mond praten/ Stroop om de mond smeren
Fazer a cama a alguém Iemands veroordeling, ondergang voorbereiden
Fazer a corte Het hof maken
Fazer a festa e deitar os foguetes (e correr atrás das canas) Zijn eigen feestje vieren (eigen succes vieren)
Fazer a festa e deitar os foguetes Lachen om zijn eigen grappen
Fazer a trouxa Zijn vertrek voorbereiden/ Zijn koffers pakken
Fazer a viagem do outro mundo Sterven
Fazer a vida negra Iemand het leven zuur maken
Fazer análises Bloedonderzoek/ Urine onderzoek
Fazer anos Jarig zijn
Fazer as malas Zijn koffers (in)pakken
Fazer as vezes de Vervangen
Fazer asneira Iets fout aanpakken, doen
Fazer asneiras Stommiteiten uithalen
Fazer beicinho Pruilen/ Mokken/ Een lip trekken
Fazer bicha In de file staan
Fazer boa cara Zich neerleggen bij een teleurstelling, nederlaag 
Fazer bom juízo de Een goede dunk hebben van
Fazer bom tempo Mooi weer zijn
Fazer briga Vechten/ Tegenstand bieden/ Wanorde scheppen
Fazer caixinha Iets geheim houden
Fazer capacho de alguém Iemand vernederen/ Iemand de grond inboren/ Met iemand de vloer aanvegen 
Fazer castelos na areia Zandkastelen bouwen
Fazer causa comum com Onder één hoedje spelen
Fazer cera De kantjes er vanaf lopen
Fazer cerimónia Erg beleefd zijn/ Met u aanspreken en goed gedragen/ Zich gedragen als een heer, gentleman
Fazer chacota De spot drijven
Fazer chorar as pedras Sterk ontroeren
Fazer chulé Lawaai maken/ Schreeuwen
Fazer como se fosse, estivesse em sua casa Doen of je thuis bent
Fazer conta Ergens op rekenen
Fazer contas de cabeça Hoofdrekenen
Fazer conversa Een praatje maken
Fazer coro Het ermee eens zijn/ Hetzelfde zeggen als de anderen
Fazer correr muita tinta Opzien baren
Fazer da vida Iets maken van zijn leven
Fazer das tripas coração Alles op alles zetten/ Doorbijten 
Fazer de Doen alsof
Fazer de anjinho Zich onschuldig voordoen
Fazer de conta Doen alsof
Fazer de corrida Overhaast te werk gaan
Fazer de olhos fechados Een fluitje van een cent/ Fluitend
Fazer dieta para manter a linha Aan de lijn doen
Fazer do gato sapato Onder druk zetten zodat iemand doet wat je wil
Fazer dum mosquito um elefante Van een mug een olifant maken
Fazer e acontecer Zegt men over iemand die opschept over wat hij doet
Fazer escabeche Lawaai maken/ Schreeuwen
Fazer faísca Botsen van karakters
Fazer faísca com alguém Niet kunnen opschieten met iemand
Fazer figura de corpo presente Schitteren door afwezigheid
Fazer fitas Een scene maken
Fazer frente a Het hoofd bieden aan
Fazer gato-sapato de alguém Iemand vernederen/ Iemand niet respecteren
Fazer gazeta Spijbelen/ Niet naar je werk gaan
Fazer horas Wachten tot het tijd is voor de afspraak
Fazer ideia Een idee hebben van / Weten
Fazer jeito Goed van pas komen
Fazer jardinagem Tuinieren
Fazer luxo de Trots, prat zijn op
Fazer marcha-atrás Een stapje terug doen/ In zijn achteruit
Fazer marmelada Flirten
Fazer nas coxas Slordig werk leveren
Fazer número Er voor spek en bonen bij zijn
Fazer o choradinho Vleiend doch dringend vragen
Fazer o fadinho Iemand met omwegen overtuigen te doen wat men wil
Fazer o gosto ao dedo Een behoefte bevredigen/ Een wens vervullen
Fazer obra asseada Met perfectie werken
Fazer ofício de corpo presente Alleen lijfelijk aanwezig zijn 
Fazer orelhas moucas Oost-indisch doof zijn
Fazer os cabelos brancos Iemand grijze haren bezorgen
Fazer ouvidos de mercador Zich doof houden/ Oost-Indisch doof
Fazer panelinha Zich aaneensluiten
Fazer panelinho Deel uitmaken van een groep/ Samenspannen
Fazer parelha Een gemeenschappelijke interesse hebben
Fazer parte de Deel uitmaken van
Fazer pela calada Stiekem doen
Fazer pela vida Werken/ Zich inspannen/ Zijn best doen
Fazer perder a cabeça a um Santo Overdreven lastig vallen
Fazer pontaria Richten/ Mikken 
Fazer ponte Een vakantie maken door tussen vrije dagen een dag vrij te nemen
Fazer ponto final Afsluiten/ Uitmaken (relatie)/ Ergens een punt achter zetten
Fazer por Ervoor gaan/ Zijn best doen om te
Fazer pouco de De draak steken met
Fazer promessas não custa nada Beloftes doen kost niks
Fazer que Fingeren/ Doen alsof
Fazer questão de Erop staan dat
Fazer regime Dieet volgen
Fazer render o peixe Een situatie rekken (om er beter van te worden)
Fazer sala Blijven plakken
Fazer-se ao piso Iets opwerpen/ Zich kandidaat stellen/ Iets proberen te realiseren
Fazer-se de inocente Zich van den domme houden
Fazer-se engraçado Leuk willen doen
Fazer-se saloio Net doen of je iets niet weet/ Zich van den domme houden
Fazer sentido Logisch zijn
Fazer tempo bom, mau Goed, slecht weer zijn
Fazer tromba Een somber gezicht trekken
Fazer um (grande) escabeche Hevig protesteren
Fazer um filme de Een scene maken 
Fazer um frete Met tegenzin doen
Fazer um acerto de contas Een oude twist bijleggen/ Een oude rekening vereffenen
Fazer um biscato Een klusje doen
Fazer um figurão Een goed figuur slaan
Fazer um filme (de) Ophef maken van iets/ Overdrijven
Fazer um inquérito Een verhoor afnemen/ Een onderzoek doen
Fazer um negócio da China Goede zaken doen
Fazer um triste papel Een slecht figuur slaan
Fazer um vistaço  Een geweldige indruk achterlaten
Fazer um vistanço Een geweldige indruk achterlaten
Fazer uma saúde Proosten
Fazer uma viagem Een reis maken
Fazer uso de Gebruik maken van
Fazer ventas Kwaad kijken
Fazer vida com Samenleven met
Fazer vista Opgemerkt zijn
Fazer vista grossa Doen of zijn neus bloedt
Fazer votos por Toewensen
Fechar(-se) em copos Zich in stilzwijgen hullen
Fechar à chave Op slot doen
Fechar a porta (a) Een mogelijkheid blokkeren/ De deur dichtgooien vóór iemand of iets
Fechar a sete chaves Heel goed bewaren, bewaken/ Achter slot en grendel bewaren
Fechar com chave de ouro Perfect afsluiten
Fechar os olhos Sterven/ Net doen of je iets niet ziet
Feio como a morte Gruwelijk/ Lelijk als de nacht
Feio como um bode Lelijk als de nacht
Feira da ladra Rommelmarkt
Feitas as vindimas, guardam-se os cestos Als het werk klaar is ruim je alles op tot de volgende keer
Feito a martelo Slechte wijn
Ferido na asa Gekwetst/ Wrokkig/ Vol wroeging
Ferrar a unha Duur verkopen/ Stelen
Ferro-velho Oud ijzer
Ferve em pouco lume Bij het minste of geringste
Ferver em pouca água Gauw geïrriteerd zijn/ Een kort lontje hebben
Fiar-se na virgem Alleen in de goddelijke voorzienigheid geloven
Fia-te na virgem e não corras Vertrouw niet blindelings
Fia-te na virgem e não corras (e verás o trambolhão que levas) Zegt men tegen iemand die alles overlaat aan de goddelijke voorzienigheid
Fica longe daqui Het is ver hier vandaan
Fica para a próxima (vez) Volgende keer beter
Ficar a zero Ergens niets van weten, begrijpen
Ficar (ver-se) em maus lençois In een slechte situatie belanden
Ficar a matar Geweldig staan (dress to kill)
Ficar a perder Het onderspit delven/ Geen winst boeken  
Ficar a secar Erg lang moeten wachten (in de wachtkamer van de dokter bij voorbeeld)
Ficas às aranhas In het slop raken
Ficar às sopas Op andermans zak teren
Ficar a ver Braga por um canudo Niet lukken/ Zijn deel niet krijgen
Ficar a ver estrelas Niet voor elkaar krijgen wat men wenst/ Slaag krijgen
Ficar a ver navios Niet voor elkaar krijgen wat men wenst
Ficar a zero Niets lukt/ Niets begrijpen
Ficar cheio até às pontas dos cabelos Vol zitten/ Genoeg hebben van iets/ Er klaar mee zijn/ Tot hier zitten
Ficar chumbado Zakken (voor examen)
Ficar cobra Woedend worden
Ficar com algo ou alguém atravessado na garganta Met wroeging, wrok zitten
Ficar com o cabelo em pé Zijn haren rijzen hem te berde
Ficar com pena Spijt krijgen/ Jammer vinden/ Zielig vinden
Ficar com um grande melão Een flinke tegenslag
Ficar de boca aberta Zijn mond valt open (van verbazing)
Ficar de cama Bedrust nemen
Ficar de fora Buitengesloten worden
Ficar de mãos a abanar Met lege handen staan/ Niks verdienen (geld)
Ficar de molho Te weken liggen
Ficar de olhos em bico De ogen vallen uit zijn hoofd (van bewondering)
Ficar de orelha mucha Verdrietig/ Teleurgesteld
Ficar de pantanas Een puinhoop zijn
Ficar de rastos Verzwakt zijn na ziekte
Ficar de repouso Rust nemen
Ficar debaixo Het onderspit delven
Ficar depenado Geen cent overhouden/ Platzak zijn
Ficar em águas de bacalhau Op niets uitdraaien/ Niet doorgaan
Ficar em conta Een redelijke prijs/ Niet duur
Ficar frito Aangebrand raken
Ficar na penumbra Bijna vergeten/ Onderbelicht blijven
Ficar para tio,  tia Oude vrijster/ Verstokte vrijgezel
Ficar passado Erg boos worden
Ficar perdido de Verloren zijn
Ficar pior que uma barata Heel boos worden
Ficar reduzido a nada Niets van over blijven
Ficar reduzido a zero Geruïneerd
Ficar sem camisa sem fala Sprakeloos zijn over iets
Ficar sentido Gekwetst zijn
Ficar transtornado Van streek zijn
Ficar um brinco ou um brinquinho Om door een ringetje te halen
Ficar uma fera In woede ontsteken
Ficar (estar) sem pinga de sangue Zijn bewustzijn verliezen/ Zich dood schrikken/ Verstard zijn
Fidalgo de meia tigela Iemand die zich van adel waant
Fiel amigo Bacalhau (stokvis)
Fifeti-fifeti Fifty fifty
Figas, canhote Afkloppen (om te bezweren dat het niet gebeurt)
Figura de papelão Iemand die een (slecht) figuur slaat
Filha Dochter/ Meisje (koosnaampje)
Filha, pretendentes à porta Als je een dochter hebt, komen de jongens vanzelf
Filho de peixe sabe nadar De appel valt niet ver van de boom
Filho és, pai serás, assim como fizeres, assim acharás Je moet het goede voorbeeld geven
Filho criado, trabalho dobrado Kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen, grote zorgen
Filhos criados, trabalhos dobrados Kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen, grote zorgen
Ficar a saber Er achter komen
Ficar (estar) pior que estragado Heel geïrriteerd raken/ Sterk tegen zijn
Fique a vontade Doe of u thuis bent
Fiquem bem Het ga jullie goed
Fitar as orelhas De oren spitsen
Flor de estufa Kasplantje
Fogo de vista Een illusie
Foi um dia de juízo Eindelijk gerechtigheid
Foi uma brincadeira minha Het was maar een grapje
Foice e martelo Hamer en sikkel
Fora de brincadeira Zonder gekheid/ Alle gekheid op een stokje
Fora de horas Te laat/ Niet op de normale tijd
Fora de série Een bijzonder iemand/ Een uitzonderlijk iemand/
Iemand, iets die eruit springt
Fora de si Buiten zichzelf
Fora de lugar Niet op zijn plaats
Forte e feio Een lomp ding
Fraco é o padeiro que diz mal de seu pão Een vakman kraakt zijn eigen werk niet af
Fresco como uma alface Zo fris als een hoentje
Frieira nas mãos Winterhanden
Frieira nos pés Wintervoeten
Fruta de abano Rijp fruit (dat van de boom valt)
Fugir a boca para a verdade Zijn mond voorbij praten
Fugir a sete pés Er snel vandoor gaan/ Het hazenpad kiezen
Fugir com o rabo à seringa Zich uit de voeten maken/ Zijn snor drukken
Furar a greve Staking breken
Gaivotas em terra, tempestade no mar Meeuwen op het land, storm op komst
Galinha da vizinha é sempre melhor que a minha Het gras van de buren is altijd groener
Galinha de campo não quer capoeira Het is moeilijk je gewoontes te veranderen
Galinha do mato não quer capoeira Het is moeilijk je gewoontes te veranderen
Galinha dos ovos de ouro De kip met de gouden eieren
Ganhar a vida Zijn brood verdienen
Ganhar experiência Nieuwe ervaringen opdoen
Ganhar para a bucha Net genoeg verdienen om van te eten
Ganhar pouco Te weinig verdienen
Ganhar tempo Tijdwinst maken/ Tijd winnen
Ganhar terreno Terrein winnen
Garotada, Garotagem ou Garotio Stelletje kwajongens
Gás pimenta Traangas
Gastar (a) saliva Tegen dovemansoren praten
Gata borralheira Vrouw die zwaar huishoudelijk werk doet (Assepoester)
Gato escaldado de água fria tem medo Als je een nare ervaring hebt gehad ben je bang
Gato pingado Begrafenisfunctionaris
Gato sapato Iemand die met zich laat sollen
Gelar-se o sangue nas veias Bloedstollend
Gente de palmo e meio Kleine kinderen
Gente fina é outra coisa Zegt men van mensen die zich netjes gedragen/ Beschaafde mensen
Golpe de mestre Meesterzet
Gordo que nem um abade Heel dik/ Adipeus
Gordura é formosura Dikke mensen zijn mooi
Gostar da pinga Een glaasje lusten
Gostos não se discutem Over smaak valt niet te twisten
Governe-se a boca conforme a bolsa De tering naar de nering zetten
Grande barraca Een schandaal 
Grande bisca Een enorme fout
Grande cabeça Groot brein/ Meesterbrein
Grande estadão Pracht en praal
Grande gabador, pequeno fazedor Veel geschreeuw en weinig wol
Grande número Een figuur, nummer (grappig persoon)
Grande ponto Een grapjas
Grande trinta um Moeilijk op te lossen probleem/ Hersenkraker
Grandes carvalhos brotam de pequenas Vele kleintjes maken een grote
Grão a grão enche a galinha o papo Kalm aan dan breekt het lijntje niet
Gritar a plenos pulmões De longen uit zijn lijf schreeuwen
Guarda alguma coisa para os dias de chuva Een appeltje voor de dorst bewaren
Guardar hoje, para ter amanhã Wie wat bewaart, heeft wat
Guardar sigilo Het stilzwijgen bewaren
Há algum tempo Al enige tijd/ Sinds een tijdje
Há baile? Vraag je aan iemand die in zijn neus peutert
Há duas noites que não durmo Ik heb al twee nachten niet geslapen
Há horas para tudo Alles op zijn tijd
Há males que vêm por bem Van je fouten kun je leren
Há moiro na costa Iemand heeft een oogje op je
Há muito tempo Lang geleden
Há muito tempo que não a via Ik heb u lang niet gezien
Há quanto tempo? Hoe lang geleden?
Há remédio para tudo menos para a morte Je kunt alles onder controle hebben behalve de dood
Há rumos de Het gerucht gaat
Há séculos Eeuwen geleden
Há sempre uma tampa para uma panela Op ieder potje past een dekseltje
Há trabalho de sobra Er is werk in overvloed
Há uma ovelha ranhosa em todos os rebanhos Het zwarte schaap
Há-de mas pagar Ik zal het je betaald zetten
Haja o que houver Wat er ook gebeurt
Haver gato Een fout, bijvoorbeeld in de boekhouding
Herói da festa Het stralende middelpunt
Histórias de carochinha Fabeltjes/ Sprookjes
Homem de bom conceito Een voorbeeldig man
Homem de palavra Een man van zijn woord
Homem dos sete ofícios Een duizendpoot/ Iemand die van alle markten thuis is
Homem de sete instrumentos Een duizendpoot/ Iemand die van alle markten thuis is
Homem pequenino, ou velhaco ou bom dançarino Pas op met kleine mannen
Homem prevenido vale por dois Een gewaarschuwd mens telt voor twee
Homem valente e vinho velho duram pouco Een dapper man en oude wijn duren niet lang (volkswijsheid
over vergankelijkheid)
Honrado a carta cabal Zo eerlijk als goud
Hora de ponta Spitsuur
Hora extrema Doodsuur
Hora H Het uur U
Horas a fio Lange tijd achter elkaar
Horas vagas Vrije tijd
Houve um acidente Er is een ongeluk gebeurd
Ida e volta Heen en terug/ Een retour
Idade do armário Kinderen tussen 12 en 16/ Pubers
Idas en voltas Heen- en weergeloop
Idem, idem, aspas, aspas Helemaal mee eens
Igual ao litro Is niet van belang/ Het kan me niet schelen/ Het maakt me niet uit
Implicar com alguém Geïrriteerd zijn met iemand
Importa-se? Hebt u er bezwaar tegen?
Impossibilidade de agir Gebonden handen
Imprimir os passos Voetsporen nalaten
Inchado como uma rã Opgeblazen kikker
Indo por caminho recto, o longe se faz perto Als je het juiste pad volgt, bereik je het snelst je doel
Ir(-se) abaixo Niet volhouden/ Het laten afweten
Ir(-se) abaixo das canelas Niet meer kunnen lopen/ Te moe zijn/ Niet meer op zijn benen kunnen
staan
Ir(-se) abaixo nas canelasas Niet meer kunnen lopen/ Te moe zijn
Ir(-se) aos ares In woede uitbarsten
Ir à praça Geveild worden/ Naar de markt gaan
Ir a reboque Anderen achterna gaan
Ir a Roma e não ver o papa Ergens heen gaan en het belangrijkste niet zien, vinden
Ir a toque de caixa Snel weggaan
Ir à tosquia Zijn haar laten knippen
Ir a trinta e nove Snel gaan
Ir ao ar De weg kwijt raken/ In lucht opgaan
Ir ao encontro de Tegemoet gaan/ Tegemoet komen
Ir ao mar e perder o lugar Opgestaan is plaats vergaan
Ir ao pêlo de alguém Iemand in de haren vliegen
Ir ao sabor da corrente Zich laten meeslepen
Ir (levar) aos arames Woedend worden/ Zich opwinden
Ir aos ss Dronken waggelen
Ir às cavalitas Paardje rijden/ Op de schouders gedragen
Ir às sortes In militaire dienst gaan
Ir às vinte Zeer snel gaan
Ir chatear o Camões Ga iemand anders lastig vallen
Ir de charola In de armen gedragen worden/ Liggend gedragen worden
Ir de encalço Iemand op de hielen zitten
Ir de encontro Botsen tegen
Ir de vento em pompa Van een leien dakje gaan/ Voor de wind gaan/ Voorspoed hebben
Ir em frente Doorgaan/ Rechtdoor
Ir longe Het ver brengen, schoppen
Ir mais além Verder gaan
Ir mais longe Betere resultaten nastreven/ Hogere doelen stellen
Ir muito longe Het al te bont maken/ Te ver gaan
Ir na cantiga Door mooie woorden laten inpalmen
Ir na esteira de alguém In iemands kielzog varen
Ir na fita Ergens intrappen
Ir na onda Met de grote massa meegaan
Ir nas calmas Rustig aan doen
Ir nas pegadas de alguém In iemands voetspoor treden
Ir no conto do vigário In mooie praatjes trappen
Ir (estar) num brindo (brinquinho) Netjes erbij lopen/ Er piekfijn uitzien
Ir num pé e vir no outro Heel snel gaan
Ir num pulo e vir no outro In een wip terug zijn
Ir para a cama com as galinhas Met de kippen op stok gaan
Ir para o olho (meio) da rua Op straat gezet worden/ Ontslagen worden
Ir para o raio que o parte Minachtend weggestuurd worden
Ir para vale de lençois Onder de wol kruipen/ Onder de dekens kruipen
Ir passar desta para melhor Het tijdelijke met het eeuwige verwisselen
Ir pé ante pé Geruisloos lopen/ Voetje voor voetje
Ir pelo seguro Op zeker spelen
Ir pelos ares In de lucht vliegen/ Ontploffen
Ir pentear macacos Iemand minachtend wegsturen
Ir plantar batatas Iemand vragen je met rust te laten
Ir por água abaixo Vergeefse moeite doen / Mislukken/ Slechte zaken doen
Ir por partes Methodisch te werk gaan
Ir ter com alguém Naar iemand toe gaan (afspraak)
Ir ter com um amigo Een vriend ontmoeten
Ir tudo em bolandas Slechte zaken doen
Isto não estava previsto no contracto Zo zijn we niet getrouwd!
Isso é demais! Dat gaat te ver!/ Te gek!
Isso é garganta Dat zeg je nou wel, maar er
komt toch niets van terecht/ Het is maar blabla
Isso é outra música Dat is een ander verhaal
Isso é que é falar Dat is goed gesproken
Isso fica mal Dat staat niet mooi
Isso não entra no meu entendimento Dat gaat mijn petje te boven
Isso não me cheira Dat bevalt me niet
Isso nem se pergunta Dat hoef je niet eens te vragen
Isto beira ao absurdo Dit grenst aan het absurde
Isto é o da Joana Dit is een plek zonder orde of regels
Isto é outra loiça Dat is andere koek
Isto faz-me rir Hier moet ik om lachen
Isto não estava previsto no contrato Dit stond niet in het contract
Isto representa muito trabalho Er komt heel wat bij kijken/ Dit betekent veel werk
Isto sabe a pouco Dit smaakt naar meer
Já a formiga tem catarro Spuit elf geeft ook modder
Já acabou Het is op/ Het is afgelopen/ Het is uit
Já agora Nu het toch zover is
Já cá canta Het is al voor elkaar
Já deu o que tinha a dar Het loopt op zijn einde
Já foi atendito? Wordt u al geholpen?
Já há algum tempo Het is al een tijd geleden
Já não Niet meer
Já não dá para Het is niet meer mogelijk
Já não era sem tempo Het zou eens tijd worden
Já não está cá quem falou Ik neem mijn woorden terug/ Ik heb niets gezegd
Já sai pelo nariz Het komt mijn neus uit
Já tem barbas Dat is oud nieuws
Já temos alguma coisa Daar hebben we iets
Já vou a caminho Ik ben (al) onderweg
Já viste? Zie je wel!
João-pestana Klaas Vaak
Jogar à pancada Op een handgemeen uitlopen
Jogar a última cartada Zijn laatste troef uitspelen
Jogar às escondidas Verstoppertje spelen
Jogar fora Weggooien
Jogar o último triunfo Zijn laatste troef uitspelen
Jogar pelo seguro Op zeker spelen
Jogo e bebida, casa perdida Gokken en drank maken alles kapot
Jogo franco De kaarten op tafel
Juntar o útil ao agradável Het nuttige met het aangename verenigen
Juntar os trapinhos/ trapos Samenleven/ Trouwen
Juntar-se a fome com a vontade de comer Arm trouwt met arm
Junta-te aos bons, serás como eles, chega-te aos maus, serás pior que eles Kijk uit met wie je omgaat/ Je vrienden bepalen wie je bent
Juro por Deus! Zo waarlijk helpe mij God almachtig
Junto da urtiga nasce a rosa Naast het onkruid groeit de roos
Labareca ou laverca Honger
Labrego Boers/ Lomp
Labutar de sol a sol Van de morgen tot de avond werken/ Van zonsopgang tot zonsondergang werken
Ladrão que rouba ladrão tem anos de perdão Soort Robinhood
Lágrimas de crocodilo Krokodillentranen
Lambe-botas Een vleier/ Een slijmer
Lamber as botas Vleien/ Slijmen
Lamento muito Het spijt me (medeleven)
Lançar à água Te water laten
Lançar a escada Iets gedaan proberen te krijgen
Lançar em rosto Naar het hoofd slingeren
Lançar luz sobre Licht werpen op
Lar, doce lar Oost west, thuis best/ Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens;
Largar de mão Loslaten/ Versmaden
Lavagem ao cérebro Hersenspoeling
Lavar a roupa suja De vuile was buiten hangen
Lavar as mãos Zijn handen wassen in onschuld
Lavar os dentes Tanden poetsen
Ler é saber Lezen is leerzaam
Ler nas entrelinhas Tussen de regels door lezen
Ler nos olhos de Gedachten lezen van
Levado da breca Lastig/ Een deugniet zijn
Levantar a cabeça Er bovenop komen/ Een moeilijkheid overwinnen
Levantar a lebre Te berde brengen/ Ter sprake brengen
Levantar a mão contra Bedreigen
Levantar a mesa De tafel afruimen
Levantar dinheiro Geld opnemen
Levantar ferro Er vandoor gaan
Levar (a) água ao seu moinho Zijn doel bereiken door de dingen naar zijn hand te zetten
Levar a bom termo Tot een goed einde brengen
Levar a cabo Tot een goed einde brengen
Levar a cruz ao calvário Geduldig zijn tegenslagen verdragen
Levar a efeito Tot een goed einde brengen
Levar à letra Letterlijk nemen
Levar a mal Kwalijk nemen
Levar a melhor de Het beste maken van
Levar a peito Zich persoonlijk aantrekken
Levar as coisas a peito Zich persoonlijk aantrekken
Levar a sério Serieus nemen
Levar a sua avante Zijn wil opleggen
Levar ao colo In de armen dragen (bijvoorbeeld een baby)
Levar ao pelourinho Aan de kaak stellen
Levar coiro e cabelo Het vel over de oren halen/ Veel geld vragen voor iets
Levar com a porta na cara De deur voor zijn neus dichtgooien
Levar com a tampa Het deksel op zijn neus krijgen
Levar uma tampa Het deksel op zijn neus krijgen/ Iets wordt geweigerd
Levar com uma perna às costas Gemakkelijk afgaan
Levar couro e cabelo Duur laten betalen
Levar em conta Een redelijke prijs vragen
Levar forte e feio Er flink van langs krijgen
Levar para fora Uitdragen
Levar tampa Het deksel op zijn neus krijgen
Levar sopa Nee krijgen
Levar tempo Tijd kosten
Levar uma seca Zich rot vervelen
Levar vida de cão Een hondenleven hebben
Leve como uma pena Zo licht als een veertje
Ligar a Opbellen naar/ Verbinden met
Ligar importância a Belang hechten aan
Limar as arestas Perfectioneren/ Corrigeren/ Polijsten
Limpar as mãos à parede Wie zijn gat brandt, moet op de blaren zitten
Limpar o nome Zijn naam zuiveren
Limpar o salão In zijn neus peuteren
Limpar a sala In zijn neus peuteren
Linda de morrer Bloedmooi
Lindo serviço Mooi gedaan (cynisch bedoeld)
Língua afiada Intrigiste/ Een scherpe tong
Língua de sogra Roddelaarster/ Een scherpe tong
Língua de trapos Brabbelaar
Língua de víbora (viperina) Kwaadspreker/ Een kwaaie tong
Linguiças com boa cara Worsten die er goed, lekker uitzien
Livros fechados não fazem letrados Boeken die je niet leest, maken je niet wijzer
Lobo com pele de cordeiro Wolf in schaapskleren
Longa viagem começa por um passo Ook een lange reis begint met een eerste stap
Longe da vista, longe do coração Uit het oog, uit het hart
Lua-de-mel Wittebroodsweken
Lufa-lufa Drukke bezigheden
Lusco-lusco, Lusque fusque ou Lusquifusque Schemering/ Invallen van de nacht/ Donker worden
Má língua Roddel
Má mulher Een slechte vrouw
Má peste Een slecht iemand
Má raça Een slecht iemand
Má rês Een slechterik
Macaco de imitação Naäper
Macacos me mordam Nee toch!
Macaquinhos na cabeça Niet goed wijs/ Niet goed bij zijn hoofd
Macaquinhos no sotão Niet goed wijs/ Niet goed bij zijn hoofd
Macuta e meia Van weinig waarde/ Een prul
Madruga e verás trabalha e terás De morgenstond heeft goud in de mond
Mais alguma coisa Anders nog iets?
Mais azedo que vinagre Zuurder dan zuur 
Mais comem os olhos que a boca Zijn ogen zijn groter dan zijn maag
Mais depressa se apanha uma mentiroso que um coxo Je vangt eerder een dief dan een kreupele
Mais mossa, menos mossa Een deuk meer of minder
Mais ou menos Ongeveer/ Plusminus
Mais que tudo Vooral
Mais tarde ou mais cedo Vroeg of laat
Mais um Nog een
Mais vale a astúcia que a força Wie niet sterk is, moet slim zijn
Mais vale amigo que parente ou primo Beter een goede buur dan een verre vriend
Mais vale andar no mar alto que nas bocas do mundo Beter ver weg zijn dan dat er over je gekletst wordt/ Een slechte naam hebben
Mais vale cair em graça do que ser engraçado Zeg je tegen iemand die (vergeefs) probeert leuk te zijn
Mais vale não dizer nada que nada dizer Je kunt beter niets zeggen dan onzin verkopen
Mais vale perder um minuto na vida que a vida num minuto Je kunt beter een minuut van je leven verliezen dan je leven verliezen in een minuut (neem even de tijd/ rustig
aan!
Mais vale pouco do que nada Beter iets dan niets
Mais vale prevenir que remediar Beter voorkomen dan genezen/ Beter ten halve gekeerd dan ten hele
gedwaald
Mais vale ser rabo de pescada que cabeça de sardinha Weinig hebben en toch trots zijn
Mais vale tarde do que nunca Beter laat dan nooit
Mais vale um pássaro na mão que dois a voar Beter een vogel in de hand dan tien in de lucht
Mais vale um tostão certo que um milhão incerto Beter een vogel in de hand dan tien in de lucht
Mais vale uma palavra antes que duas depois Beter voorkomen dan genezen
Mais valia ter escapo Hij had beter kunnen ontsnappen
Mais velho que o azeite e vinagre Zo oud als de weg naar Rome
Mal alheio não cura dor De ellende van een ander lost je eigen ellende niet op
Mal amanhado Slecht verzorgd (uiterlijk)
Mal empregado Hij heeft het niet verdiend
Mal-encarado Boos kijken/ Kwaaie zin hebben
Mal por mal Tussen twee kwaden moeten kiezen
Mal por mal, antes na cadeia do que no hospital Als je tussen twee kwaden moest kiezen, ben je beter af met de gevangenis dan met het ziekenhuis
Mal-agradecido Ondankbaar
Malhar em ferro frio Niks uithalen
Malha-se no ferro enquanto está quente Je moet het ijzer smeden als het heet is
Manda chuva De grote baas (ook: Weerkundige)
Mandar à fava Wegsturen (minachtend)/ Loop naar de hel
Mandar à merda Wegsturen (minachtend)/ loop naar de hel
Mandar à mãe Wegsturen (minachtend)/ Loop naar de hel
Mandar àquela parte Wegsturen (minachtend)/ Loop naar de hel
Mandar bocas Kwinkslagen uiten/ Zomaar kletsen
Mandar desta para melhor Iemand naar de andere wereld helpen
Mandar para o diabo Naar de duivel, de maan wensen
Mandar plantar batatas Iemand wegjagen
Mandar pregar para outra freguesia Ergens anders heensturen met zijn praatjes
Manga de alpaca Administratief medewerker, boekhouder die een ouderwetse manier van werken heeft (boekhouders droegen vroeger alpaca, soort mouwen over de gewone kleding om deze te beschermen)
Manha de cavalo só o dono conhece Alleen de baas kent zijn paard goed
Manhã de nevoeiro, tarde de soalheiro Niets zo veranderlijk als het weer
Manhoso como uma raposa Slim als een vos
Mantenha-se a par Wees op de hoogte/ Keep informed
Manter a cabeça erguida Zijn rug recht houden
Manter a cadência In de pas lopen 
Mão única Eenrichtingsverkeer
Mão visível de Duidelijk de hand van
Mão-de-ferro Een ijzeren vuist
Mão-de-obra Arbeidskrachten
Mão-leve Losse handjes
Mãos a abanar Niets bij zich hebben
Mãos ao ar Handen omhoog
Mão(s) fria(s), coração quente Koude handen, warm hart (zeg je tegen iemand die koude handen heeft)
Mãos largas Een gul persoon
Mau como as cobras In en ingemeen
Marcar consulta Een afspraak maken met de dokter
Marcar o número Het nummer noteren
Marcar presença Zich niet onbetuigd laten
Março Março Marçogão, de manhã Inverno e de tarde Verão Maart roert zijn staart
Maria-rapaz Jongensachtig meisje/ een halve jongen
Maria-vai-com-as-outras Meeloper
Maricas Schichtig iemand/ Verwijfd iemand/ Scheldwoord voor homo
Mariazinhas Schichtig iemand/ Verwijfd iemand/ Scheldwoord voor homo
Mariquinhas pé de salsa Iemand plagen die iets niet durft/ Bangeschijterd
Mas é claro! Absoluut!
Mas pronto Klaar!
Mas que absurdo Wat absurd
Mas que coisa Wat gek/ Wat vreemd
Mas que grande cachola Wat een uilskuiken
Mas que pergunta Wat een vraag
Matar a cabeça Zich het hoofd breken
Matar a sede Zijn dorst lessen
Matar a fome Zijn honger stillen
Matar dois coelhos com uma cajadada Twee vliegen in een klap
Matar o tempo De tijd doden
Matar o vício De verslaving bevredigen
Matéria cinzenta De grijze cellen
Mau Foei
Mau como as cobras Heel slecht
Mau como o diabo Heel slecht
Mau como uma praga Heel slecht
Medir as palavras Op zijn woorden passen
Medir de alto a baixo Van onder tot boven opnemen (minachtend)
Meia bola e força Half werk/ Slecht werk
Meia desfeita Bacalhau (stokvis) met kikkererwten en aardappels
Meia volta Rechtsomkeert
Meias-medidas Half werk/ Halve maatregelen
Meias-tintas Niet helemaal zeker
Meia-tigela Ordinair/ Van laag allooi
Melhor escorregar com o pé que com a língua Je kunt beter uitglijden met je voet dan met je tong
Melhor que galinha Heel goed
Melhor um pardal na mão do que um pombo no telhado Beter een vogel in de hand dan tien in de lucht
Melhor! Des te beter!
Memória de alho chocho Een geheugen als een zeef
Menina queque Iemand die denkt fijntjes en volgens de mode gekleed te zijn/ Een snob
Menino da mamã Een moederskindje
Merenda comida, companhia desfeita De buit is binnen/ Zodra het eten op is, vertrekt men
Mês do corrente Lopende maand
Mesmo assim Desondanks
Mesmo dizendo pouco, muito mal se pode fazer Zelfs met weinig woorden kun je veel kapot maken 
Meta-se na sua vida Bemoei je met je eigen zaken/ Commandeer de hond en blaf zelf
Meter a colher(ada) Tussenbeide komen/ Zich mee bemoeien 
Meter a mão na consciência Zijn geweten laten spreken
Meter a mão na massa Er tussenkomen/ In discussie gaan
Meter a pata na poça Brokken maken/ Een stommiteit uithalen
Meter a unha Veel te duur verkopen
Meter a viola no saco Met zijn mond vol tanden staan
Meter água Zwakte tonen/ Een dwaasheid, stommiteit begaan
Meter agulhas por alfinetes Doen of zijn neus bloedt
Meter uma cunha Een kruiwagen vragen voor iemand 
Meter debaixo dos pés Vernederen
Meter na boca do lobo Zich in het hol van de leeuw wagen
Meter na cabeça In zijn hoofd stampen
Meter o bedelho Zich ergens mee bemoeien/ Het beter willen weten
Meter o nariz em tudo Overal zijn neus in steken
Meter o nariz onde não é chamado Zich ongevraagd ergens mee bemoeien
Meter o pé na argola Ergens een puinhoop van maken
Meter o rabo entre as pernas Met de staart tussen de benen afdruipen
Meter os pés pelas mãos In de war raken/ Niet beslissen/ Liegen
Meter pernas a caminho Op weg gaan
Meter-se com Zich inlaten met/ Verleiden
Meter-se em brios Zijn beste beentje voorzetten
Meter-se em cavalarias altas Boven zijn macht grijpen/ Boven zijn stand leven  
Meter-se em lençois molhados Moeilijkheden veroorzaken
Meter-se-lhe na cabeça Zich in het hoofd halen
Meter-se na (sua) torre de marfim In een ivoren toren zitten
Meter-se nos copos Veel drinken (alcohol)
Meter-se num beco sem saída Op dood spoor raken
Meter-se numa alhada Zich in de nesten werken 
Meter-se numa boa embrulhada Zich in de nesten werken
Meter-se numa camisa de onze varas In grote problemen komen
Meter-se numa salgalhada Zich in de nesten werken
Meter-se onde não se é chamado Zijn neus ergens in steken
Meter uma cunha Invloed aanwenden om iets voor elkaar te krijgen
Meter uma rolha na boca Geen woord zeggen
Meu dito meu feito De daad bij het woord voegen
Mexa-se Haast u/ Schiet op
Mexer na ferida De vinger op de zere (wonde) plek leggen
Mexer (mover) céu e terra Hemel en aarde bewegen
Mexer (puxar) os cordelinhos Doen wat nodig is om iets te verkrijgen
Migalhas também é pão Wie het kleine niet eert is het grote niet weerd/ Alle beetjes helpen
Migalhas também são pão Wie het kleine niet eert is het grote niet weerd/ Alle beetjes helpen
Migalho de gente Een klein mensje/ Een kind
Mil novecentos e troca o passo Met Sint Juttemis
Milhentas vezes Ontelbare malen
Minha alma está parva Niet te geloven!
Minha fala Wat ik zeg, zei
Minha nossa! Hemeltje lief
Mirar-se Zichzelf bekijken
Moer a paciência Het bloed onder de nagels vandaan halen
Moer com pancadas Bont en blauw slaan
Molhar a palavra Wijn drinken
Montes de dinheiro Bakken vol geld
Morde-me o coração Het doet me pijn, verdriet/ Het ligt zwaar op mijn hart
Morder a isca Toehappen
Morder a língua Op zijn tong bijten
Morder na pele de alguém Iemands goede naam bezoedelen
Morrer como um cão Als een hond sterven
Morrer de pé Waardig sterven
Morrer por Heel graag willen
Morrer por alguém Smoorverliefd zijn op iemand
Morto de inveja Stik jaloers
Morto e bem morto Zo dood als een pier
Mosca (mosquinha) morta Dooie pier
Moscas apanham-se com mel Iemand honing rond de
mond smeren
Mostrar boa cara Zich van de goede kant laten zien
Mostrar má cara Zich van de slechte kant laten zien
Mover céus e terras Hemel en aarde bewegen
Muda o disco e toca o mesmo Alsmaar hetzelfde liedje
Muda o disco! Hou er nou eens over op
Mudar de cor Bleek worden
Mudar de ideia Van mening veranderen
Mudar os tarecos Interieur veranderen/ Meubels vervangen
Muita gente junta não se safa Samenwerken met veel mensen gaat niet goed
Muitas vezes o silêncio é a melhor resposta Vaak is stilte het beste antwoord
Muita atura, quem precisa Je houdt het lang vol, als je het nodig hebt
Muito dá quem dá o que pode Iemand die geeft wat hij kan, geeft veel
Muito espertalhão Bij de pinken
Muito falar é pouco acertar Veel blabla en weinig zinnigs zeggen
Muito riso, pouco siso Zit niet zo dom te lachen
Muito vento, pouca chuva Veel geblaat en weinig wol
Muitos anos a virar frangos Jarenlange ervaring/ Door de wol geverfd
Muitos cozinheiros estragam a sopa Geen twee kapiteins op één schip
Muitos são os conhecidos, poucos os amigos Veel kennissen, weinig vrienden
Mula de carga Werkezel
Mulher de armas Sterke vrouw/ Een moderne Jeanne d’Arc
Na boca do mentiroso, o certo se faz duvidoso Je moet een leugenaar niet geloven, vertrouwen
Na cama que farás, nela te deitarás Zoals je je bed opmaakt, zo zul je slapen/ Wat je
zaait zul je oogsten
Na cara de In het bijzijn van
Na crista da onda In de mode/ In de aandacht
Na era dos Afonsinhos (ou Afonsinos) Antieke tijd/ In de middeleeuwen
Na face e nos olhos se vê a letra do coração De ogen zijn de spiegel van de ziel
Na falta de Bij gebrek aan
Na flor da idade In de bloei van zijn leven
Na gasosa Heel snel
Na hora H Het uur U
Na mecha Heel snel
Na medida do possível Voor zover mogelijk
Na necessidade é que se conhecem os verdadeiros amigos In (tijden van) nood leer je je vrienden kennen
Na primeira quem quer cai, na segunda cai quem quer Van je fouten leer je
Na prisão e no hospital vês quem te quer bem e quem te quer mal In (tijden van) nood leer je je vrienden kennen
Na terra onde fores viver faz como vires fazer Pas je aan de gewoontes van het land aan/ Integreren
Nada como um dia após o outro Alles op zijn tijd/ Morgen komt er weer een dag
Nada disso Absoluut!
Nadar como um peixe Zich voelen als een vis in het water
Nadar como um prego Niet kunnen zwemmen/ Zakken als een baksteen
Não adianta (nada) Dat schiet niet op/ Daar schiet je niets mee op
Não adianta chorar Met huilen bereik je niets
Não adiante chorar sobre o leite derramado Gedane zaken nemen geen keer
Não adianta discutir Het heeft geen zin (hierover) verder te praten
Não aguentar a pedalada Niet kunnen bijbenen
Não alimentes burros a pão-de-ló Dat heeft geen zin
Não alinhar Niet meedoen met de rest
Não andar nem descansar Geen stap verder komen 
Não aquecer nem arrefecer>

Niets oplossen/ Niets mee opschieten
Não aquecer o lugar Niet lang op dezelfde plaats zijn
Não arredar pé Geen voet verzetten
Não atar nem desatar Aarzelen/ Niet beslissen
Não bater bem da bola Niet goed bij zijn hoofd zijn
Não caber em si de contente Buiten zichzelf van vreugde zijn
Não caber na(s) bainha(s) Verwaand zijn
Não cantes vitória antes do tempo Je moet geen halleluja roepen voor het Pasen is
Não chegar aos calcanhares Niet kunnen tippen aan
Não chegar para as encomendas Veel te doen hebben, veel opdrachten
Não concorda? Bent u het er niet mee eens?
Não conseguir meter a sua colherada Zijn ei niet kwijt kunnen
Não convém Het is niet aan te raden
Não dá quem tem, dá quem quer bem Je geeft niet omdat je het hebt, maar omdat je het wilt
Não dar a bota com a perdigota Niet zeker spelen/ Nadrukkelijk verschil maken
Não dar conta do recado Er niet in slagen een taak te volbrengen
Não dar corda Geen sugar geven/ Geen gesprek willen/ Geen vertrouwen hebben
Não dar em nada Nergens toe leiden
Não dar meia para caixa Er niet uitkomen/ Niet slagen in zijn opzet
Não dar nada por Geen cent uitgeven aan
Não dar o braço a torcer Geen duimbreed toegeven/ Zijn poot stijf houden 
Não dar orelhas Geen oren hebben naar
Não dar para a cova de um dente Niet in een holle kies passen
Não dar para petróleo Niet toekomen aan het allernoodzakelijkste
Não dar parte de fraco Geen angst tonen
Não dar pio Een geheim bewaren
Não dar quartel Geen genade verlenen
Não dar trela Geen antwoord, noch reactie geven/ Geen sjoege geven
Não dar troco Geen antwoord, noch reactie geven/ Geen sjoege geven
Não declares que as estrelas estão mortas só porque o céu está nublado Niet alles wat je ziet is de werkelijkheid/ Achter
de wolken schijnt de zon
Não deites pérolas a porcos Dat is parels voor de zwijnen gooien
Não deixar pôr o pé à frente Zich niet laten inhalen
Não deixar pôr o pé em ramo verde Goed zijn grenzen aangeven
Não deixar para amanhã o que podes fazer hoje Stel niet tot morgen uit wat je vandaag kunt doen
Não demores Blijf niet te lang weg
Não desgostar de Niet zijn neus ophalen voor
Não dizer ai nem ui Geen boe of bah zeggen
Não dizer coisa com coisa Onzin uitkramen
Não é cedo nem tarde Het is het juiste moment (om een beslissing te nemen)
Não é com palha que se apaga o fogo Dat is olie op het vuur gooien
Não é com vinagre que se apanham moscas Met azijn vang je geen vliegen
Não é grande rês Dat is iemand met een slecht karakter
Não é lá grande coisa Dat is niet veel zaaks
Não é nada consigo Dat gaat u niets aan
Não é nada do outro mundo Er is niets bovennatuurlijks aan
Não é para os teus dentes Het is niet voor jou bedoeld/ Het ligt boven je macht
Não enxergar um palmo adiante do nariz Geen hand voor ogen zien/ Ziende blind zijn
Não ergas alto um edifício sem fortes alicerces Het fundament van een gebouw is het belangrijkst
Não está mais aqui quem falou Ik trek mijn woorden terug (toegeven dat je ongelijk hebt)
Não estar bem de cabeça Niet goed bij zijn hoofd zijn
Não estar com meias medidas Geen halve maatregelen nemen
Não estar em si Zichzelf niet zijn: boos, verward
Não estar nos seus dias Zijn dag niet hebben
Não estar para aí virado Niet geneigd zijn te zwichten
Não faça caso  Trek het u niet aan
Não faças aos outros o que não gostas que te façam a ti Wat gij niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet
Não faz diferença Het doet er niet toe/ Het maakt niets uit/ Het is van geen belang
Não faz falta Het is nergens voor nodig/ We missen het niet
Não faz sentido nenhum Het slaat nergens op/ Het slaat als een tang op een varken/ Het raakt kant noch wal
Não fazer caso de Geen belang hechten aan
Não fazer farinha Niet kunnen opschieten met iemand
Não fazer farelo Niet kunnen overtuigen
Não fazer ideia Geen notie hebben van/ Geen idee hebben van
Não fazer mal a uma mosca Geen vlieg kwaad doen
Não fazer nenhum Niets doen
Não foi pelos seus lindos olhos Hij heeft dit niet te danken aan zijn mooie blauwe
ogen
Não ganhar para o petróleo Weinig, net genoeg verdienen
Não ganhar para o susto Nog moeten bekomen van de schrik
Não ganhar para o tabaco Weinig verdienen
Não ganhar para o tacho Niet genoeg verdienen om van te kunnen eten
Não há amor como o primeiro Geen liefde als de eerste liefde
Não há ano final que não tenha o seu Natal Elk jaar wordt het weer kerstmis
Não há bela sem senão Niets is volmaakt (Er is altijd iets op de koop te nemen)
Não há bem que sempre dure, nem mal que sempre se ature Goede tijden en slechte tijden zijn niet voor eeuwig
Não há cão nem gato Iedereen
Não há carne sem osso, nem farinha sem caroço Niet alles is perfect/ Er zijn geen rozen zonder
doornen
Não há com o que se preocupar Er is niets om je zorgen te maken
Não há domingo sem missa, nem segunda sem preguiça Zondag gaat men naar de kerk, maandag is men lui, moe
Não há duas sem três Van het een komt het ander
Não há feio sem graça, nem bonito sem seu senão Niemand is perfect
Não há fogo sem fumo Waar rook is, is vuur
Não há fumo sem fogo Waar rook is, is vuur
Não há galinha gorda por pouco dinheiro Voor niks gaat de zon op
Não há luar como o de janeiro, nem amor como o primeiro De eerste liefde is belangrijk
Não há maio sem favas nem S.Miguel sem vindimas Alles op zijn tijd
Não há mal que o tempo não cure De tijd heelt alle wonden
Não há marcas que o tempo não apague De tijd heelt alle wonden
Não há meio Niets aan te doen/ Er is geen enkele manier 
Não há nada a fazer Er is niets aan te doen
Não há nada de que Er zit niets anders op dan
Não há pior cego que o que não quer ver Hij is ziende blind
Não há pior inimigo que um falso amigo Met zo’n vriend heb je geen vijand meer nodig
Não há pior surdo que o que não quer ouvir Hij is horende doof
Não há prazer onde não há de comer Waar honger heerst is geen geluk
Não há pressa Er is geen haast bij
Não há problema Het geeft niet/ Geen probleem
Não há qualquer sombra da dúvida Er is geen twijfel aan/ Er is niet de geringste twijfel
Não há que fiar Dat boezemt geen vertrouwen in
Não há que ser forte, há que ser flexível Men moet niet sterk zijn maar flexibel
Não há regra sem exceção De uitzondering bevestigt de regel
Não há rosas sem espinhos Geen rozen zonder doornen
Não há sábado sem sol, domingo sem missa, nem segunda sem preguiça Rituelen verander je niet zomaar/ Men kan niet zonder rituelen
Não há tolo que não tenha a sua esperteza Elke dwaas heeft zijn eigen wijsheid
Não haver, ter mais a medir Niet aankunnen/ Te druk hebben
Não importa saber onde nasceste, mas o que és Niet afkomst telt, maar wie je bent
Não interessa nem ao menino Jesus Die, dat stelt niks voor/ Dat is totaal niet interessant
Não ir em (na) cantigas Er niet intrappen
Não julgues, para que sejas julgado Oordeel niet, opdat ge niet geoordeeld wordt
Não levantar uma palha Geen hand uitsteken
Não ligar Zich er niet mee bemoeien/ Het zich niet aantrekken
Não me chateies Val me niet lastig
Não me diga Nee maar!
Não me lembrei de Joana Ik heb niet aan Joana gedacht
Não me lixem Doe me geen kwaad
Não me sai da cabeça Ik krijg het niet uit mijn hoofd
Não meter prego nem estopa Ergens niet in gekend worden/ Niet meedoen
Não mexer uma palha Geen hand uitsteken
Não misturar alhos com bugalhos Geen knollen voor citroenen verkopen
Não morrer de amores Niet fijn vinden/ Antipathie hebben
Não mugir nem tugir Geen kik geven
Não nasci ontem Ik ben niet van gisteren
Não notei nada Ik heb niets gemerkt
Não olhar a nada Met niets rekening houden/ Niet bang zijn
Não pára quieto Hij zit geen ogenblik stil
Não passar cartão Geen aandacht aan besteden 
Não passar de cepa torta Niet verbeteren/ Zich niet verder ontwikkelen
Não perceber patavina Geen snars van snappen
Não perder pitada Helemaal niets missen
Não pesar na consciência Geen wroeging hebben
Não pode colher pepinos quem semeia tomates Wat je zaait zul je oogsten
Não poder com uma pessoa Iemand niet mogen
Não poder ver uma camisa lavada a alguém Iemand het het licht in de ogen niet gunnen
Não ponhas a ovelha a gaurdar o lobo Dat is de kat op het spek binden
Não pregar olho Geen oog dicht doen
Não presta Het deugt niet
Não sabe como governar quem a todos quer contentar Je kunt het niet iedereen naar de zin maken
Não saber a quantas anda De kluts kwijt zijn/ Niet weten welke dag het is
Não saber da missa (a) metade De juiste toedracht van de zaak niet kennen
Não saber nicles Geen fluit, geen snars ergens vanaf weten
Não saber peva Geen fluit, geen snars ergens vanaf weten
Não saber népia Geen fluit, geen snars ergens vanaf weten
Não saber pívia Geen fluit, geen snars ergens vanaf weten
Não saber puto Geen fluit, geen snars ergens vanaf weten
Não saber vírgula Geen fluit, geen snars ergens vanaf weten
Não saber para que lado se virar, voltar Niet weten waar je blijven moet
Não sabia Dat wist ik niet
Não sair de cepa torta Niets bijleren/ Niet verbeteren
Não são contas do meu rosário Hier heb ik niets mee te maken/ Ik ga hier niet over
Não se abusa da hospitalidade alheia Men moet geen misbruik maken van gastvrijheid
Não se corta o galho onde se está sentado De poten onder zijn stoel uit zagen
Não se cospe no prato em que se come Spuug niet op het bord waarvan je moet eten
Não se dar por achado Net doen of men het ergens anders over heeft
Não se descoser Niets loslaten
Não se deve fazer um bicho de sete cabeças Maak er geen drama van/ Maak van een mug geen olifant
Não se ensina o padre a rezar missa Je moet iemand die ergens verstand van heeft niet vertellen wat te doen
Não se ensina op pai-nosso ao vigário Je moet iemand die ergens verstand van heeft niet vertellen wat te doen
Não se importa de Vind u het niet erg om, als
Não se ouvir nem uma mosca Je kunt een speld horen vallen
Não se pode ter em pé Hij kan niet op zijn benen staan (dronken)
Não se serve a dois senhores ao mesmo tempo Men kan niet tegelijkertijd twee heren dienen
Não se ter de contente Uitgelaten zijn
Não se troca o certo pelo duvidoso Je moet geen oude schoenen weggooien voor je nieuwe hebt
Não sei explicar Ik kan het niet uitleggen
Não sei o que diga Ik weet niet wat ik zeggen moet/ Ik sta perplex
Não ser de ferro Niet van staal zijn
Não ser grande coisa Niet veel voorstellen
Não ser muito católico Geen vertrouwen inboezemen
Não serás amado, se de ti só tens cuidado Als je alleen aan jezelf denkt zul je nooit geliefd worden
Não serve Dat past niet 
Não tarda nada Het duurt niet lang (meer)
Não te atrevas Heb ‘t lef niet
Não te metas a comprar o que não podes pagar Je moet de tering naar de nering zetten 
Não te metas no que não te diz respeito Bemoei je met je eigen zaken
Não tem importância Dat is niet belangrijk
Não tem mel nem fel Het heeft geur noch kleur
Não têm olhos para verem as coisas? Hebben jullie geen ogen in je hoofd?
Não tem sentido Het doet er niet toe
Não tenho a certeza Ik weet het niet zeker
Não ter condições In slechte omstandigheden leven/ Geen condities hebben voor
Não ter emenda Hij is onverbeterlijk
Não ter espinhas Geen kunst aan zijn/ Een makkie zijn
Não ter maneiras Geen manieren hebben
Não ter mão em si Zichzelf niet in de hand hebben
Não ter mãos a medir Veel te doen hebben
Não ter modos Geen manieren hebben
Não ter nada a ver Er niets mee te maken hebben
Não ter onde cair morto Extreem arm/ Straatarm
Não ter ponta por onde se lhe pegue Niks aan zijn (aan iets of iemand)/ Niet de moeite waard zijn 
Não ter preço Is niet te betalen/ Niet te koop
Não ter tempo para se coçar Geen vrije tijd hebben
Não ter tomates Geen ballen hebben
Não ter um tostão Geen cent (te makken) hebben
Não ter uma ponta de esperança Geen greintje hoop hebben
Não ter unhas Niet weten/ Niet kunnen
Não ter vagar Geen tijd hebben
Não ter voto na matéria Niet kunnen meepraten over iets/ Geen zeggenschap hebben over iets
Não ter papas na língua Geen blad voor de mond nemen
Não tugir nem mugir Zich koest houden
Não vale nem a pena Dat is boter aan de galg gesmeerd/ Het is vergeefse moeite 
Não vale um chavo Geen enkele waarde
Não valer uma pitada Geen cent waard zijn
Não vendas a pele do urso antes de o matar Verkoop de huid niet voor de beer geschoten is
Não ver um palmo à frente do nariz Geen hand voor ogen zien
Não ver vivalmo Niemand zien/ Geen kip te bekennen
Não vou, nem que chovam canivetes Ik ga niet, al vergaat de wereld
Nariz ababatado Aardappelneus
Nariz afilado Lange puntneus
Nariz aquilino Haviksneus
Nariz arrebitado Wipneus/ Een verwaand iemand
Nascer num berço de ouro In een gouden wiegje geboren worden/ Van rijke ouders zijn
Natureza morta Stilleven
Negar a pés juntos Pertinent ontkennen
Nem aquece nem arrefece Het maakt niets uit
Nem assim nem assado Op geen enkele manier
Nem contas com parentes nem dívidas com ausentes Pas op met wie je zaken doet/ Doe geen zaken met familie
Nem mais um pio! Geen woord meer/ Mondje dicht!
Nem oito, nem oitenta Niet teveel en niet te weinig
Nem peixe nem carne Vlees noch vis
Nem pensar Geen denken aan
Nem pense nisso Geen sprake van
Nem pevide Helemaal niets
Nem por sombras Geen sprake van
Nem que seja Zelfs niet als
Nem se fala Evident/ Commentaar overbodig
Nem sempre Niet altijd
Nem sempre galinha, nem sempre sardinha Afwisseling van spijs doet eten
Nem só de pão vive o homem Een mens leeft niet van brood alleen
Nem tanto ao mar nem tanto à terra Niet teveel en niet te weinig
Nem todas as verdades se dizem Een leugentje om bestwil is wel toegestaan
Nem todos Niet allemaal
Nem tudo Niet alles
Nem tudo o que luza é ouro Het is niet alles goud dat blinkt
Nem tudo o que vem à rede é peixe Niet alles is te gebruiken
Nem tudo que balança cai Niet alles wat wankelt, valt
Nem tudo que reluz é ouro Het is niet alles goud dat blinkt
Nem uma nem duas Hij geeft geen kik
Nemhum pássaro aprende a voar dentro de uma gaiola Als je te beschermd opgroeit leer je nooit voor jezelf opkomen, verantwoordelijkheid te nemen
Nervoso miudinho Nerveus van binnen/ Innerlijk onrustig
Nessas alturas Op zulke momenten
Neste mesmo estádio Precies in deze fase
Nem sequer Niettemin
Ninguém acredita num mentiroso mesmo que esteja falando a verdade Een leugenaar wordt nooit geloofd, ook als hij de waarheid spreekt
Ninguém está bem com a vida que tem Niemand is tevreden met het leven dat hij leidt
Ninguém foge ao seu destino Niemand ontloopt zijn lot
Ninguém nasce ensinado Men kan niet alles weten
Ninguém se levanta sem primeiro cair Je kunt niet opstaan zonder eerst te vallen
No aperto e no perigo se conhece o amigo In nood leer je je vrienden kennen
No decorrer de In de loop van
No dia de S.Martinho há fogueiras, castanhas e vinho Rijmpje over Sint Maarten
No dia de S.Martinho mata o teu porco e prova o teu vinho Rijmpje over Sint Maarten
No dia tal às tantas horas Die dag, om zo laat
No local do acidente Op de plaats van het ongeluk
No local do crime Op de plaats delict
No meio é que está a virtude De deugd in het midden
No mês que vem Volgende maand
No meu entender Naar mijn mening
No pino do verão In het hartje van de zomer
No poupar é que está o ganho Op de kleintjes letten/ Ieder dubbeltje omdraaien
No que diz respeito a Voor wat betreft
No S.João a sardinha pinga no pão Nu is het tijd om sardientjes te eten
No sentido lato In de ruimste zin
Noite e dia Dag en nacht
Nos pequenos frascos há os grandes perfumes Klein maar fijn
Nos tempos da Maria Cachucha In lang vervlogen tijden
Nota de rodapé Voetnoot
Notícia boa corre, notícia má voa Slecht nieuws verspreidt zich sneller dan goed nieuws
Novo (novinho) em folha Splinternieuw
Num abrir e fechar de olhos In een oogwenk
Num aí In een wip, oogwenk
Num pronto Snel
Numa palavra In één woord
Numa roda-viva In een heksenketel/ Het is een gekkenhuis
Numa volta de mão In een handomdraai
Nunca deixes o amigo velho pelo novo Laat nooit een oude vriend vallen voor een nieuwe
Nunca digas desta água não beberei Zeg nooit nooit
Nunca digas nunca Zeg nooit nooit
Nunca digas o que sabes, se não sabes o que dizes Zeg nooit wat je weet als je niet weet wat je zegt
Nunca é tarde para aprender Het is nooit te laat om te leren
Nunca faças aos autros aquilo que não gostarias que fizessem contigo Wat gij niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet
Nunca foi um bom amigo quem por pouco quebrou a amizade Een goede vriend kan tegen een stootje
Nunca julgues pela aparência Je moet niet op het uiterlijk afgaan
Nunca mais é sábado Er komt maar geen eind aan
Nunca me enfio Ik trap er nooit in/ Ik doe er nooit aan mee/ Ik blijf daar verre
van
Nunca o vi mais gordo Ik ken hem nergens van
Nunca ouvi falar Daar heb ik nooit van gehoord
Nutrir-se de ilusões Illusies koesteren
Ó Zeg!
O agasalho Warme kleren
O aí Jesus Lievelings-
O alfaiate faz o homem Kleren maken de man
O amor de mãe é cego Moederliefde is blind
O amor é cego (e pensa que ninguém o vê) Liefde is blind
O barato sai caro Goedkoop is duurkoop
O bolo já acabou De koek is op
O bom é bonito Iets goed doen is mooi (Verzuchting bij het verrichten van een goede
daad)
O bom não é ser importante, o importante é ser bom Het is niet goed om belangrijk te zijn, het is belangrijk om goed te zijn
O bom filho à casa se torna Een goede zoon weet de weg naar huis
O bom ganhar faz o bom gastar Wie het breed heeft, laat het breed hangen
O bom gosto não se ensina Goede smaak valt niet te leren
O burro acredita em tudo o que lhe dizem Wie alles gelooft is een ezel
O cabo dos trabalhos Groot probleem/ Een opoffering
O caixão é irmão do berço De doodskist is de broer van de wieg
O cão velho quando ladra dá conselho Luister naar de oudere, hij bezit wijsheid
O caso está preto Het ziet er niet best uit/ Het is moeilijk, gevaarlijk
O comboio está de saída De trein staat op het punt te vertrekken
O comer e o caçar estão (vão) no começar Als je er eenmaal aan begint, komt er geen einde aan
O crime não compensa Misdaad loont niet
O culpado mora no lado De schuldige woont om de hoek
Ó da casa Hallo, is daar iemand thuis?
Ó da guarda Politie! (hulproep)
O diabo atrás da porta Een ongeluk ligt op de loer
O diabo não é tão mau como pintam Het kan best meevallen
O diabo seja cego, surdo e mudo Bezwering om het kwaad op een afstand te houden
O dinheiro compra pão, mas não compra gratidão Niet alles is te betalen met geld
O direito a Het recht om
O dom da palavra De gave van het woord
O feitiço vira-se contra o feiticeiro Wie de bal kaatst kan hem terug verwachten
O fim justifica os meios Het doel heiligt de middelen
O fruto nunca cai longe da árvore De appel valt niet ver van de boom
O fruto proibido é o mais saboroso Verboden vruchten zijn het lekkerst
O gato comeu a língua Hij heeft zijn tong verloren
O gato tem sete vidas Een kat heeft zeven levens
O grande trunfo da vítoria é saber esperar por ela De grootste triomf van de overwinning is erop kunnen wachten
O hábito não faz o monge De kleding zegt niks over de persoon
O hoje vale por dois amanhãs Vandaag is meer waard dan twee morgens
O homem põe e Deus dispõe De mens wikt, God beschikt
O hóspede é como o peixe, depois de três dias cheira mal Gasten en vis blijven drie dagen fris
O inferno está cheio de boas intenções De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens
O lobo perde os dentes mas não o costume De vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken
O lume está apagado Het vuur is uit
O mau da fita Allerberoerdst/ Het slechtste van allemaal/ De slechterik (in de film)
O medo tolhe-se os passos De schrik zit hem in de benen
O melhor da festa é esperar por ela Voorpret is de grootste pret
O melhor da viagem é quando se chega a casa Het beste van de reis is thuiskomen
Ó pá Hé zeg/ Hey man
O pão levanta e o vinho derruba Drank maakt meer kapot dan je lief is
O pão nosso de cada dia Ons dagelijks brood
O peixe que se escapa ao anzol é sempre enorme De grote vissen ontsnappen, de kleine worden gevangen
Ó pernas para que vos quero Ik ga er vandoor
O pior surdo é aquele que não quer ouvir De ergste dove is hij die niet wil horen
O pobre é como o parafuso, vive sempre apertado Als je arm bent leef je altijd krap
O pouco basta, o muito se gasta Als je weinig hebt is het genoeg, als je veel hebt geef je veel uit
O pouco com Deus é muito, o muito sem Deus é nada Weinig met God is veel, veel zonder God is niets
O primeiro milho é para os pardais Eerste gewin is kattengespin
O primeiro passo é o mais difícil De eerste stap is het moeilijkst 
O prometido é devido Belofte maakt schuld
O que cair na rede é peixe Alles (wat je krijgt) is meegenomen
O que deseja? Kan ik u helpen? (in de winkel en zo)
O que é barato sai caro Goedkoop is duurkoop
O que é bom acaba depressa Gezelligheid kent geen tijd
O que é bom para a colmeia é bom para a abelha Wat goed genoeg is voor de een is ook goed voor de ander
O que é bom, dura pouco Lekker is maar een vinger lang
O que é de gosto regala a vida Als je iets doet met plezier geniet je van het leven
O que é doce nunca amargou Alles wat zoet is, is lekker
O que é moda não incomoda Wie mooi wil zijn moet pijn lijden
O que é nosso vem parar-nos à mão Wat ons toekomt, komt naar ons toe
O que ele diz não se escreve Niet veel waarde hechten aan wat iemand zegt/Weten wie het zegt
O que foi duro de sofrer é doce de recordar Verlangen naar vroeger/ Zelfs slechte herinneringen zijn zoet
O que foi? Wat is er?
O que há de fazer? Wat kan ik eraan doen?
O que ia dizer? Wat wilde u zeggen?
O que lá vai, lá vai Wat geweest is, is geweest
O que mão direita faz, a esquerda não deve saber De linkerhand weet niet wat de rechter doet
O que não mata, engorda Daar ga je heus niet dood van/ Vieze varkens worden niet vet
O que os olhos não vêem, o coração não sente Uit het oog, uit het hart
O que quer que seja Wat dan ook
O que tem o cu com as calças? Wat heeft dat er nou mee te maken
O que vai, tambem volta Wat heengaat komt ook terug
O que vem à rede é peixe Alles is meegenomen
O resto é música De rest is niet belangrijk/ De rest doet er niet toe
O resto é paisagem De rest is niet belangrijk/ De rest doet er niet toe
O resto são cantigas De rest is niet belangrijk/ De rest doet er niet toe
O saber não ocupa lugar Kennis is belangrijk (kun je niet teveel hebben, het neemt geen plaats in)
O segredo é a alma do negócio Over zaken moet je niet praten
O segredo melhor guardado é o que ninguém é relevado Een geheim bewaar je alleen door het niemand te vertellen
O seguro morreu de velho Pas op/ Kijk uit/ Wees op je hoede/ Gevaar zit in een klein hoekje
O seguro morreu de velho e a prudência foi ao funeral De veiligheid stierf oud en de voorzichtigheid was op zijn begrafenis …
O seu a seu dono Wat van jou is, is van jou
O silêncio é de ouro Stilte is goud waard
O sol quando nasce é para todos De zon is van iedereen
O tempo a tudo dá remédio De tijd heelt alle wonden
O tempo é o melhor amigo do homem Komt tijd, komt raad
O tempo passa a correr De tijd vliegt
O trabalho enriquece e a preguiça empobrece Werk maakt rijk, luiheid maakt arm
O trabalho não mata ninguém Van werken ga je niet dood
O travesseiro é bom conselheiro Slaap er nog een nachtje over
O último que vier come do que trouxer De laatste die komt, eet wat de pot schaft
Obra apressada, obra estragada Haastige spoed is zelden goed
Obras de Santa Engrácia Een eindeloze situatie, het werk komt nooit af
Obrigado eu De dank is aan mij
Oferecer o seu préstimo Zijn diensten aanbieden
Ofereceram-me Ik heb het gekregen
Oitava maravilha Achtste wereldwonder
Olha como tu estás Wat zie jij eruit (negatief)
Olha quem fala Moet je horen wie het zegt
Olhar com bons olhos Ergens positief naar kijken
Olhar de lado Wantrouwen
Olho da rua Buiten gezet zijn
Olho do amo engorda o cavalo Het oog van de meester maakt het paard vet
Olho por olho, dente por dente Oog om oog, tand om tand
Olhos afogados em lágrimas Ogen vol tranen
Olhos de carneiro mal morto Futloos kijken/ Soepogen
Onde canta galo não canta galinha De man is de baas
Onde é que eles foram descobrir isto? Hoe zijn zij hier achter gekomen?
Onde é que ela se meteu Wat heeft hij gedaan, uitgespookt
Onde é que tens a cabeça? Waar zit je met je gedachten?
Onde há fumaço há fogo Waar rook is, is vuur
Onde há fumo há fogo Waar rook is, is vuur
Onde Judas perdeu as botas Afgelegen plek/ The middle of nowhere/ Met krantenpapier dichtgeplakt
Onde mija um português, mijam logo dois ou três Als er een schaap over de dam
is volgen er meer
Onde todos ajudam nada custa Vele handen maken licht werk
Ora gaita Uitdrukking van niet mee eens zijn
Ora, bolas! Uitdrukking van verbazing, schrik, ergernis
Ora, já viu Zie je wel
Ora, viva Hoi/ Hallo/ Vrolijke groet
Orelhas de burro Straf op school: met ezelsoren op in de hoek staan
Os anjos não têm costas Tegen iemand die met zijn rug naar je toe staat
Os bons conselhos são geralmente amargos Goede raad is duur
Os comes Het eten
Os extremos tocam-se Uitersten trekken elkaar aan
Os homens conhecem-se pelos palavras, os burros pelos coices Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is
Os olhos arrasaram-se de lágrimas De tranen stonden hem in de ogen
Os olhos fizeram-se para ver e não para dormir Kijk uit je doppen? Heb je soep in je ogen?
Os olhos pedem mais do que a barriga aguenta Zijn ogen zijn groter dan zijn maag
Os olhos são maiores que o estômago Zijn ogen zijn groter dan zijn maag
Os olhos são os espelhos da alma De ogen zijn de spiegel van de ziel
Os sábios não dizem o que sabem e os tolos não sabem o que dizem De wijze zegt niet wat hij weet, de domme weet niet wat hij zegt
Os meus pêsames Gecondoleerd
Os meus sentimentos Gecondoleerd
Os últimos serão os primeiros De eersten zullen de laatsten zijn
Osso difícil de roer Groot probleem/ Moeilijke taak, opdracht
Osso duro de roer Groot probleem/ Moeilijke taak, opdracht
Ossos do ofício Hoort bij je werk/ Onprettige beroepsconsequenties
Ou há moralidade ou comem todos Zonder moraal krijgt iedereen problemen
Ou vão ou racha Doe iets!
Outra banda De andere oever (van de rivier)
Outra vez, Inês Zegt men tegen iemand die doordramt over iets
Ouvir das boas Naar kritiek luisteren/ Een berisping ondergaan
Ouvir sermão e missa cantada Een uitbrander krijgen/ Een standje krijgen
Ovelha ranhosa Het zwarte schaap
Ovo de Colombo Het ei van Columbus
Ovos moles Een gebakje, dessert met veel ei erin
Oxalá Ik hoop het/ Hopelijk
Para mim é chinês Ik begrijp er niets van
Paciência de santo Engelengeduld
Paga o justo pelo pecador Een zondebok zijn
Pagar as favas Vals beschuldigd worden/zijn 
Pagar na mesma moeda Met gelijke munt betalen
Pagar por alguma coisa Ergens voor moeten boeten
Pagar uma promessa Een belofte nakomen/ Zijn belofte houden
Paixão assolapada Smoorverliefd
Paixão, febre e tosse, ninguém esconde Verliefdheid, hoest en koorts kun je niet verbergen
Palavra de honra Erewoord
Palavra de rei não volta atrás Het woord van de koning blijft
Palavra fora de boca é palavra fora da mão Eens gezegd blijft gezegd
Palavra por palavra, tim por tim Woord voor woord
Palavra puxa palavra Het ene woord lokt het andere uit
Palavras caras Moeilijke woorden (gebruiken)/ Dure woorden
Palavras ocas, orelhas moucas Naar nietszeggende woorden luistert geen mens
Palavras, leva-as o vento Woorden verwaaien met de wind
Pancadinhas de amor Een stoeipartij
Pano para mangas Veel mogelijkheden/ Een lang verhaal/ Een groot project
Pão, pão, queijo, queijo Eenvoudig/ Direct
Pãozinho sem sal Een zouteloos iemand
Papa-hóstias Iemand die dagelijks ter communie gaat
Papar moscas Luisteren met open mond
Para a frente é que se anda Vooruit! Doorgaan!
Para a fome não há pão duro Honger maakt rauwe bonen zoet
Para baixo todo santo ajuda, para cima toda coisa muda Afdalen is gemakkelijker dan opklimmen
Para bom entendor meia palavra basta De goede verstaander heeft slechts een half woord nodig
Para bom mestre não há má ferramenta Goed gereedschap is het halve werk/ Een vakman levert goed werk
Para cá e para lá Heen en weer
Para dizer a verdade Eerlijk gezegd
Para grandes males, grandes remédios Er is altijd een oplossing, hoe groot het probleem ook is
Para inglês ver Iets waardeloos dat er van buiten goed uitziet/ Een façade
Para longe vá o agoiro Moge het ongeluk verre van je blijven
Para mentir precisa-se de boa memória Een goede leugenaar moet een goed geheugen hebben 
Para morrer basta estar vivo Om dood te gaan hoef je alleen maar te leven
Para muito sono toda a cama é boa Als je niet veel hebt is ieder beetje goed
Para o boneco Voor niets
Para o que der e vier Op alles voorbereid
Para os devidos efeitos Om hierin te voorzien/ Waar zulks nodig is
Para pão duro, dente agudo Je moet goede tanden hebben om oud brood te kunnen eten
Para pergunta apressada, resposta demorada Hoe sneller de vraag hoe trager het antwoord
Para quem Deus não dá filhos, o diabo dá sobrinhos Als je niet kiest voor eigen kinderen krijg je die van je broers en zussen gratis 
Para quem é, bacalhau basta Hij verdient niet beter/ Hij heeft niet meer nodig
Para sempre Voorgoed
Para trás das costas Achter de rug (willen vergeten)
Para uma casa de família Voor een weeshuis
Parar é morrer Stilstaan is doodgaan/ Stilstand is achteruitgang
Parece que viste lobo Je ziet eruit of je een geest hebt gezien
Parecer que viu bicho Eruit zien als een geest/ Lijkbleek zien
Partir do zero Beginnen bij nul/ Zonder iets beginnen
Partir o coração Iemands hart breken
Passar a batata quente Het probleem afschuiven
Passar a história Achter zich laten/ Vergeten (in de zin van laat maar)
Passar a limpo In het net schrijven
Passar a noite em branco Niet kunnen slapen
Passar a noite em claro Niet kunnen slapen
Passar a pente fino Uitkammen
Passar a vida a Heel vaak doen
Passar ao lado Aan iemand voorbij gaan
Passar as passas (passinhas) do Algarve Zwaar lijden/ Veel moeite doen/ Een moeilijke tijd doorstaan/ Moeilijkheden doorstaan
Passar da cavalo para burro Afdalen in de hiërarchie/ Degraderen
Passar das marcas Te ver gaan/ De perken te buiten gaan/ Zijn boekje te buiten gaan 
Passar dos limites Misbruik maken/ De grenzen niet in acht nemen /Over
de schreef gaan
Passar das marcas Misbruik maken/ De grenzen niet in acht nemen
/Over de schreef gaan
Passar gato por lebre Knollen voor citroenen verkopen/ Iemand iets op de mouw spelden/ Iemand iets wijsmaken
Passar os olhos em Vluchtig bekijken/ Vluchtig opnemen
Passar pelas armas Executeren
Passar pelas brasas Een dutje doen/ Een uiltje knappen
Passar(-se) por Doorgaan voor
Passar por alto Niet opmerken/ Vergeten
Passar por duras provas Het hard te verduren hebben
Passar-se Buiten controle raken
Passar todas as medidas De perken te buiten gaan
Passar um mau bocado Een rottijd doormaken
Passar (chegar) a vias de facto Tot handtastelijkheden overgaan
Passarinhos e pardais, não são todos iguais Het zijn vogels van verschillend pluimage
Passem bem e gastem pouco Grappige afscheidswoorden onder vrienden
Passo de caracol Slakkengang
Passo-a-passo Stap voor stap/ Voetje voor voetje
Passos perdidos Vergeefse stappen
Passou bem? Hoe maakt u het?
Patrão fora, dia santo na loja Als de kat van huis dansen de muizen op tafel
Patrão máximo Baas boven baas
Pau de cabeleira Chaperone
Pau de dois bicos Iemand die met alle winden meewaait
Pau de vassoura Een spriet/ Magere lat 
Pau de virar tripas Een mager iemand
Pau mandado Doet alles wat je hem opdraagt
Pau que nasce torto nunca se endireita Een slechte start haal je niet meer in 
Pé ante pé Voorzichtig/ Voetje voor voetje
Pecado confessado está meio perdoado Een zonde die bekend wordt is al half vergeven/
Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald
Peço desculpa Het spijt me/ Pardon/ Sorry
Pé-de-chumbo Iemand die langzaam en zwaar loopt? Iemand die niet kan dansen/
Een houten klaas
Pé-de-dança Een beetje dansen
Pé-de-vento Wanorde/ Ruzie 
Pedir licença a um pé para mexer o outro Lui en traag lopen, zijn
Pegar ou largar Take it or leave it/ Aan jou de keus/ Het is aan jou
Pegar ao serviço Beginnen te werken (op een dag)
Peixe não puxa carroça Vis eten geeft je niet genoeg energie (wordt gezegd door vleeseters)
Peixinhos da horta Gerecht: gefrituurde snijbonen
Pela boca morre o peixe Waar het hart vol van is loopt de mond van over
Pela certa Vast en zeker
Pela ignorância nós erramos, e pelos erros nós aprendemos Uit onwetendheid maken we fouten en van onze fouten leren we
Pela palha se conhece a espiga Men kent de inhoud door de buitenkant te zien
Pela parte que me toca Voor het deel dat mij aangaat
Pela primeira vez Voor het eerst
Pelas suas própias palavras Volgens eigen zeggen
Pelas trazeiras Achterom
Pele e osso Vel over been
Pelo amor de deus Om godswil
Pelo andar da carruagem Door de loop der dingen
Pelo canto se conhece a ave Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is
Pelo contrário Integendeel
Pelo preço da chuva Spotgoedkoop
Pelo preço da uva mijona Spotgoedkoop
Pelo que me lembro Voor zover ik me kan herinneren
Pelos bonitos olhos Door zijn mooie ogen
Pelos cabelos Aan het eind van zijn latijn
Pelos vistos Zo te zien
Pendurar as botas Met pensioen gaan
Pensar alto Hardop in zichzelf praten
Pensar duas vezes Twee keer nadenken
Pense nisso Denk eraan
Pense rápido, fale devagar Denk snel maar praat langzaam
Pensem o que pensarem Wat ze ook denken
Perante um público Met publiek
Pequenos riachos formam grandes rios Elke dag een draadje is
een hemdsmouw in het jaar/ Alle beetjes helpen/ Vele
kleintjes maken een grote
Perder a cabeça Zijn verstand
verliezen
Perder a conta a Ontelbare
Perder a vida Het leven verliezen
Perder as estribeiras Geen controle meer hebben
Perder o ano Zakken/ Blijven zitten (op school)
Perder o fio à meada De draad kwijtraken
Perder o juízo Zijn gezonde verstand verliezen
Perder o norte Gedesoriënteerd zijn/ Door de bomen het bos niet meer zien
Perder o pio à meada De draad kwijtraken
Perder o seu latim Aan het eind van zijn latijn zijn
Perder o terreno Terrein verliezen
Perder o tino De kluts kwijtraken
Perder os sentidos Buiten westen raken/ Flauw vallen
Perder pé Geen vaste grond meer onder de voet hebben
Perder-se Verdwalen
Perder-se de amores Verliefd worden
Perder-se por saias Een rokkenjager (die vrouwen geen goed doet)
Perder tempo Tijd verspillen
Perder uma batalha não é perder uma guerra Een slag verliezen is nog geen oorlog verliezen
Perdoai e sereis perdoados Vergeeft en gij zult vergeven worden
Perfazer um ano Een jaar volmaken 
Pergunta e saberás Vraagt en gij zult weten
Perguntar não ofende Vragen staat vrij
Pernas para que vos quero Vluchten/ De benen nemen/ De plaat poetsen
Pernas de canivete Dunne benen/ Spillebenen
Pernas para andar Doorgaan
Pérola aos porcos Parels voor de zwijnen
Pés de lã Voorzichtig zijn/ Zachtjes lopen
Pés no ar Voeten omhoog
Pesa-me a sua presença Uw aanwezigheid is mij tot last
Pesar os prós e os contras Voor- en nadelen berekenen
Peso e medida governam a vida Door goede keuzes te maken heb je een evenwichtig leven
Peso morto Dood gewicht
Petisco (Lekker) hapje/ Tapa
Pilha de nervos Zenuwpees
Pintar a manta Ondeugende dingen doen/ Lawaai maken/ Kattekwaad
uithalen?
Pintar o sete Ondeugende dingen doen/ Lawaai maken/ Kattekwaad uithalen?
Pior cego é aquele que não quer ver Iemand die ziende blind is
Pisar a tábua Plankgas geven
Pé na tábua Plankgas geven
Pisar ovos Langzaam lopen
Pisar os calos Iemand beledigen/ Te ver gaan
Pisca-pisca Knipperlicht
Piscar o olho Knipogen
Pitéu (Lekker) hapje
Pitosca Slechtziend(e)
Pitosga Slechtziend(e)
Plantar uma figueira Vallen (gekscherend bedoeld als iemand valt)
Pobre diabo Iemand die geen vlieg kwaad doet
Pobre mortal Een arme sterveling
Pobreza franciscana Extreme armoede
Poço sem fundo Een bodemloze put
Podes cá vir ter Kun je naar mij toekomen
Podes contar comigo Je kunt op me rekenen
Podes estar descansado Maak je geen zorgen
Podes ficar com isto Jij mag dit houden
Podia fazer-me um favor Zou u iets voor me kunnen doen/ Zou u me een
plezier kunnen doen
Pôdre de rico Steenrijke
Põe-te a andar Kom op, lopen
Pois claro! Natuurlijk!
Pois então In dat geval/ Nou, dan
Pois não Inderdaad niet
Ponta abaixo, ponta acima Slecht, slordig gekleed iemand
Pontapé de saída Iets starten
Ponto de partida Oorsprong
Ponto por ponto Punt voor punt
Por agora Voorlopig
Por água na fervura Verzoenen/ Paaien/ Tevreden proberen te stellen
Por alto Oppervlakkig
Por aqui Hier in de buurt
Por assim dizer Zogezegd
Por atacado In één keer/ In het groot
Por baixo da mesa In het verborgene/ Zwart geld
Por coisa nenhuma Om geen enkele reden
Por dá cá aquela palha Om futiele redenen
Por distinção Door verdienste
Por esse andar Op die manier
Por excelência Bij uitstek
Por falar nisso Nu we het er toch over hebben
Por falta de uma pedra não o cai o muro Door een klein foutje hoeft niets alles te mislukken
Por graça Voor de grap
Por mão de mestre Perfect/ Door meesterhand
Por mim Wat mij betreft
Por minha parte Wat mij betreft
Por miúdo In detail 
Por montes e vales In alle richtingen
Por motivo de saúde Om gezondheidsredenen
Por nós Als het aan ons ligt, lag
Por obra e graça de Door interventie van/ Door actie van
Por onde tem andado? Waar bent u geweest de laatste tijd?
Por onde vás, assim como vires assim farás Pas je aan waar je ook heen gaat
Por outros termos In andere bewoordingen/ Met andere woorden
Por partes Stuk voor stuk
Por portas e travessas Via ondoorgrondelijke wegen
Por pouco Op het nippertje
Por remate em De laatste hand leggen aan
Por seu turno Om de beurt
Por sua conta e risco Voor uw eigen risico
Por toda a parte Overal
Por todos os aspectos Van alle kanten bekeken/ Hoe men het ook bekijkt
Por um nada Om een kleinigheidje
Por um triz Op het nippertje
Pôr a escrita em dia Administratie doen/ Een brief schrijven
Pôr a boca no mundo Moord en brand schreeuwen/Zijn longen uit zijn lijf schreeuwen
Pôr a limpo Verhelderen
Pôr a mão em (alguma coisa) Ergens aan (zien te) komen
Pôr a nu Onthullen
Pôr a pata na poça Brokken maken/ Een stommiteit uithalen
Pôr alguém à prova Kijken wat voor vlees je in de kuip hebt
Pôr a salvo Redden
Pôr a um canto Verwerpen/ Afdanken/ Aan de kant schuiven
Pôr à vista Zichtbaar maken
Pôr ao corrente Verduidelijken/ Informeren
Pôr as cartas na mesa Kaarten op tafel
Pôr as mãos no fogo Zijn hand in het vuur steken
Pôr casa Een huishouden beginnen
Pôr de banda Afstand nemen/ Opzij gaan/ Aan de kant schuiven
Pôr em acção In werking stellen
Pôr em dia qualquer coisa Iets op orde brengen
Pôr em marcha In werking stellen
Pôr em pratos limpos Uitleggen/ Duidelijk maken
Pôr em risco In gevaar brengen
Pôr mãos à obra Aan de slag gaan
Pôr na caneca Inschenken
Pôr no olho da rua Buiten zetten/ Ontslaan
Pôr o carro adiante dos bois Het paard achter de wagen spannen
Pôr o dedo na chaga De vinger op de zere (wonde) plek leggen
Pôr o dedo na ferida De vinger op de wonde (wonde) plek leggen
Por o pé em ramo verde Buiten de gebaande wegen treden
Por o pé em terra Voet aan wal zetten
Pôr o preto no branco Zwart op wit
Pôr os escritos Te huur zetten
Pôr os pontos nos ii De puntjes op de i zetten
Pôr pulga atrás da orelha Zich achter de oren krabben
Pôr-se a andar Er vandoor gaan
Pôr-se a cavar Vluchten
Pôr-se ao fresco Ophoepelen/ Ontsnappen/ Weggaan
Pôr-se ao largo Zich afzijdig houden/ Uit de buurt blijven
Pôr-se (estar) a pau Opletten/ Op zijn hoede zijn
Pôr-se em campo Zich op de strijd voorbereiden
Pôr-se em dia Bijhouden
Pôr-se em pratos limpos Schoon schip maken
Pôr-se na alheta Zijn hielen lichten
Pôr tudo preto no branco Zwart op wit zetten
Porta à porta Huis aan huis
Porta do cavalo Zijdeurtje
Porta sim, porta não Om de andere deur
Portuga Scheldwoord van Brazilianen voor Portugezen
Pós de perlimpimpim Hocus pocus
Pouca coisa conheço Ik weet niet veel
Pouco se aprende com a vitória, mas muito com a derrota Van een overwinning leer je weinig, van een nederlaag leer je veel
Poupa o teu vintém e um dia serás alguém Spaar en op een dag zul je rijk zijn
Prata da casa Eigen aan het huis
Prática o bem sem olhar a quem Doe goed aan onverschillig wie
Prato de dia Dagschotel
Pregar no deserto Tegen de muur praten/ Tegen dovemansoren zeggen
Pregar uma partida Een poets bakken
Pregar uma peça Een poets bakken
Pregar uma peta Voor de gek houden
Preto como o diabo Pikzwart
Preto da casa africana Zwaar beladen iemand (met pakjes)/ Bepakt en
bezakt/ Gepakt en gezakt
Primeiro a obrigação, depois a devoção Eerst werken, dan ontspannen
Prisão de ventre Constipatie
Procura e oferta Vraag en aanbod
Promessa é dívida Belofte maakt schuld
Prometer (dizer) mundos e fundos Gouden bergen beloven
Pronto-a-vestir Kledingwinkel
Prova eliminatória Voorronde
Psiu Psst
Pular de contente Huppelen van vreugde/ Zo blij zijn als een kind 
Pumba Boem (als iets valt)
Puro sangue Pur sang
Puxar a brasa para a sua sardinha Alles naar zich toe halen
Puxar a brasa para a sua sardinha Preken voor eigen parochie
Puxar as orelhas Een draai om de oren geven/ De oren wassen
Puxar as rédeas Tot de orde roepen
Puxar conversa Iets los zien te peuteren (gesprek)
Puxar os cordões à bolsa Moeten betalen
Puxar pela cabeça Zich het hoofd breken
Puxar pela língua Uithoren
Puxar pelo cabedal Zich inspannen op het werk
Puxe (a) cadeira e sente-se no chão Zoek maar een plekje om te zitten (grapje)
Qual carapuça! Ongelooflijk!/ Niet te geloven!
Qual é o número? Welke maat?/ Welk nummer?
Qualquer construção começa no chão Elk gebouw begint op de grond
Qualquer dia Op een dag
Quando a barriga está cheia, toda a fruta tem bicho Met een volle maag heb je nergens meer trek in
Quando a cabeça não ajuda, o corpo é que paga Als je domme dingen doet, krijg je later spijt
Quando abre a boca, ou sai asneira ou entra mosca Als u uw mond opendoet kraamt u alleen onzin uit
Quando as comadres ze zangam, dizem-se as verdades Kinderen en gekken (dronkelui) zeggen de waarheid
Quando as galinhas tiverem dentes Met sint Juttemis/ Als kerstmis en pasen op één dag vallen
Quando dois brigam, um terceiro tira proveito Twee honden vechten om een been, de derde loopt er ras mee heen
Quando há fome não há mau pão Honger maakt rauwe bonen zoet
Quando mais depressa mais devagar Hardlopers zijn doodlopers/ Haastige spoed is zelden goed
Quando mais se tem, mais se quer Hoe meer je hebt, hoe meer je wilt
Quando menos espera Wanneer je het het minst verwacht
Quando não sabemos aonde vamos, são todos os caminhos bons Als we geen doel hebben maakt het niet uit welke weg we bewandelen
Quando o dançarino não sabe dançar, diz que a sala é torta De schuld bij een ander zoeken, leggen
Quando o dinheiro fala, tudo cala Geld is macht
Quando o gato sai, os ratos fazem a festa Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel
Quando o rei faz anos Heel zelden
Quando um burro fala, zurra, o outro baixa as orelhas Als iemand praat, moet de ander zijn mond houden
Quando um diz mata, o outro diz esfola Ik weet niet wie van de twee het ergste is
Quando uma porta se fecha, outra se abre Als een deur dicht gaat, openen zich andere
Quantas cabeças, tantas sentenças Zoveel hoofden, zoveel zinnen
Quanto antes Zo spoedig mogelijk
Quanto ao que sei Voor zover ik weet
Quanto falta? Over hoelang/ Hoe ver nog?
Quanto maior é o passo, maior é o tombo Hoe hoger je springt hoe dieper je kunt vallen
Quanto mais depressa mais devagar Haastige spoed is zelden goed
Quanto mais melhor Hoe meer, hoe liever
Quanto mais juras, mais mentiras Hoe meer beloftes, hoe meer leugens
Quanto mais se vive, mais se aprende Hoe langer je leeft, hoe meer je leert
Quanto mais te agachas, mais te põem o pé em cima Hoe onderdaniger je bent, hoe meer misbruik er van je wordt gemaakt
Quanto mais depressa possível Zo spoedig mogelijk
Quanto mede? Hoe lang bent u, is hij?
Quanto tempo Hoe lang
Quantos são hoje? De hoeveelste is het vandaag?
Quatro olhos vêem mais que dois Vier ogen zien meer dan twee
Que a mão direita não saiba da esmola que a esquerda deu De rechterhand weet niet wat de linker doet
Que bicho lhe mordeu Wat is er met hem aan de hand?/ Wat heeft hij?
Que coisa incrível! Ongelooflijk!
Que coisa mais ridícula! Wat belachelijk
Que coisa Het is me wat
Que data é hoje? De hoeveelste is het vandaag?
Que dia é hoje? Wat is het vandaag?
Que disparate Wat een onzin
Que é feito de Wat is er geworden van
Que horas são? Hoe laat is het?
Que lata! Jij durft!
Que lhes faça bom proveito à barriga e ao peito Grappig rijmpje om tegen kinderen ‘smakelijk eten’ te zeggen
Que lindo par de jarras! Wat een komisch duo
Que mais havia de ser? Wat wil je nog meer?/ Anders nog iets?
Que mal é que tem? Dat kan toch geen kwaad?
Que nem canja Fluitje van een cent
Que nem ginjas Ja zeker
Que disparate Wat een onzin
Que tal se… Wat als…
Quebra cabeças Hoofdbrekens
Quebrar as regras De regels breken
Quebrar o gelo Het ijs breken
Queda para Een zwak voor
Queima das fitas Afsluiting van het academisch jaar (van studenten)
Queimar o sangue Zijn bloed kookt
Queimar os últimos cartuchos Zijn kruit verschieten
Quem a raposa quer enganar, muito tem que madrugar Wie de vos wil bedriegen moet vroeg opstaan
Quem a si próprio elogia, não merece crédito Wie met zichzelf te koop loopt, krijgt geen respect
Quem acha, guarda Het is voor de eerlijke vinder
Quem ama a rosa, suporta os espinhos Wie van de roos houdt, verdraagt de doornen
Quem ama o feio, bonito lhe parece Liefde maakt blind
Quem anda à chuva molha-se Als je onnodige risico’s neemt moet je ervoor boeten, bloeden
Quem avisa, amigo é Een gewaarschuwd mens telt voor twee
Quem bem começa bem acaba Een goed begin is het halve werk
Quem bem nada, não se afoga Wie goed kan zwemmen verdrinkt niet
Quem boa cama faz nela se deita Je bent verantwoordelijk voor je daden
Quem brinca com fogo, queima-se Wie met vuur speelt, brandt zich
Quem cabritos não vende e cabras não tem, de algum lado lhe vem Zegt men van iemand die onverklaarbaar plotseling veel geld te besteden heeft
Quem caça acha Wie zoekt zal vinden
Quem cala consente Wie zwijgt stemt toe
Quem canta (seu mal(es) espanta Als je zingt, vergeet je je verdriet
Quem casa quer casa Als je wilt trouwen moet je een huis hebben
Quem castiga um, avisa cem Een gewaarschuwd mens telt voor twee
Quem colhe rosas deve suportar os espinhos Geen rozen zonder doornen
Quem come a correr, do estômago vem a sofrer Niet teveel, te snel eten anders krijg je last van je maag
Quem conta com o ovo na galinha, morre de fome Als je rekent op iets wat je niet hebt, krijg je vaak niets
Quem corre por gosto não cansa Eigen schuld, dikke bult
Quem dá aos pobres, empresta a Deus Wat je aan de armen geeft, leen je aan God
Quem dá bom exemplo, dá bom conselho Een goed voorbeeld doet goed volgen
Quem dá e torna a tirar, ao inferno vai parar Eens gegeven blijft gegeven
Quem dá o pão, dá a educação Wie voedt, voedt op
Quem é amigo de todos não o é de ninguém Hij is een allemansvriend
Quem é do mar, não enjoa Een zeeman wordt niet zeeziek
Quem é que está a seguir? Volgende patiënt
Quem espera sempre alcança Geduld is een schone zaak
Quem espera, desespera Je wordt wanhopig als je te lang moet wachten
Quem está no convento é que sabe o que lhe vai dentro Alleen jij weet wat er aan de hand is
Quem fala a verdade, não merece castigo Wie de waarheid vertelt, verdient geen straf
Quem fala assim não é gago Je kunt het mooi zeggen
Quem fala o que quer, ouve o que não quer Wie teveel praat, krijgt dit op zijn brood
Quem faz o mal, espere outro tal Wie kwaad doet, kwaad ontmoet
Quem faz o que pode e dá o que tem, a mais não é obrigado Wie doet wat hij kan en geeft wat hij heeft, hoeft niet meer te doen
Quem faz um cesto faz um cento Een gemaakt, honderd gemaakt
Quem faz uma vez, faz duas, faz três Wordt gezegd van iemand die vreemd gaat of niet eerlijk zaken doet
Quem foi ao mar, perdeu o lugar Opgestaan is plaats vergaan
Quem gasta mais do que tem, a pedir vem Wie alles opmaakt, raakt aan de bedelstaf
Quem mais jura mais mente Iemand die van alles belooft, is niet te vertrouwen
Quem mais perto está do fogo, mais se aquece Hoe dichter bij het vuur, hoe warmer je het hebt
Quem mais sabe mais aprende Hoe meer je weet, hoe minder je weet
Quem mais tem mais quer Hoe meer men heeft, hoe meer men wil
Quem mal faz, por mal espere Als je slechte dingen doet, zal het slecht met je aflopen
Quem me avisa meu amigo é Een gewaarschuwd mens telt voor twee
Quem me dera Kon ik maar/ Was het me maar vergund
Quem muito abarca, pouco abraça Wie veel wil, krijgt weinig
Quem muito ama, muito sofre Hoe meer je van iemand houdt, hoe meer je lijdt
Quem muito bebe, tarde ou nunca paga o que deve Wie veel drinkt betaalt zelden of nooit zijn schulden/ vertrouw nooit een dronkaard
Quem muito corre, depressa cansa Haastige spoed is zelden goed
Quem muito dorme, pouco aprende Als je teveel slaapt, leer je weinig
Quem muito escolhe pouco acerta Als je te kieskeurig bent, bereik je niet je doel of tref je niet de juiste persoon
Quem muito espera desespera Wie lang moet wachten wordt ongeduldig
Quem muito fala pior ouve Wie teveel praat luistert slecht
Quem muito fala pouco acerta Praatjes vullen geen gaatjes
Quem muito promete, pouco cumpre Wie veel belooft maakt weinig waar
Quem muito quer, tudo perde Wie teveel wil, verliest alles
Quem não arrisca, não petisca Wie niet waagt die niet wint
Quem não conta, não erra Waar gewerkt wordt worden fouten gemaakt
Quem não é visto não é lembrado Uit het oog, uit het hart
Quem não entra na água, não se afoga Als je geen risico’s neemt, bereik je niets
Quem não gosta, não come Je moet eten wat de pot schaft
Quem não pede não ouve Deus Wie niet waagt, die niet wint/ Vragen staat vrij
Quem não sabe fazer, não sabe mandar Wie iets niet kan maken kan ook geen uitleg, opdracht geven
Quem não se aventurou, não perdeu nem ganhou Wie niet waagt die niet wint
Quem não tem cão caça com gato Roeien met de riemen die je hebt
Quem não semeia, não colhe Wie niet zaait zal niet oogsten
Quem não tem dinheiro não tem vícios Geen geld, geen gebrek
Quem não tem panos não arma tendas Zonder doek kun je geen tent bouwen
Quem não tem que fazer, faz colheres Iemand die niets te doen heeft, verbeuzelt zijn tijd
Quem tem unhas toca guitarra Als je iets kunt, lukt het ook
Quem não tem vergonha, todo o mundo seu De brutalen hebben de halve wereld
Quem não trabalha não come Wie niet werkt, zal niet eten
Quem não trabuca não manduca Wie niet werkt, zal niet eten
Quem nasceu para burro nunca chega a cavalo Wie voor een dubbeltje geboren is wordt nooit een kwartje
Quem o viu e quem o vê Ik herkende je
niet!
Quem paga adiantado é mal servido Je kunt beter niet vooruit betalen
Quem paga é o Oliveiro Ik moet betalen
Quem parte velho paga novo Wie iets kapot maakt moet betalen
Quem passa o tempo a falar não terá tempo para pensar Wie de hele tijd praat heeft geen tijd om na te denken
Quem pergunta quer saber Wie vraagt wil weten
Quem planta colhe Wie zaait zal oogsten
Quem pode manda e quem não pode faz Wie iets kan geeft orders wie het niet kan voert de orders uit
Quem pouco sabe, pouco teme Wat niet weet dat niet deert
Quem primeiro vai à fonte, primeiro enche o cântaro  Wie het eerst komt, het eerst maalt
Quem procura sempre acha, se não um prego, uma tacha Zoekt en gij zult vinden
Quem procura, sempre encontra Zoekt en gij zult vinden
Quem promete, deve Belofte maakt schuld
Quem queimou a língua nunca mais se esquece Wie een keer zijn mond verbrandt zal voortaal eerst blazen
Quem quer a bolota, trepa Je moet er moeite voor doen
Quem quer os fins, quer os meios Het doel heiligt de middelen
Quem quiser pescar, terá que se molhar Dat is het risico van het vak
Quem quiser um bom conselho, que consulte o travesseiro Slaap er eens een nachtje over
Quem ri por último, ri melhor Wie het laatst lacht, lacht het best
Quem sabe cria, quem não sabe copia Wie het kan creëert iets, wie het niet kan kopieert
Quem sabe e pode Die het weten kan
Quem sabe faz, quem não sabe ensina Je hebt doeners en denkers
Quem sabe sorrir, sabe viver Met een glimlach krijg je veel gedaan
Quem sabe, sabe! Bewondering voor wat iemand weet
Quem sabe, sabe, quem não sabe aprende Wat je niet weet/kunt, kun je leren
Quem se faz de cordeiro será comido pelo lobo De sterken eten de zwakken op
Quem se faz temer, não se faz amar Wie zich gevreesd maakt, zal niet geliefd worden
Quem semeia vento, colhe tempestade Wie wind zaait zal storm oogsten
Quem tarde vier, come do que trouxer Wie te laat komt eet wat de pot schaft
Quem te deu isso Van wie heb je dat (gekregen)?
Quem tem a informação, tem o poder na mão Kennis is macht
Quem tem amigos não morre na cadeia Het is goed om vrienden te hebben
Quem tem amores não dorme Wie verliefd is komt slaap tekort
Quem tem boca vai a Roma Wie slim is komt er wel
Quem tem cem filhos tem cadilhos Kinderen zijn hinderen
Quem tem cu tem medo Iedereen kent angsten
Quem tem dinheiro não lhe falta companheiro Wie geld heeft vindt altijd een partner
Quem tem fome, não olha ao que come Honger maakt rauwe bonen zoet
Quem tem fome, tudo come Honger maakt rauwe bonen zoet
Quem tem medo compra um cão Wie bang is moet een hond kopen/ Je hoeft niet bang te zijn 
Quem tem pressa come cru Voor koken moet je de tijd nemen
Quem quer que seja, fosse Wie dan ook
Quem tem pressa, vai andando Wie haast heeft gaat alvast
Quem tem três e gasta quatro, depressa esvazia o saco Men moet de tering naar de nering zetten
Quem tem unhas (é que) toca guitarra Als je ergens de capaciteiten voor hebt moet je het ook tot een goed einde brengen
Quem toca o carrilhão não vai na procissão Ieder zijn plek
Quem trabalha no mar, avia-se em terra Zijn zaken goed geregeld hebben
Quem tudo quer, tudo perde Als je alles hebt kun je veel verliezen
Quem usa a cabeça não cansa os pés Wie niet sterk is moet slim zijn
Quem vai ao ar, perde o lugar Opgestaan is plaats vergaan
Quem vai ao mar avia-se em terra Van tevoren zorgen dat je alles geregeld hebt, bijvoorbeeld boodschappen doen als je voorlopig geen winkel in de buurt hebt
Quem vai ao vento, perde assento Opgestaan is plaats vergaan
Quem vê caras não vê corações Je kunt niet op iemands uiterlijk afgaan
Quem vier atrás que feche a porta Neem de consequenties/ De laatste doet de deur dicht
Quem vive em paz, dorme em descanso Wie in vrede leeft, slaapt rustig
Quem vive na taberna, morre no hospital Wie leeft in de kroeg, sterft in het ziekenhuis
Quer chova,quer neve, quem tem sede bebe Drinken doe je in alle omstandigheden
Quer queiras quer não Of je wilt of niet
Querer corda Een gesprek willen (maar iemand negeert je) en
Querer dizer e não lhe chegar a língua Ergens niet op kunnen komen/ Op het puntje van zijn tong liggen
Querer é poder Waar een wil is, is een weg
Querer sopas e descanso Niet willen werken of zich inspannen voor de kost
Queria um café Een koffie graag
Quero lá saber Kan mij het schelen
Radiante de orgulho Zo trots als een pauw
Ralham as comadres, descobrem-se as verdades Kinderen en gekken zeggen de waarheid
Rastejar diante de alguém Voor iemand kruipen
Rato de biblioteca Boekenwurm
Rebate na consciência Gewetensonderzoek
Rebentar a escala Beter dan best bereiken/ De allerhoogste cijfers krijgen/
Door het plafond schieten, bijvoorbeeld kijkcijfers)
Rebentar as águas De vliezen breken
Rebentar de febre Hoge koorts krijgen
Rebentar pelos costuras Uit zijn voegen barsten
Receber à semana Per week betaald krijgen
Receber de braços abertos Met open armen ontvangen
Rei morto rei posto De koning is dood, leve de koning
Relógio de repetição Iemand die steeds dezelfde riedel afdraait/ Als
een gebroken grammofoonplaat
Remar contra a maré Tegen de stroom oproeien
Remédio santo Een heilzaam geneesmiddel
Resmas de dinheiro Bakken geld
Responder à letra Adequaat antwoord geven
Responder torto Onbeschoft antwoord geven
Resumindo e concluindo Om een lang verhaal kort te maken
Résvés Campo de Ourique Past precies
Reunir de toque Optrommelen
Revogar em dúvida In twijfel trekken
Rezar-lhe o padre nosso Een preek geven/ Waarschuwen/ Tot de orde roepen
Rico avarento não tem amigo nem parente Een gierige rijkaard is alleen
Rir(-se) de Lachen om
Rir a bandeiras despregadas Zich slap lachen/ Goedlachs/ Veel lachen
Rir à custa de Iemand uitlachen
Rir amarelo Lachen als een boer die kiespijn heeft
Rir às gargalhadas Luidkeels lachen
Rir para dentro Een binnenpretje hebben/ In zijn vuistje lachen
Riscar do mapa Van de kaart vegen
Ri-se o roto do esfarrapado e o sujo do mal lavado Men lacht elkaar uit/ De een is geen steek beter dan de andere
Roer na consciência Gewetenswroeging/ Een knagend geweten
Roer na pele Aan den lijve ondervinden
Roma e Pavia não se fizeram num dia Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd
Romance de cordel Een stuiverroman
Romper caminho De weg openen
Romper com alguém Breken met iemand
Romper em lágrimas In tranen uitbarsten
Roupa suja lava-se em casa Men moet de vuile was niet buiten hangen
Rua! Weg!/ Eruit!
Rumo de vida Levenspad/ Levensweg/ Koers
Saber a boca a ferro-velho Een vieze smaak in de mond hebben (na dronkenschap)
Saber a boca a papéis de música Een vieze smaak in de mond hebben (na dronkenschap)
Saber a pouco Naar meer smaken
Saber as linhas com que se cose Zijn leven naar eigen richtlijnen inrichten
Saber de cor Van buiten kennen
Saber levar a água ao seu moinho In goede banen leiden/ Naar zijn hand zetten
Saber lidar com Kunnen omgaan met
Saber na ponta da língua Paraat hebben
Saber o que a casa gasta Zijn pappenheimers kennen
Saber o terreno que pisa Op de hoogte zijn van wat voorvalt
Saber onde está o gato Bedrog of fout doorhebben
Saber os cantos à casa Goed de weg weten/ Alle hoeken en gaten kennen  
Sacudir a água do capote Zijn naam zuiveren
Sacudir as moscas Een tikje geven
Sai à mãe Dat heeft hij van zijn moeder
Sair aos seus Lijken in gedrag op je familie
Sair a perder Bakzeil halen/ Het onderspit delven
Sair bem Goed aflopen
Sair caro Veel kosten/ Duur uitvallen
Sair com o rabo entre as pernas Met de staart tussen de benen weglopen/ Afdruipen
Sair com os pés para a frente Met de voeten naar voren het huis uitgedragen worden/
Horizontaal het huis verlaten
Sair da casca Uit zijn schulp kruipen
Sair da linha Afwijken/ Van het rechte pad afdwalen
Sair de uma situação sem um arranhão Ergens zonder kleerscheuren vanaf komen
Sair do armário Uit de kast komen
Sair do buraco Het huis uit gaan
Sair em frente Verder gaan
Sair fora de si Uit zijn vel springen
Sair ileso de uma situação Ergens zonder kleerscheuren vanaf komen
Sair mal Slecht aflopen
Sair-se da casca Capaciteiten (positief en negatief) zichtbaar maken/ Uit zijn schulp kruipen
Salgado como uma pilha Erg zout
Saltar ao eixo Haasje over springen
Saltar de um assunto para outro Van de hak op de tak springen
Salvar a pele Zijn huid redden
Salva-se quem puder Maak dat je wegkomt/ Wegwezen (bij gevaar)
Salvo seja God beware
Sangue-frio Koelbloedig
Santinho de pau carunchoso Heilig boontje
São coisas sem importância Het zijn dingen die er niet toe doen
São como um pero Zo gezond als een vis
São e salvo Gezond en wel
São muitos os… Er zijn veel…
São os olhos do dono que engordam o porco Het oog van de meester maakt het paard vet
Sardinha de S.João, pinga no pão Rond S.João zijn de sardientjes het lekkerst
Sarilho de saias Een vrouwengeschil
Se a esmola é grande o santo desconfia Als men teveel geeft heeft men waarschijnlijk iets op zijn geweten
Se bebes de mais, tropeças e cais Als je teveel drinkt weet je niet meer wat je doet
Se calhar Misschien
Sê lento na promessa e rápido no desempenho Beloof niet te snel, maar los een belofte snel in
Se muito come o tolo, mais tolo é quem lho dá Als je iemand die teveel eet te veel voedsel geeft, ben je nog dommer bezig dan de eter zelf
Se não arrancas a silveira, sofre a viedeira Als je de braamstruiken niet weghaalt, kan de druivenstok niet groeien
Se não é boi é vaca Het is het een of het ander
Se não fazes o que queres, ao menos, faz o que puderes Als je niet doet wat je wilt, doe dan in elk geval wat je kunt
Se não gostas, pões na beirinha do prato Wat je niet lust, moet je laten liggen
Se não gostou, coma menos Is het niet bevallen, niet doen dan (heeft ook met eten te maken)
Se não tens o que gostas, gosta do que tens Als je niet hebt waar je van houdt, houd dan van wat je hebt
Se o moço soubesse, e o velho pudesse, nada haveria que não se fizesse Als de jongeren zouden weten en de ouderen kunnen, zou alles in orde zijn
Se queres bom conselho, pede-o ao homem velho Ouderen bezitten wijsheid
Se queres manter limpa a tua rua, varre diante da tua casa Verbeter de wereld, begin bij jezelf
Se queres o menino correcto, vigia-o de perto Wil je dat je kind een goed persoon wordt, houd het in de gaten, begeleid het
Se queres paz, evita a guerra Als je vrede wilt, voer dan geen oorlog
Se queres ser um bom juiz, ouve o que cada um diz Een goede rechter luistert naar ieders verhaal
Se um diz mata, o outro diz esfola De een is geen haar beter dan de andere
Se vê burra de saias vai logo atrás Hij is een vrouwengek
Segredo de abelha Strikt geheim
Segredo muito encoberto, é sempre descoberto Hoe geheim ook, elk geheim lekt uit
Segundo me consta Bij mijn weten
Segundo se diz Naar men zegt
Seguro morreu de velho Voor de zekerheid
Sei lá Weet ik veel/ Dat weet ik niet
Seja como for Hoe dan ook/ Wat dan ook
Sem abrigo Dakloos (dakloze)
Sem atar nem desatar Geen steek verder komen
Sem cerimónia Zonder plichtplegingen
Sem conta, peso e medida Zoals het uitkomt
Sem dar cavaco Niets terugzeggen/ Stiekem weggaan
Sem dinheiro, nada feito Zonder geld bereik je niets
Sem dizer água vai Zonder waarschuwing vooraf
Sem eira nem beira Kip noch kraai
Sem mais nem menos Zonder meer/ Zomaar
Sem mais tardar Meteen/ Ogenblikkelijk
(Um) sem número Ontelbare
Sem olhar a quem Zonder rekening te houden met
Sem pés nem cabeça Kop noch staart
Sem ponta por onde se lhe pegue Niks aan/ Oninteressant
Sem problemas de maior Zonder slag of stoot
Sem querer Per ongeluk
Sem recurso Onherroepelijk
Sem se partirem ovos não se fazem omeletas Zonder eieren te breken maak je geen omelet
Sem sequer Niettemin
Sem ter noção de Zonder ergernis
Sem termos Zonder einde
Sem tirar nem pôr Precies zo/ Niet meer en niet minder/ Letterlijk
Semeia e cria, terás alegria Zaait en gij zult oogsten
Semeia e cria, viverás com alegria Zaait en gij zult oogsten
Sem-par Enig in zijn soort
Sempre a aviar Zonder ophouden
Sempre às ordens Altijd tot uw dienst
Senhor do seu nariz Koppig, eigenwijs iemand/ Met zichzelf ingenomen/ Het met zichzelf getroffen hebben
Sentir(-se) nas nuvens In de wolken zijn
Sentir na pele Aan den lijve ondervinden
Sentir um nó na garganta Een brok in de keel hebben
Separar o trigo do joio Het kaf van het koren scheiden
Ser a cara chapada Sprekend op iemand lijken
Ser cabeça dura Koppig zijn
Ser capaz de tudo Tot alles in staat zijn
Ser como cão e gato Als kat en hond zijn
Ser como peixe fora de água Niet op zijn plaats zijn, voelen
Ser da sua laia Gelijk zijn
Ser de carregar pela boca Niets voorstellen/ Niets van waar zijn
Ser de olhão Scherpzinnig zijn/ Snedig zijn
Ser do contra In de contramine zijn
Ser do domínio público Algemeen bekend zijn
Ser dono do seu nariz Zijn neus in de lucht steken/ Arrogant zijn/ Een hoge borst opzetten
Ser fora do normal Buitengewoon zijn
Ser para Dienen voor
Ser pau para toda a obra Een manusje van alles zijn
Ser pau para toda a colher Een manusje van alles zijn
Ser pena Jammer zijn
Ser por Ergens vóór zijn
Ser, estar posto na prateleira Afgedankt zijn, worden
Ser posto a um canto Aan de kant gezet, geschoven
Ser tempo de Tijd worden dat
Ser terra-a-terra Open, direct zijn
Ser um (grande) ponto Vrolijk zijn/ Geestig zijn
Ser um aborto Een misbaksel zijn
Ser um achado Een lotje uit de loterij zijn
Ser um alho Een slimmerik zijn/ Een uitblinker zijn
Ser um ás Een slimmerik zijn/ Een uitblinker zijn
Ser um chato de galocha Een vervelende klier zijn
Ser um fala-barato Een kletsmajoor zijn
Ser um mãos rotas Een gat in zijn hand hebben
Ser um nabo Onbekwaam zijn/ Ongeschikt zijn
Ser um número Een joviaal iemand zijn/ Een nummer zijn
Ser um palito Mager als een lat zijn
Ser um pau mandado Iemand die alles doet op commando
Ser um prato Grappig, komisch zijn
Ser um sapateiro Incompetent zijn/ Slecht werk leveren
Ser um topa-a-tudo Al te goed is buurmans gek
Ser um troca-tintas Een draaikont zijn/ Geen eigen mening hebben
Ser um velho do restelo Zwaar op de hand zijn
Ser um ver se te avias Vluchtig iets
Ser um zero à esquerda Niks waard zijn/ Niks kunnen/ Een nietsnut zijn
Ser uma estampa Een plaatje zijn
Ser uma pintura Een plaatje zijn/ Beeldschoon zijn
Será que… Zal (hij/het/zij)
Serrar as pernas à própria cadeira Zijn eigen glazen ingooien
Servir a carapuça Wie de schoen past, trekke hem aan
Servir de Dienst doen als
Servir de capacho Te onderdanig zijn
Servir de pau de cabeleira Chaperone zijn
Sete cães a um osso Veel gegadigden
Sete ofícios, catorze desgraças 12 ambachten, 13 ongelukken
Sim com todas as letras Een volmondig ja
Sim ou sopas Ja of nee
Sinto muito Het spijt me zeer/ Gecondoleerd
Só nos lembramos de Santa Bárbara quando troveja Men denkt er pas aan te bidden als te laat is
Só perde quem tem Als je niks hebt kun je ook niks verliezen
Só visto Eerst zien, dan geloven
Soa bem! Dat klinkt goed!
Sob pena de Op straffe van
Sob todos os pontos de vista In alle opzichten
Sofrer de pancada Niet goed bij zijn hoofd zijn
Sol de pouca dura Van voorbijgaande aard
Sopa de pedras Grappig verhaal over ‘gebakken lucht’ en maaltijdsoep, getrokken uit een steen/ Oplichterij
Sopas de cavalo cansado Brood met wijn en suiker
Sopas e descanso Eten en slapen
Sou assinante Ik heb een abonnement
Sou todo ouvidos Ik ben een en al oor
Soube bem? Was het lekker?
Subir a mostarda ao nariz Geïrriteerd raken
Subir ao trono De troon bestijgen
Subir pelas paredes Tegen de muren oplopen
Sujeito a disponibilidade Zolang de voorraad strekt
Surdo que nem uma porta Zo doof als een kwartel
Surdo-mudo Doofstom
Surgir de nada Uit het niets opduiken
Taco de pia Klein opdondertje
Tal (a) mãe, tal (a) filha De appel valt niet ver van de boom/ Zo moeder, zo dochter
Tal e qual Precies zo
Tal (o) pai, tal (o) filho De appel valt niet ver van de boom/ Zo vader zo zoon
Tantas vezes Zo vaak
Tantas vezes vai o cântaro ao poço, que lá fica o pescoço De kruik gaat net zo lang te water tot hij barst
Tanto faz Het maakt niet uit
Tanto melhor Zoveel te beter/ Des te beter
Tanto quanto Evenveel als
Tanto se me dá como se me deu Het maakt me niets uit/ Het is lood om oud ijzer
Tão balalão cabeça de cão orelhas de gato não tem coração Hop hop paardje…
Tão certo como dois e dois serem quatro Zo zeker als 1 en 1 is 2
Tão ladrão é o que vai à horta como o que fica à porta Een dief is niet alleen degene die iets steelt maar ook de andere die meeloopt (op de uitkijk blijft)
Tão ligeiro como o vento Als een wervelwind
Tapado como uma porta Een stomkop
Tapar a boca Iemand de mond snoeren 
Tapar os ouvidos Niet luisteren
Tarefa que agrada bem depressa é acabada Als je een klus leuk vindt, is hij zo geklaard
Tau-tau Kindertaal voor slaan, klappen
Taxa arreganhada Lachebek/ Iemand die lacht van oor tot oor
Tecer um laço a alguém In de val lokken/ Een hinderlaag leggen
Teimoso que nem um burro Zo koppig als een ezel
Tem mais medo que vergonha Zegt men over iemand die blijft ontkennen dat hij iets verkeerd heeft gedaan
Tem medo que se pela Hij doet het in zijn broek van angst
Tem os dias contados Zijn dagen zijn geteld
Tem pilhas de sal Het eten is veel te zout
Tem tudo a ver Het (dat) heeft er alles mee te maken
Tem, tens horas? Weet u, je hoe laat het is?
Tempestade em copo de água Een storm in een glas water
Tempo das vacas gordas (De zeven) vette jaren
Tempo das vacas magras (De zeven) magere jaren
Tenha cuidado com o que diz Pas op je woorden
Tenha o nome que tiver Hoe hij/het ook moge heten/ Als het beestje maar
een naam heeft
Tenho andado muito cansado Ik ben de laatste tijd heel moe
Tenho saudades tuas Ik mis je
Tenho trinta anos Ik ben 30 jaar
Tens (um) bom aspecto! Je ziet er goed uit!
Tens um parafuso a menos? Ben je niet goed wijs?/ Ben je nou helemaal!
Tentar a paciência Het geduld op de proef stellen
Tentar fortuna Zijn geluk beproeven
Tentar a sorte Zijn kans wagen
Ter a barriga a dar horas Honger hebben
Ter a cabeça arrumada Alles op een rijtje hebben
Ter a cabeça em água Zijn hoofd is leeg (van vermoeidheid)
Ter a cabeça em (no) lugar Er goed over nadenken
Ter a certeza Zeker weten
Ter a escola toda Veel levenservaring hebben/ Alles weten
Ter a escrituração em dia De boekhouding op orde hebben, bijhouden
Ter a faca e o queijo na mão (e cortar por onde quer) De situatie onder controle hebben
Ter a fazer Iets te doen hebben
Ter a lata Het lef hebben om
Ter à mão Bij de hand hebben
Ter a mão pesada Bruut zijn/ Alles met teveel kracht doen
Ter a patinha feita Van andermans werk profiteren /Met andermans veren
pronken
Ter a ver com Te maken hebben met
Ter aceitação In de smaak vallen
Ter alguém por Iemand houden voor
Ter alma de poeta Een dromer zijn
Ter as cartas na mão Alle kaarten in handen hebben
Ter as costas largas Een brede rug hebben
Ter as costas quentes Er warmpjes bij zitten
Ter as horas, os dias contados Zijn dagen zijn geteld
Ter as mãos rotas Een gat in de hand hebben/ Vrijgevig, gul zijn
Ter as orelhas a escaldar Voelen dat over je gepraat wordt
Ter autoridade sobre Invloed hebben op
Ter barbas Een baard hebben/ Ouwe koek zijn/ Dat zijn oude verhalen
Ter bicho carpinteiro Geen moment stil kunnen zitten/ De kriebel in zijn benen hebben
Ter boa cara Er gezond, goed uitzien
Ter boa embocadura Teveel drinken
Ter boa mesa Goed te eten hebben
Ter boa (má) boca Alles (niets) lusten
Ter boas mãos Handig zijn
Ter bom corpo Sterk zijn
Ter bom estômago Veel kunnen incasseren
Ter bom génio Een goed karakter hebben
Ter bom parecer Er goed uitzien
Ter bons dentes Alles (op)eten
Ter cabeça Wijs, intelligent zijn/ Koppie koppie
Ter caco Wijs, intelligent zijn
Ter cabidela Goed uitkomen
Ter calo Ervaren zijn
Ter cara para isso Stoutmoedig zijn/ Durven
Ter carradas de razão Alle gelijk van de wereld hebben
Ter categoria Klasse hebben
Ter coragem Durven/ De moed hebben
Ter costela de Van hetzelfde ras
Ter culpas no cartório Schuldig zijn/ Ergens in verwikkeld zijn
Ter de seu Geld hebben/ Gefortuneerd zijn
Ter debaixo de mão Bij de hand hebben
Ter dias Zo zijn dagen hebben
Ter dois palmos de testa Iemand met weinig intelligentie/ Het verstand van
een garnaal hebben
Ter dois pesos e duas medidas Met twee maten meten
Ter duas caras (como o feijão frade) Een draaikont zijn/ Onbetrouwbaar zijn/ Twee gezichten hebben
Ter em conta In acht nemen
Ter em mãos Onder handen hebben
Ter em mira Aspireren/ Het oog hebben laten vallen op
Ter em olho Aspireren/ Het oog hebben laten vallen op
Ter em vista In gedachten hebben/ In aanmerking nemen/ Voor ogen
hebben
Ter boa embocadura Veel drinken
Ter entre mãos Onder handen hebben
Ter espirito santo de orelha Voorkennis hebben/ Geheime info hebben
Ter expediente Voortvarend zijn/ Assertief zijn
Ter falta de Hard nodig hebben/ Gebrek hebben aan
Ter falta de caco Geen greintje gezond verstand hebben
Ter faro (de cão) Bovennatuurlijke gaven bezitten
Ter fraca figura Een onopvallende figuur zijn
Ter galo Pech hebben
Ter jeito para In de vingers hebben
Ter lume no olho Scherpzinnig zijn/ Bij de pinken zijn/ Van wanten weten
Ter lata Het lef hebben/ Schaamteloos zijn
Ter má boca Niets lusten
Ter macacos (ou macaquinhos) no sótão Rare ideeën hebben
Ter mais buracos que um crivo Zo lek als een mandje
Ter mais olhos que barriga Zijn ogen zijn groter dan zijn maag
Ter mão leve Losse handjes hebben
Ter mau parecer Er slecht uitzien
Ter maus figados Slechte impulsen hebben/ Slecht zijn
Ter medo que se pela Zo bang zijn als een wezel
Ter minhocas na cabeça Muizenissen in zijn hoofd hebben
Ter miolo Verstandig zijn
Ter miolos de galinha Niet erg slim zijn
Ter muita saída Goed verkocht worden
Ter o dom da palavra Een begenadigd spreker zijn/ De gave van het woord hebben
Ter o nariz empinado Met zijn neus in de lucht lopen/ Zijn neus ophalen voor/ Snon zijn
Ter o pavio curto Een kort lontje hebben
Ter o rei na barriga Zich een hele piet voelen/ Arrogant zijn
Ter o sono pesado Vast slapen
Ter os dias contados Zijn dagen zijn geteld
Ter os pés assentes no chão Goed zijn voorgelicht, voorbereid/ Behoedzaam zijn
Ter palpite Een voorgevoel hebben
Ter pancada Niet goed bij zijn hoofd zijn
Ter pano para mangas Een slepende zaak of verhaal zijn
Ter para dar e vender Steenrijk zijn
Ter para os seus alfinetes Genoeg geld hebben om van te leven/ Zijn schaapjes op het droge hebben
Ter para si Genoeg hebben om van te leven/ Zijn schaapjes op het droge hebben
Ter pé Vaste grond onder de voeten hebben
Ter pêlo na venta Stuurs zijn/ Een slecht karakter hebben
Ter pena Iets jammer vinden
Ter peneiras Kapsones hebben
Ter que chegue Genoeg hebben
Ter raiva de alguém Iemand een kwaad hart toedragen
Ter teias de aranha na cabeça Spinsels hebben
Ter treta Veel praten/ Bla bla
Ter um bom petisco Ergens een flinke kluif aan hebben
Ter um bom tacho Een goede baan hebben/ Een goede boterham verdienen
Ter um filho Een kind krijgen
Ter um grande patriotismo Een grote boezem hebben
Ter um palminho de cara Een knap gezicht hebben
Ter um parafuso frouxo Niet goed wijs zijn/ Niet goed snik zijn
Ter um pó Haten/ Verfoeien/ Een hekel hebben aan/ De pest
hebben aan/ Het land hebben aan/ Niet kunnen uitstaan
Ter uma (grande) escola Veel weten/ Veel kunnen
Ter uma zanga com Ruzie hebben met/ Heel boos zijn op
Ter vergonha na cara Het schaamrood op de kaken hebben/ Zich dood schamen
Ter vontade de Zin hebben om
Ter voto na matéria Verstand hebben van
Ter voz activa Een belangrijke stem hebben
Teres e haveres Bezittingen
Teso como um carapau Platzak/ Geen stuiver op zak hebben
Timtim por timtim Stukje bij beetje
Tintim por tintim Haarfijn/ Tot in de kleinste bijzonderheden
Tira daí as manápulas Blijf met je poten van me af
Tira o cavalinho da chuva Maak je geen illusies
Tirar a barriga de misérias Zich vol vreten/ Zijn buikje vol vreten
Tirar a camisa a alguém Iemand in zijn hemd zetten
Tirar a limpo De waarheid boven tafel
(water) krijgen
Tirar a(s) palavra(s) da boca Iemand de woorden uit de mond halen
Tirar a pele Iemand het vel over de oren halen
Tirar a prova dos nove Het zekere voor het onzekere nemen
Tirar a saca-rolhas Iemand de woorden uit de mond (moeten) trekken
Tirar a vez Voor zijn beurt gaan/ Voorkruipen
Tirar água do joelho Plassen
Tirar nabos da púcara Omzichtig ergens achter zien te komen
Tirar o cavalo da chuva Niet meer zoveel illusies hebben
Tirar o pêlo a alguém Iemand het hemd van het lijf vragen
Tirar o ventre de misérias Zich vol vreten/ Zijn buikje vol vreten
Tirar partido de Profiteren van
Tirar proveito Profiteren
Tirar um peso (de cima) Een last van zich afwerpen/ Een pak van zijn hart
Tirar uma fotografia Een foto nemen
Tocar a rebate Alarm slaan
Tocar castanholas Het heel erg koud hebben/ Klappertanden
Tocar na corda sensível De tere snaar treffen
Toda a moeda tem duas faces Elke medaille heeft zijn keerzijde
Toda a brincadeira tem sempre um pouco de verdade In elke grap zit een kern van waarheid
Todas as flores do futuro estão nas sementes de hoje Wie heden zaait, zal morgen oogsten/ Wat je zaait,
zul je oogsten
Todo o homem tem o seu preço Iedereen heeft zijn prijs
Todo o santo dia De godganse dag
Todos eles Zij allemaal
Todos nós Wij allemaal
Todos os caminhos vão a Roma Alle wegen leiden naar Rome
Todos os diabos têm sorte De brutalen hebben de halve wereld
Todos têm a sua cruz Elk huisje heeft zijn kruisje
Toma e embrulha Dit kun je in je zak steken
Tomar a liberdade de Zo vrij zijn te
Tomar a peito Ter harte nemen
Tomar em consideração In overweging nemen
Tomar em conta In overweging nemen
Tomar embocadura Initiatief nemen/ Ergens voor gaan
Tomar gosto Enthousiasmeren
Tomar gosto a Behagen scheppen in
Tomar partido Partij kiezen voor
Tomar por Aanzien voor/ Verwarren met
Tomar outro rumo Veranderen van koers
Torcer o nariz Zijn neus ophalen
Torcer-se com dores Kronkelen van de pijn
Tornar a coisa mais negra Het erger maken dan het is
Tornar-se mais difícil Moeilijker worden
Torvar-se com Zich ergeren aan (over)
Trabalhar no duro Keihard werken
Trabalhar para aquecer Werken voor noppes
Trabalhar para esquecer Werken om te vergeten
Trabalhar para o boneco Werken om te vergeten
Trabalho de casa Huiswerk
Trabalhos de casa Huiswerk
Traduzir à letra Letterlijk vertalen
Trás trás Boem boem (iets valt)
Tratar por tu Met jij aanspreken/ Tutoyeren
Travar conhecimento Kennis maken met elkaar
Trazer consigo Bij zich hebben/ Op zak hebben
Trazer o coração aos pulos Ergens mee zitten/ Het hart in zijn keel voelen kloppen
Trazer pelo beiço Inpalmen (op gebied van liefde)
Trazer, levar água no bico Verborgen intenties hebben/ Een verborgen agenda
hebben
Três por semana Drie per week
Trinca-espinhas Magere lat
Trinta cães e um osso Veel gegadigden
(Um) trinta e um Een lastig probleem
Trinta por uma linha Veel dingen op een hoop/ Dwaasheden/ Onrustig zijn
Tripeiro Iemand uit Porto
Triste como um cipreste Diep bedroefd
Tristezas não pagam dívidas Voor verdriet koop je niets/ Kop op
Trocar as voltas Bedriegen/ Een blokje om gaan om iemand niet te hoeven tegenkomen
Trocar ideias Van gedachten wisselen
Trocar os pés pelas mãos Alles door elkaar halen (in een verhaal)
Trocar, misturar alhos com bugalhos Het niet zo nauw nemen met de waarheid
Trocas e baldrocas Fraude, trucs en bedrog
Tu cá tu lá Het is jij en jou wat de klok slaat/ Amicaal met
elkaar omgaan
Tu és que sabes Jij mag het weten/ Zeg jij het maar
Tudo está bem quando acaba em bem Eind goed, al goed
Tudo falta a quem tudo quer Wie alles wil, komt altijd tekort
Tudo o que é bom, dura pouco Als iets fijn is, vliegt het voorbij
Tudo o que é pequeno tem graça Alles wat klein is, is leuk, grappig, schattig
Tudo o que é violento não dura muito tempo Geweld duurt niet lang
Tudo o que entra sai Alles wat binnenkomt, gaat er ook weer uit
Tudo o que está à mão Alles wat bij de hand is
Tudo o que vier é ganho Alles is meegenomen
Tudo que não mata engorda Als je er niet ziek van wordt, kun je het eten
Tudo se lava, menos a má-língua Alles is te wassen behalve roddels
Tudo tem explicação Voor alles bestaat een verklaring
Tudo tem o seu preço Alles heeft zijn prijs
Tuta e meia Van weinig waarde/ Een prul
Última palavra Het laatste woord
Um abismo chama outro De ene pech roept de andere op/ Een ongeluk komt
zelden alleen
Um amigo fiel é o melhor remédio que se encontra na vida Een trouwe vriend is het beste wat je kan overkomen
Um bom livro é o melhor dos amigos Een goed boek is je beste vriend
Um burro carregado de livros não é um doutor Een ezel vol boeken is nog geen geleerde
Um burro com fome até cardos come Honger maakt rauwe bonen zoet
Um coca-bichinhos Een pietje precies
Um com o outro Met elkaar
Um dente de alho Een teentje knoflook
Um dia do sábio vale mais que a vida do ignorante Een dag van wijsheid is meer waard dan een heel leven van onwetendheid
Um dia em cheio Een goede dag
Um dia não são dias Voor deze ene keer
Um em cada sete mil Een op de 7000
Um gesto diz mais que muitas palavras Een gebaar zegt meer dan duizend woorden
Um grama de exemplos vale mais que uma tonelada de conselhos Een gram voorbeelden is meer waard dan een ton adviezen
Um homem não está onde mora, mas onde ama Een mens is niet waar hij woont maar waar hij liefheeft
Um mal nunca anda só Een ongeluk komt nooit (of zelden) alleen
Um mãos-rotas Een verkwistend iemand/ Iemand met een gat in de hand/ Een vrijgevig iemand
Um para cinco Een op de vijf
Um passo em falso Een misstap
Um sancho pança Een flierefluiter
Um segredo é pouco para um, suficiente para dois e de mais para três Een geheim betekent weinig voor een, is genoeg voor twee en teveel voor drie
Um sem número Een oneindig aantal
Um vaso cheio de veneno Een kreng/ Een vat vol venijn
Uma agulha em palheiro Een naald in een hooiberg
Uma andorinha não faz a Primavera Eén zwaluw maakt nog geen lente, zomer
Uma data de tempo Heel veel tijd
Uma desgraça nunca vem só Een ongeluk komt nooit alleen
Uma gota de água no oceano Een druppel op een gloeiende plaat 
Uma imagem vale por mil palavras Een beeld zegt meer dan duizend woorden
Uma imperial Getapt biertje/ Een pilsje
Uma Madalena arrependida Een vrouw met spijt
Uma mão atrás, outra à frente Zegt men van iemand die niets heeft
Uma mão lava a outra (e juntas lavam a cara) Zij werken samen/ Zij zijn twee handen op een buik
Uma mulher de armas Een kei van een vrouw
Uma nóticia daquelas Een dergelijk nieuwtje
Uma ova! Niets ervan!/ Daar komt niets van in!
Uma pouca vergonha Een onbeschaamde actie
Uma tempestade num copo de água Een storm in een glas water
Uma única árvore não faz uma floresta Eén boom is nog geen bos
Uma vez sem exemplo Exceptioneel/ Ongeëvenaard
Uma vista de olhos Een snelle blik
Unha com carne Twee handen op een buik
Unhas de fome Gierig/Op zijn centen zitten 
Uns cem euros Ongeveer honderd euro
Upa Hop
Usa e serás mestre Oefening baart kunst

Toe maar/ Ga maar
Vaí à fava Loop heen/ Ga weg
Vai chamar pai a outro! Ga maar naar iemand anders!
Vai falar com o Camões Ga toch fietsen
Vai falar com o D. Pedro Ga toch fietsen
Vai haver fita Daar komt ruzie van
Vai meter-lhe logo no rabo Die hangt het meteen aan de grote klok
Voltar as tripas do avesso Met tegenzin iets doen
Vai num pé e volta no outro Hij gaat snel heen en weer
Vai para aquele lado? Gaat u die kant op?
Vai para o raio que te parta! Loop naar de duivel!/ De duivel hale hem!
Vai passar-se dos carretos Hij zal erg boos, geïrriteerd worden
Vai passear Hoepel op/ Loop naar de pomp, maan
Vai pastar caracóis Loop naar de duivel
Vai pentear macacos Doe niet zo vervelend
Vai-te lixar Loop naar de maan
Valer a alguém Iemand te hulp komen
Valer a pena De moeite waard zijn
Valer de muito Veel waard zijn
Valer de pouco De moeite niet waard zijn
Valer ouro Goud waard zijn
Valer por dez Voor tien gelden
Valer tudo (menos tirar olhos) Alles is toegestaan om je te verdedigen
Valhe-me deus Zo waarlijk helpe mij god
Vamos então? Gaan we dan?/ Zullen we gaan?
Vamos lá ver! We zullen zien
Vaso ruim não quebra Onkruid vergaat niet
Vassoura nova é que varre bem Nieuwe bezems vegen schoon
Vê lá Zie maar
Velhos são os trapos Men is nooit te …
Vem mesmo a calhar Komt op het juiste moment
Vender a sua honra Zijn eer te grabbel gooien
Vender banha da cobra Met misleidende praat iets verkopen
Vender caro a vida Zijn huid duur verkopen
Vender o seu peixe Zijn zaak aanprijzen
Vender-se como pão quente Als warme broodjes over de toonbank gaan
Ver(-se) a braços com Zich belast weten, zien met
Ver(-se) livre de Zich bevrijden van
Ver a luz ao fundo do túnel Licht zien aan het eind van de tunnel
Ver a vida a andar para trás Het wordt er niet beter op/ Het gaat bergaf/ Alles zit tegen
Ver com olhos de ver Goed bekijken en nog eens kijken
Ver e crer como S.Tomé Een ongelovige Thomas zijn
Ver em que param as modas De dingen aanzien/ Behoedzaam zijn
Ver o caso mal parado Iets gaat niet goed/ Iets zien vastlopen
Ver para crer Eerst zien dan geloven
Ver passar os comboios Zijn tijd verbeuzelen
Ver por alto Oppervlakkig bekijken
Verbo de encher Stopwoord/ Stoplap/ Nutteloos woord of persoon
Verdade nua e crua De naakte waarheid
Vermelho que nem um tomate Zo rood als een biet
Ver-se à rasca Bang zijn/ Het benauwd hebben In de knoei zitten
Ver-se em apuros Zich in een hachelijke situatie bevinden
ver-se em apertos/apuros/alhada In het nauw gebracht
Ver-se em maus lençois In een slechte situatie belanden
Ver-se grego In moeilijkheden zijn
Vida airada Losbandig leven/ Een zwerversleven
Vida, vida, é mais curta que comprida Het leven is kort
Vinho a martelo Slechte wijn/ Hoofdpijnwijn
Vir à cabeça In je opkomen
Vir a dar na mesma Dat is precies hetzelfde
Vir à luz Geboren worden
Vir a ser Worden
Vir à tona Aan het licht komen/ Voor de dag komen
Vir ao de cima Boven water komen
Vir ao mundo Ter wereld komen
Vir às mãos In de schoot geworpen krijgen/
In handen krijgen
Vir da parvónia Uit een achterlijk dorp komen
Vira o disco (e toca o mesmo) Het is steeds hetzelfde liedje
Vira-casacas Een draaikont
Vira-latas Een straathond
Virar a cara Zich afwenden
Virar a casaca Van mening veranderen
Virar as costas Weigeren/ Negeren/ Iemand de rug toekeren
Virar contra Zich keren tegen
Virar do avesso Alles overhoop halen/ Alles binnenste buiten keren
Virar o miolo Gek worden
Vir ao de cima Boven water komen
Visita de médico Een bliksembezoekje
Vistas curtas Kortzichtigheid
Viva Hoera/ Hallo/ Hoi
Viver às sopas Op andermans zak teren
Viver à grande Op grote voet leven
Viver ao deus dará Bij de dag leven
Viver da algibeira dos outros Op andermans zak teren
Viver nas nuvens Verstrooid zijn
Você ja comeu comigo no mesmo prato? Zeg je tegen iemand die je te na komt, die je op afstand wilt houden
Volta dos tristes (Afgezaagd) tochtje rond Lisboa/ Een rondje om de kerk
Volta e meia Om de haverklap
Voltar a si Weer tot bewustzijn komen/ Bijkomen
Voltar as tripas do avesso Iets doen tegen je zin
Voltar atrás é melhor que perder-se no caminho Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald
Voltar com a palavra atrás Zijn belofte intrekken/ Zijn woord herroepen
Voltar contra Zich keren tot
Volte sempre U bent altijd welkom
Vomitar as tripas De darmen uit zijn lijf spugen
Vou para o mesmo sítio que tu Ik ga naar dezelfde plek als jij
Vou sair já Ik ga zo weg
Voz de garrafão Schorre stem (van een roker, dronkenlap)
Xarope de marmeleiro Slaag
Zé-ninguém Onbelangrijk persoon
Zé-povinho Jan met de pet
Zé povinho Jan met de pet
Zero à esquerda Waardeloos

13 Reacties

  1. André Kruisdijk

    Fijn je hier te ontmoeten. Prazer. Ik woon al enige jaren met mijn vrouw Hélène in Portugal. Sinds anderhalf jaar volg ik een cursus Portugees. Jouw lijst is een geweldige aanvulling, al zal ik ze niet allemaal uit mijn hoofd leren. Dank voor het samenstellen hiervan en voor je mooie verhalen.
    Abraço,
    André

    Antwoord
    • Ellen

      Dank André, voor je compliment. En alle goeds, daar in ons mooie Portugal!

      Antwoord
  2. Walter Blomme

    Wat een indrukwekkend werk.
    Met veel appreciatie en dank.
    Walter

    Antwoord
    • Ellen

      Dank je Walter, leuk dat je je appreciatie opstuurt. Dat doet me goed!

      Antwoord
  3. Denis

    Mooi, zeer mooi. Alleen spijtig, dat een dergelijk werk met het woord:”Waardeloos” moet eindigen. Bestaat er dan echt niet een uitdrukking in het Portugees wat super betekend in het Nederlands maar waar het Portugees met een “Z” begint. Dat zou tov deze lijst een juiste afsluiter zijn.

    Antwoord
  4. Ellen

    haha Denis, daar zeg je me wat! Laten we de uitdrukking ‘zero à direita’ uitvinden voor ‘zeer waardevol’. 😉

    Antwoord
    • Marjolijn

      Heel erg hartelijk dank hiervoor, ik ga er vast gretig gebruik van maken zodra ik iets meer basis heb, obrigada en hartelijke groeten uit Praia da Luz. Ps. Ik moest ook heel erg lachen om de laatste vertaling van waardeloos :-))))

      Antwoord
  5. Ellen

    Praia da Luz, de plaats van ‘Maddy’. Heb jij daar nog wat van meegekregen of was het vóór jouw tijd? Een prachtig plaatsje overigens, ik ken het een beetje. Fijne zomer!

    Antwoord
  6. Angelika

    Hallo Ellen,

    Wat een geweldig werk! In het Russisch zijn dezelfde uitdrukkingen als in de Nederlandse taal. Bijvoorbeeld: Liefde is blind. Op de juiste plaats en tijd. Alles op zijn tijd. Je mag een gegeven paard niet in de bek kijken.
    Bedankt voor de mooie verhalen!

    Antwoord
  7. han

    mijn hartelijke dank, ik miste zoiets nog, want ik heb wel Portugese idioom-woordenboeken, maar niet die met de vertaling zoals jij gedaan hebt. Knap werk.

    Antwoord
    • Ellen

      Graag, en met plezier gedaan Han. Mag ik vragen waarbij precies jij zoiets miste?

      Antwoord
      • han

        Voor mijn rubriek Taalweetjes op PortugalPortal.nl. En überhaupt voor het vertalen Portugees Nederlands. Bij vertalen loop je altijd wel een keer vast. (Gelukkig is het hobbyisme van mij).Ik heb dan het bekende groot woordenboek van prisma en de Dicionário aberto de calão e expressões ideomáticas, maar jouw werk is hierbij een uitstekende aanvulling merkte ik al bij het doorkijken. Vandaar mijn waardering en dank
        han

        Antwoord
  8. uoppfaquam

    Muchas gracias. ?Como puedo iniciar sesion?

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *